Hoofdstuk 5 · 12 minuten lezen
De tweede proef
Het vel kwam uit de printer met een witte streep door het hoofd van de man. Mara trok het uit de opvangbak en hield het een beetje schuin. De streep zat niet in de foto. Er was iets met de toner, voor de derde keer die week.
‘Als je hem op zijn kop voert, komt het op een andere plaats,’ zei Lotte.
‘Daar wordt hij niet beter van.’
‘Nee. Maar dan kun je zijn gezicht zien.’
Mara legde het vel op het bureau. De foto was voor Op straat, een tentoonstelling die van het streekarchief naar vier locaties zou reizen. Op iedere plek zouden de straten op de foto’s weer door andere bezoekers worden herkend. Dat vond ze er leuk aan, tot iemand er een plaatsnaam bij zette die niet kon kloppen. Een man met een kinderfiets had volgens de ene lijst aan de Dorpsstraat gewoond en volgens de andere helemaal niet in het stadje.
De vrijdag na het bezoek aan Ada hadden ze de lijsten bij elkaar gelegd. Hester van Roon was met een blauwe map gekomen en had de eerste twintig minuten over de foto op de voorkant gepraat. Het overleg was uitgelopen, maar daarna hadden ze een volgnummer en een datum op de teksten gezet. Mara had de verkeerde bestanden naar een map oud gesleept. Dat had de week overzichtelijk gemaakt.
Nu, een week later, had Hester nieuwe aanvullingen gestuurd. Niet op de genummerde lijst, maar in een apart document. Er waren nieuwe namen gevonden, twee oude namen waren misschien toch niet juist en bij een foto moest waarschijnlijk jaartal onbekend staan. Het woord waarschijnlijk had Mara geel gemaakt. Op een paneel was daar geen ruimte voor.
Op het bureau van Lotte lagen zes afdrukken met potloodlijnen. Ze hield een liniaal tegen een onderschrift en schoof het papier een millimeter.
‘Van deze drie moet ik de lange tekst nog zien,’ zei ze.
‘Die zit bij de aanvullingen.’
‘Ik bedoel in de goede lengte.’
‘Ik vraag Hester of ze hem wil inkorten.’
‘Dat heb ik maandag gevraagd.’
Mara opende de mail. Het stond er. Hester had eronder geschreven dat ze nog even in de map moest kijken. Daarna waren er twee mails over de zaalverlichting gekomen. Op een daarvan had Mara wel antwoord gegeven, omdat zij wist welk type armatuur de eerste locatie had. De tekstvraag had ze daardoor als afgehandeld onthouden.
Ze belde het archief. Aan de andere kant werd iemand geroepen. Een deur ging dicht en weer open. Hester kwam aan de telefoon terwijl ze nog tegen een collega praatte.
‘Ik heb het hier,’ zei ze. ‘Het is alleen geen bijschrift meer als je er nog iets uit haalt. Dan weet niemand waarom die mensen daar staan.’
Mara keek naar de foto. Er stonden negen mensen voor een bus, behalve de jongen die op de bumper zat. Zij had niet geweten dat hun plaats op de foto een reden had.
‘Wat moet er zeker in?’
Hester begon te vertellen. Mara schreef korte regels onder elkaar. Na een tijdje had ze hetzelfde aantal woorden als in de oorspronkelijke tekst. Ze zette haar pen neer.
‘We hebben ruimte voor ongeveer de helft.’
‘Dan moet het kleiner.’
‘Dan kunnen mensen het niet meer lezen.’
Hester zuchtte, niet om Mara maar hoorbaar wel tegen haar. Zij spraken af dat Mara een voorstel zou maken en Hester dat maandag zou bekijken. Het was vrijdagmorgen. Hester ging die middag niet meer achter de computer zitten.
Mara legde de telefoon neer en keek naar haar eigen planning. Op de eerste drukproef stond een dikke pijl naar woensdag. Daarvóór was nog ruimte, als je alleen de afspraakjes zag. Lotte zat die maandag en dinsdag aan twee andere opdrachten. De enige witte strook was woensdagochtend.
