Hoofdstuk 22 · 13 minuten lezen
Niet nog een ronde
Op maandag hing Ada het kaartje werkplaatsdag aan de binnenkant van de deur. De aankondiging met de datum hing er sinds donderdag al. Ze liet die zitten; er stond ook op wanneer zij weer voor klanten open was. Het gewone bord bleef zichtbaar ernaast. Zij las het van buiten nog eens en trok toen de deur dicht.
Het slot klikte. Achter het raam zag zij de klantenstoel, met een lege zitting. Zij voelde aan de klink voordat ze met de sleutel weer naar binnen ging. Niemand kwam achter haar aan.
De afgelopen donderdag had ze een kleine mechanische wandklok aangenomen, met een lichte houten rand. De eigenaar kende de afgesproken beperkte beurt en de afhaaldatum in de volgende week. De klok stond niet op de lange lijst die zij in oktober had gemaakt. Er lag een nieuwe bon bij, op een apart klembord. Zij had het benodigde werk eerst bekeken en de uren ervoor vrijgehouden. Vandaag zou zij een deel kunnen afmaken zonder dat zij na iedere deurbel de plek moest terugvinden waar zij was gebleven.
Ze zette koffie, hing haar jas op en deed haar schort voor. Het was vijf voor negen. Op de werkbank lagen alleen de dingen die zij voor het eerste deel van de ochtend nodig had. De grote ronde klok van de sportvereniging hing nog op de testplek. Vrijdag zou die worden gebracht. De tijd van de aflevering stond bevestigd in haar agenda.
Ada schoof de nieuwe kleine klok naar zich toe. Zij nam de gemaakte aantekeningen door en begon. Haar handen kwamen langzaam op gang. Het eerste kwartier dacht ze nog aan de klant die gewoonlijk op maandag kwam om naar de status van zijn klok te vragen. Ze hadden gebeld; donderdag was goed. De afspraak stond op papier. Zij had bijna opgestaan om die regel nog een keer te bekijken.
In plaats daarvan keek ze naar het onderdeel dat voor haar lag. Het licht viel goed. De pincet pakte niet meteen wat zij wilde; ze legde hem neer en nam een andere. Er kwam niemand binnen die het halve kopje op haar werkbank moest zien. Ze zette de koffie toch verder weg.
Toen ze opkeek, was het twintig over tien. Op straat liep iemand met een grote rol inpakpapier. De deurbel had geen enkele keer geklonken. Ada maakte het deel waar ze mee bezig was af, legde het beschermd neer en schreef de tijd op.
Een schaduw bewoog voor het glas. Een man boog zich naar het briefje. Hij hield een plastic tasje in één hand. Hij las de eerste regels, keek naar de gewone openingstijden en zag haar toen achterin zitten. Ada stak haar hand op. Hij wees op de deur.
Zij schudde haar hoofd en wees naar het briefje. Het gebaar voelde lomp. Als zij opstond, kon ze het uitleggen. Een halve minuut maar. Ze bleef zitten. De man las nog eens, tilde het tasje een stukje op en liep weg.
Ada keek hem na tot hij langs de etalage verdwenen was. Ze wist niet wat erin gezeten had. Een klok kon, een horloge ook. Misschien wilde hij alleen weten waar de sleutelmaker was. Op het blad waarop zij haar tijd bijhield, schreef ze geen misgelopen bedrag. Wel stond ze op om de koffiekan weg te zetten. Daarna las ze een ontvangen bericht over een onderdeel, maakte een korte aantekening en liet haar eigen mobiel in het achterkamertje liggen.
Om halfelf ging ze weer zitten. Eén deel van de beurt kostte meer tijd dan zij had geschat. Zij hield op met het najagen van haar ochtendplan en werkte af wat voor haar lag.
Het was twintig voor twaalf toen ze de spullen daarvoor kon neerleggen. Ze schreef er een uur en tien minuten bij en keek naar de eerste regel. Van negen tot twintig over tien was tachtig minuten. Zij liep even rond, streek haar schort glad en begon vijf minuten later aan de papieren.
Voor de lunch werkte zij de bon van de nieuwe klok bij en controleerde de bestelling voor een andere kleine opdracht. Ze belde de leverancier over de code op de verpakking. Een letter bleek bij een andere uitvoering te horen dan zij had aangekruist. Ze spraken de juiste levering af; zij stuurde de bevestiging voordat ze de telefoon neerlegde. Dat halfuur was nodig geweest zonder dat er iets aan de klok op de werkbank was veranderd.
