Hoofdstuk 4 van 150%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 4 · 8 minuten lezen

Naar de sluis

Bij het begin van het pad moest Noor haar kaart alweer uitvouwen. Ze had de rivier boven en de bibliotheek onder gezet. Nu liepen ze naar rechts op haar tekening, maar recht vooruit met hun voeten.

Sami keek mee. ‘Als je hem draait, gaat het beter.’

‘Dan zitten de letters op hun kop.’

Ze draaide het vel toch een kwartslag. De sluis kwam bovenaan te liggen. Nu klopte de richting met het pad. Ze kon de kaart later altijd weer terugdraaien.

Ze lieten de fietsen bij de bibliotheek staan. Sami droeg de boekentas op zijn rug. Bente had haar krat met twee handen vast en liep om de tegels heen waar plassen op stonden. De handdoek moest droog blijven voor de boot.

Wim liep aan de waterkant van het pad. De haak hield hij laag naast zich, de punt naar achteren. Hij had ook een grijper meegenomen voor het afval. Als ze stopten, zette hij beide dingen tegen zijn been.

Overdag kon Noor de gele vlek van gisteren nergens meer bij bedenken. Het water was grijs. In het riet zaten openingen die vanaf de brug onzichtbaar waren geweest. Ze keek in elk gaatje waar ze langskwam. Sommige waren net breed genoeg voor een vogel, andere voor een hele rij modelboten.

‘Kijk jij achter ons?’ vroeg ze aan Sami. ‘Dan kijken we niet allemaal hetzelfde.’

Hij draaide zich om, deed drie stappen achteruit en bleef bijna met zijn hak aan een losse tegel hangen. Daarna liep hij weer gewoon, met zijn hoofd af en toe opzij.

Bente bekeek de lage rietrand bij de oever. Aan haar arm verscheen een rode streep waar de rand van het krat had gezeten. Ze zette het neer en wisselde van kant.

‘Misschien is het licht overdag uit,’ zei Noor.

‘Hij gaat niet vanzelf uit,’ zei Bente. ‘Er zit een knopje in. Maar ik denk niet dat je het nu goed zou zien.’

Noor hield haar hand boven haar ogen. Ze kon geen lampje vinden, ook geen uit lampje. Ze moest op de witte kap letten.

Voor hen liep een vrouw met een hond aan een lange lijn. De hond wilde op precies dezelfde plek aan een grasspriet ruiken als waar Bente het krat neer wilde zetten. De vrouw haalde de lijn korter en vroeg waar ze naar zochten.

Bente antwoordde voordat Noor iets kon zeggen. ‘Een model van een veerboot. Met een wit dak. Zo groot.’

Ze zette het krat neer om haar handen vrij te hebben.

De vrouw had geen boot gezien. Ze was vanaf de sluis gekomen en had haar hond een paar keer bij het water laten drinken.

‘Dan had ik hem wel gezien, denk ik.’

Wim bedankte haar. Toen ze doorliep, haalde Bente het krat weer op. Noor zette op haar kaart een klein rondje bij de plek waar ze de vrouw hadden gesproken. Ze schreef geen boot erbij.

‘Ze heeft niet in elk gaatje gekeken,’ zei ze.

Verderop boog het pad even naar de huizen toe. Noor keek door een opening tussen twee struiken naar het water. Vanaf daar zag ze langs de buitenkant van het riet.

Een wit vlak stak schuin boven het water uit.

Ze bleef staan.

‘Daar!’

Bente zette het krat meteen neer. Sami kwam naast Noor staan. Aan het witte ding bewoog een hoek op en neer. Een stengel liep ervoorlangs, waardoor het even een smal raam leek te hebben.

‘Ik zie geen boeg,’ zei Bente.

‘Die kan erachter zitten.’ Noor wees naar de stengel. ‘De kap staat scheef.’