De telefoon ging opnieuw, nu de vaste lijn van het bureau. Bram van Drukkerij Van Dam vroeg of die woensdag nog doorging. Hij had de grote printer ingepland voor een proef op het echte materiaal. Ze hadden al eens een kleur op gewoon papier goedgekeurd die op de plaat te rood werd. Hij wilde het graag op tijd weten.
‘Ja,’ zei Mara. ‘We zorgen dat het er dinsdagmiddag is.’
Lotte liet haar liniaal zakken.
‘Ook die laatste teksten?’ vroeg Bram.
‘Die nemen we mee.’
‘Liever één compleet bestand. Dan kan ik gewoon door.’
Mara zei dat dat goed was. Ze schreef compleet naast de pijl.
Lotte had haar afdruk terug op de stapel gelegd. Zij keek niet boos, nog niet.
‘Waar neem je dat mee naartoe?’
‘In de drukproef.’
‘Ik heb dinsdag geen ruimte meer.’
‘Als Hester maandagochtend reageert, is het alleen inzetten.’
Lotte draaide een afdruk naar haar toe. Onder de foto stonden vijf regels. Op de andere afdruk negen.
‘Hier passen er vijf. Als jij zegt dat de tekst er moet komen, moet de rest ergens anders heen.’
Mara keek naar de witte marge eronder. Daar stond een klein nummer, een code voor de montage. Er was visueel nog ruimte. Ze wist ook dat die er met een reden was.
‘We kunnen de foto iets opschuiven.’
‘Dan staat die niet meer op dezelfde hoogte als de andere.’
Nora kwam uit haar kamer met een telefoon tegen haar oor. Ze hield haar vrije hand op alsof zij even een lift moest tegenhouden. Toen ze had opgehangen, keek ze van de ene naar de andere.
‘Wat is er?’
Mara legde het uit. Ze hoorde zichzelf het woord alleen gebruiken en liet het bij de volgende zin weg. Nora pakte de afdruk op en hield hem op een armlengte afstand.
‘Die bus zou ik er wel helemaal op laten.’
Lotte keek naar het raam. Een bestelbus reed achteruit de binnenplaats op en gaf bij iedere meter een piep. Mara had ineens moeite haar eigen gedachten tussen die piepjes te houden.
‘Ik maak eerst het tekstvoorstel,’ zei ze. ‘Daarna zien we hoeveel ruimte nodig is.’
‘En Bram?’ vroeg Nora.
‘Woensdag proef.’
‘Goed. Anders schuift de hele boel.’
Ze legde het papier terug en ging naar haar kamer. Lotte pakte de liniaal weer op, hield hem even tussen haar handen en schoof de stapel afdrukken opzij.
Die middag lukte het Mara twee van de drie teksten korter te maken. Bij de derde moest zij kiezen tussen de naam van de busmaatschappij en de uitleg waarom de mensen hun zondagse kleren droegen. Ze wilde niet zelf beslissen welke geschiedenis een straatfoto mocht houden. Ze maakte twee voorstellen en stuurde ze allebei. Dat maakte het voor Hester niet eenvoudiger, maar het was nu verstuurd.
Om halfzes belde Ellen. Mara zag haar naam op het scherm en ging ermee naar de keuken. Er stond een afgekoelde pan soep op het aanrecht. Iemand had er een bord overheen gelegd dat te klein was.
‘Je zou nog iets laten weten,’ zei Ellen.
Mara sloot haar ogen. Er was iets met een donderdagavond geweest. Een paar weken verder, de donderdag van de eerste opbouw. Ze opende de kalender op haar telefoon, hoewel ze Ellen dan niet meer bij haar oor kon houden.
‘Die avond kan ik helpen.’
‘Weet je dat zeker? Je had iets met die tentoonstelling.’
‘Dan zijn we klaar met opbouwen. Vrijdag gaat de tentoonstelling open.’
‘Ik wil die dozen graag van de vloer. Als je niet kunt, moet ik het weten.’
‘Zes uur. Ik neem ook wat te eten mee.’