Van kwart over twaalf tot kwart over één hield ze pauze. Ze at haar brood en liep een rondje naar de brievenbus met twee enveloppen. Ze had de inhoud eerder afgemaakt; de wandeling was geen nieuwe klantenrit. Onderweg kocht ze een mandarijn omdat er in de schaal bij de kassa precies één lag. Thuis aten ze vroeger alleen mandarijnen als er een net was, bedacht zij, en meestal bleven de laatste twee dan te lang liggen. Ze rekende af en liep terug.
Bij de winkel stond niemand te wachten. Zij ging naar binnen zonder de deur open te zetten. Het briefje hing recht. In het achterkamertje zette zij thee en at de mandarijn, met de enveloppen weg en de schillen op een schoteltje. Toen de pauze om was, stond ze op.
Een deel van de middag kon ze verder met het handwerk. De kleine klok had een vertrouwde opbouw, maar een krasje op één van de onderdelen was bij ander licht veel beter zichtbaar. Zij maakte er een aantekening van en keek opnieuw naar wat er nodig was. De begrensde beurt bleef dezelfde. Er kwam geen extra restauratie bij omdat niemand haar kon onderbreken.
Na een uur legde ze de klok weg. Ze pakte de gegevens van de stationsklok en controleerde de transportafspraak. De chauffeur zou vrijdag na sluiting komen. Remco was dan bij de vereniging, de bestaande ophangplek was nagekeken en er was iemand om de deur open te houden. Ada moest zelf mee voor het plaatsen en de controle. Dat was afgesproken en betaald vervoer, met tijd ervoor op haar eigen bon. Ze liet niets over voor een toevallig telefoontje aan Mara.
Daarna sorteerde zij de beschermende verpakking en legde de gemerkte losse delen klaar die bij het vervoer apart moesten blijven. De klok bleef tot vrijdag op zijn plek. De werkbank kreeg alleen het klembord waarop ze de laatste waarnemingen zou noteren. Met die voorbereiding en de onderdelenadministratie was nog een halfuur voorbij.
Om kwart voor drie belde de vaste telefoon. Ada keek ernaar. Ze nam niet op; de beller hoorde de mededeling van die dag. Even later klonk er buiten een tik tegen het glas. Een vrouw had op het briefje gewezen en liep alweer verder. Ada wist niet of het dezelfde beller was. Zij stond op, liep naar het achterkamertje en dronk haar thee op. Die was koud geworden.
Het laatste uur ging beter dan het eerste. Zij kon een werkstuk afronden zonder de hele beurt meteen klaar te verklaren. Er moest nog gemonteerd en gecontroleerd worden, en daarna tijd om het lopen te zien. De eigenaar kreeg zijn klok de volgende week. Er was geen reden om nu een vroegere datum te noemen omdat de maandag anders zo weinig zichtbaar had opgeleverd.
Om vier uur legde ze de pincet neer. Zij keek naar de regels op haar vel. Het werk met haar handen kwam op vier en een half uur. Een uur was naar onderzoek, bonnen en onderdelen gegaan. De rest van de zes beschikbare uren zat in onderbrekingen, even lopen, wat opnieuw moest worden bekeken voordat ze verder kon. Daarnaast was er de gewone lunchpauze geweest. Dat laatste uur stond niet bij de zes.
Ze telde nog eens. Een uur en twintig, een uur en tien, een uur, het laatste uur. Vier en een half. Er stond niet hoeveel zij daarvan uiteindelijk in rekening kon brengen. Dat hoorde bij het afgesproken werk en de prijs, niet bij iedere keer dat zij op haar horloge keek.
Ada vouwde het proefbriefje niet op. Ze hing er een klein vel bij: morgen weer open vanaf negen. De oude tijden golden nog steeds. Daarna borg ze haar werk op en trok haar jas aan. Het was nog licht genoeg om de kleur van de gevel te zien. De regen van de middag had hem donkerder gemaakt.
Die avond thuis keek ze één keer naar het urenblad. Zij had het meegenomen omdat ze het anders woensdag misschien weer op de werkbank zou willen zoeken. Er stonden ook de kosten van het aangenomen werk bij. Eén maandag kon haar niet vertellen of de klanten in januari terug zouden komen. De man met het plastic tasje had zij niet eens gesproken. Zij legde het blad bij het schrift en zette een pan op het vuur.
Vrijdagavond kwam de chauffeur om tien over zes. Ada had de deur voor de laatste klant gesloten en de klok met haar bescherming klaarstaan. De ronde houten rand maakte de doos groter dan de meeste pakketten die zij aannam. Samen brachten ze hem naar de wagen. Zij controleerde dat alle gemerkte delen mee waren. De map met de afgiftebon hield zij bij zich.