Wim liep een paar passen door. Vanaf die plek kon hij langs het riet kijken zonder van het pad af te gaan. Hij wenkte hen naar zich toe.

Van opzij was het witte vlak heel dun. Er zat een gekartelde hoek aan. Noor zag het kleine stukje dat ze voor een raam had gehouden. Het was een scheur.

‘Een deksel,’ zei Sami.

Wim pakte het met de grijper. Het plastic klapte dubbel toen het uit het water kwam. Bente hield de vuilniszak open. Er drupten nog drie druppels langs de grijper voor Wim het erin liet zakken.

Noor had het krat al met haar voet dichterbij geschoven. Ze zette het weer terug. Er hoefde niets op de handdoek.

‘Van waar we stonden was het precies wit genoeg,’ zei ze.

Bente trok de zak dicht boven het deksel. ‘Zijn dak heeft rechte hoeken.’

Ze zei het gewoon. Noor knikte. Ze had eerst van opzij moeten kijken. Op haar kaart maakte ze een piepklein streepje bij het witte ding en gumde het toen weg. Ze hoefden niet te onthouden waar een deksel had gelegen.

Bij de sluis werd het water breder. Achter het hek stonden metalen kasten en een rood-wit hek voor een dienstpad. Wim liet zijn haak tegen een bank rusten. Vanaf het openbare pad konden ze tot aan de hoek kijken waar takjes en bladeren bij elkaar lagen.

Noor telde drie witte dingen. Twee bleken lichte bladeren en het derde was een los veertje. Ze riep er niet voor.

Sami liet zich op de bank zakken en schoof de boekentas van zijn schouders. Hij haalde zijn appel tevoorschijn. Eén kant had onder een boek gezeten en was een beetje plat.

‘Als hij die kant op is gegaan,’ zei Bente, ‘moeten we hem dan hier kunnen zien?’

Wim keek naar het water. ‘Dat weet ik niet. Hij kan eerder zijn blijven hangen. Of ergens zitten waar we vanaf dit pad geen zicht op hebben.’

Noor vouwde haar kaart helemaal open. De dikke pijl eindigde vlak bij de sluis. Er was nog een flink stuk wit papier over. Daar had ze een groter gebied kunnen tekenen, met meer bochten.

‘We moeten op de terugweg de andere openingen bekijken,’ zei ze.

Dat deden ze. Bente wees de plekken aan waar ze heen vooral naar de lage oever hadden gekeken. Sami keek nu over haar schouder mee. Wim wachtte als iemand bleef staan. Niemand riep nog dat ze iets hadden gevonden.

Toen ze de bibliotheekdeur weer zagen, keek Noor op haar horloge. Ze waren ruim op tijd voor twaalf uur. Toch voelde het of ze te laat terugkwamen.

Bente legde de ongebruikte handdoek recht in het krat. Noor streek haar kaart glad. Ze hadden de hele route tot aan de sluis bekeken. De boot moest alleen ergens tussen haar blauwe lijn en het echte water zijn blijven steken.

Hoofdstukken

Het licht in het riet

  1. 01Een lichtje zonder huis8 minuten
  2. 02De lege rivier8 minuten
  3. 03Eén pijl op de kaart8 minuten
  4. 04Naar de sluisJe leest nu8 minuten
  5. 05Wat Noor had gezegd8 minuten
  6. 06Verkeerde pijlen7 minuten
  7. 07Achter de rietrand8 minuten
  8. 08Twee linkerlaarzen8 minuten
  9. 09De bon onder de boeken7 minuten
  10. 10Een dak dat wind vangt7 minuten
  11. 11Nog niet gevonden8 minuten
  12. 12Onder de planken8 minuten
  13. 13De witte draad8 minuten
  14. 14Een boot en een kaart8 minuten
  15. 15Weer op zijn plaats8 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Vertel wat beter kan. Zet geen persoonlijke gegevens in je bericht.

Je bericht gaat naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.