‘Ik zorg voor iets. Neem een schroevendraaier mee. De mijne zit in een doos waar ik niet meer bij kan.’
Mara schreef Ellen, dozen, zes uur, op de donderdag van de eerste opbouw. De opbouw stond overdag. Er was een reserveblok tot vijf uur. Ze schoof het een uur terug en zette de afspraak eronder. Het paste op het scherm.
Toen ze terugliep, was Lotte al weg. Op haar bureau lag het vel met de witte streep. De man droeg op de oorspronkelijke foto een houten balk op zijn schouder. De witte printerstreep liep nu dwars door zijn gezicht; zo kon zij niet zien wat er aan de donkere partijen moest veranderen. Mara zette de printer uit, wachtte en deed hem weer aan. Een lampje knipperde drie keer. Bij de volgende afdruk was de streep weg.
Maandagochtend stond de soep nog steeds in de koelkast, met hetzelfde te kleine bord erop. Mara haalde hem eruit en zette hem bij de gootsteen. Daarna ging ze op zoek naar de reactie van Hester.
Er waren twee berichten. In het eerste koos Hester de kortste tekst. In het tweede veranderde ze alsnog een achternaam en vroeg ze of die andere alinea toch niet mooier was. Aan beide berichten hing een nieuw document.
Mara opende ze naast elkaar. Op de ene pagina stond de naam onder de foto, op de andere erboven. Ze zocht haar potloodnotities van vrijdag en vond eerst een boodschappenlijstje. De goede notities lagen onder de laptop.
Lotte kwam binnen met een natte jas over haar arm. Ze hing hem aan een stoel, trok haar mouwen een stukje op en zette haar tas neer zonder haar computer aan te doen.
‘Heb je wat ik nodig heb?’
‘Bijna.’
‘Dat is niet wat ik nodig heb.’
Mara draaide haar scherm naar haar toe. Ze probeerde uit te leggen dat het nu alleen om een combinatie ging. De gekozen korte tekst, de juiste naam uit het tweede document, één zin erbij omdat anders de tijdsprong onduidelijk werd. Lotte ging zitten en las alles.
‘Welk hiervan heeft zij goedgekeurd?’
‘De losse dingen.’
‘Niet dit.’
Mara draaide het scherm terug. Haar eigen antwoord aan Bram stond nog boven in de mail. Dinsdagmiddag compleet. Ze had het zo opgeschreven dat iemand er een machine voor vrijhield.
Ze belde Hester weer. Die zat in een overleg en zou na de lunch terugbellen. Mara liet een bericht achter met de drie keuzes die nog nodig waren. Daarna maakte ze zelf een overzichtsbestand. Ze kon de foto’s niet opnieuw opmaken zoals Lotte, maar pagina’s in de goede volgorde bij elkaar zetten kon ze wel.
Ze zette de korte tekst onder de foto van de bus en de lange als opmerking ernaast. Bij een tweede foto wilde ze alleen de nieuwe achternaam overnemen. Het document schoof een pagina op toen ze de tekst erin plakte. Ze maakte de regelafstand kleiner en zag een kop aan de verkeerde kant van een pagina verdwijnen.
Lotte werkte met een koptelefoon op. Op haar scherm stond een heel ander ontwerp, rood met een grote witte cirkel. Mara wilde haar iets vragen en deed het niet. Ze wist dat zij wel iets zou kunnen aanwijzen waardoor het document meteen goed stond. Dat was precies het soort vraag waarvoor Lotte iedere keer haar eigen werk moest laten vallen.
Mara maakte een nieuwe pagina en zette de foto daarop. De code onderaan kopieerde ze van de vorige. Ze zou die later aanpassen. Daarna ging de telefoon.
Een medewerker van de eerste locatie wilde weten of ze het ophangsysteem al hadden bekeken. De wand was niet overal even sterk. Mara opende de foto’s van de ruimte. Bij één deur stond een verrijdbare kapstok tegen de muur. Hij moest bij de opbouw weg.
‘Dat hebben we genoteerd,’ zei ze.
Ze noteerde het nu pas.
Na het gesprek zag ze dat het halféén was. Het overzichtsbestand stond nog open. Ze scrolde naar beneden, controleerde of iedere foto er een keer in stond en stuurde het naar Hester met de vraag alleen de tekstgoedkeuring te bekijken. Daarna stuurde ze hetzelfde bestand naar Lotte, als uitgangspunt.
De reactie kwam terwijl ze in de keuken stond. Geen woorden, eerst alleen een schermafbeelding. Twee keer dezelfde code. In de volgende afbeelding hoorde een onderschrift bij de foto ernaast.
Mara ging terug zonder te eten. Lotte had de koptelefoon afgedaan.
‘Ik heb dit nog niet naar Bram gestuurd,’ zei Mara.
‘Gelukkig.’
‘Het was voor de tekst.’
‘Je noemt het uitgangspunt. Voor mij is dit dan de volgorde.’
Mara opende het bestand op haar eigen scherm. Ze zag precies waar de twee pagina’s verschoven waren. De foto’s stonden wel allebei erin, maar de onderschriften volgden de codes die zij gekopieerd had. Zo had iemand op een winkelstraat kunnen staan die niet de zijne was. Ze dacht aan de man met de balk en wist niet meer welke naam nu de juiste was.
‘Ik zet het recht,’ zei ze.
Lotte schoof haar stoel achteruit. ‘Welke tijd mag ik daarvoor rekenen?’
Mara had daar geen vak voor in haar planning. Ze zocht de urenstaat, opende hem en zette naast haar eigen naam een nieuw blok. Dat was nog geen werkende drukproef. De andere afspraak bleef staan waar zij hem gezet had.
Hester belde terug. Mara nam op en legde de afdrukken in de goede volgorde naast elkaar. Ze hield haar hand op de eerste, zodat ze niet opnieuw zou gaan schuiven voor Hester was uitgesproken.
Hester begon niet bij de bus, maar bij het meisje achter de man met de balk. Ze had inmiddels iemand gesproken die dacht dat de kinderwagen voor haar broertje was. Dat was niet zeker genoeg om op het paneel te zetten. De naam van het meisje was er ook nog niet.
‘We kunnen het ook laten staan als iets wat we niet weten,’ zei Mara.
‘Dat vind ik zo kaal.’
Mara draaide de foto naar zich toe. Het meisje keek rechtstreeks in de lens. Ze had één hand op de duwstang en de andere tegen haar haar, alsof ze op het punt stond weg te lopen. Achter haar verdwenen de voeten van de man onder de balk. Toen Mara het beeld voor het eerst had gezien, had ze gedacht dat de man iets bouwde. Hij kon ook gewoon iets opruimen.
‘Dan stellen we die vraag,’ zei ze. ‘Wie is het meisje met de kinderwagen? Misschien weet iemand het.’
Hester bleef even stil. Aan haar kant werd een lade dichtgeschoven.
‘Dat kan bij meer foto’s.’
‘Niet overal. Dan wordt het een vragenlijst.’
‘Nee, dat bedoel ik ook niet.’
Ze spraken af deze vraag op één paneel te laten. Mara typte hem precies zoals Hester hem wilde en las de zin terug. Daarna gingen ze naar de bus. Daar koos Hester nu de kortste versie, zonder toevoeging uit het tweede document. Ze wilde wel één achternaam anders gespeld.
Mara schreef de naam op een los vel en vroeg om de letters. Het waren er negen. Hester aarzelde bij de zesde en zocht het nog eens na. Mara keek uit het raam terwijl ze wachtte. Op de binnenplaats draaide een man een steekwagen om zonder de spullen erop te verliezen.
Toen de naam vaststond, stuurde zij de zin terug. Lotte kon alleen verder als ze wist dat dit het was.
‘Voor vandaag,’ zei Hester.
Mara keek naar de dinsdagpijl. Ze vroeg of de rest van de lijst uiterlijk die middag bevestigd kon worden.
‘Ik probeer het.’
Mara schreef haar eigen naam onder de aantekening. Ze legde het vel bij de andere afdrukken en bleef nog even zitten met de telefoon in haar hand.