Onderweg keek ze naar de ramen van de huizen. Bij een keuken stond iemand met een schort nog om aan de telefoon. De chauffeur vroeg welke ingang ze moesten hebben. Ada wees de zijdeur aan die Remco had genoemd. Ze belde toen ze voor het hek stonden. Het duurde even voordat iemand het openkwam doen; binnen werd op een ander veld nog gespeeld.
Remco de Wit liep voor hen uit. Hij had een sleutelbos en een sporttas in dezelfde hand, zodat bij iedere stap iets tegen de metalen ringen sloeg.
‘Hier moet hij weer,’ zei hij.
Op de muur was een ronde, lichtere afdruk zichtbaar. De bestaande bevestiging was zoals afgesproken gecontroleerd. Ada keek er zelf naar en vroeg waar zij de verpakking konden neerzetten. De chauffeur wachtte terwijl zij de afzonderlijk beschermde delen terugzette. Daarna hingen zij de klok met hulp op. Ada liet hem niet los voordat hij goed zat. Remco ging midden in de ruimte staan om te kijken of hij recht hing.
‘Zoiets?’ vroeg hij.
Ada keek van opzij. Ze controleerde de plaatsing en liet de klok lopen. Terwijl ze luisterde, kwam een vrouw met een krat ballen binnen. Ze zette het onder de klok neer en vroeg of het ding nu ook gongslagen gaf.
‘Hij heeft geen slagwerk,’ zei Ada.
‘O. Dan moet ik toch naar mijn telefoon blijven kijken.’
De vrouw tilde het krat weer op. Remco legde uit dat een paar mensen hem vroeger stationsklok hadden genoemd en dat de naam gebleven was. Ada keek naar de slinger en naar de afstand tot het hout. Daarna vroeg zij hun de klok de eerste dagen op dezelfde plaats te laten en de waarnemingen door te geven zoals afgesproken.
Remco pakte een pen uit zijn tas. Hij had op een vel de vragen geschreven die hij wilde stellen. Zijn belangrijkste vraag ging over wie binnen de vereniging het vaste aanspreekpunt moest zijn. Er waren te veel mensen die dachten dat iemand anders iets bijhield. Ada stelde voor het bij de ene naam te houden die nu op haar bon stond. Hij schreef de afspraak op het vel en schoof het niet bij haar map, maar bij zijn eigen sleutelbos.
Zij nam de tijd om de werking na het plaatsen te controleren. De chauffeur hielp intussen de lege doos in elkaar te schuiven. Hij keek op zijn telefoon, niet op zijn horloge. Zijn wachttijd hoorde bij de rit; Ada had dat gevraagd toen ze het vervoer besprak. Remco tekende de afgifte. De klok hing waar hij moest hangen. Ada stopte de bon in haar map en keek nog één keer vanuit de deuropening naar het uurwerk.
‘Als het geluid anders wordt, eerst even bellen,’ zei ze. ‘Dan spreken we af wat er nodig is.’
Remco knikte. Achter hem begon iemand een bal met zijn voet stil te leggen. Hij miste hem en moest er achteraan. Ada ging met de chauffeur terug naar buiten.
Op dinsdag belde Remco. De klok liep, maar er was sinds maandag een ander geluid bij gekomen. Een kort ratelend tikje dat niet iedere keer kwam. Ada liet hem beschrijven wanneer hij het hoorde. Er was niet aan de klok gewerkt, zei hij. Wel was er in de ruimte versiering opgehangen voor een bijeenkomst.
‘Kunt u me eerst een stukje laten zien?’ vroeg ze.
Ze spraken af dat hij een kort beeld zou sturen en daarna terugbellen. Er kwam iemand binnen voor een horlogebandje. Ada hielp hem, sloeg de doos met maten open en liet hem zelf kiezen tussen twee kleuren. Toen hij weg was, stond het filmpje op haar mobiel.
De klok hing op dezelfde plek. Langs de houten rand bewoog een smal plastic vlaggetje. Het raakte de kast af en toe wanneer de deur van de sportzaal openging. Op het beeld klonk het alsof er een tweede, snellere tik tussen de gewone tikken zat.
Ada belde terug. ‘Er komt iets tegen de kast.’
‘Dat vlaggetje?’
‘Dat zie ik. Als dat vrij hangt, kunnen jullie luisteren of het geluid dan nog komt.’
Remco legde de telefoon neer. Ada hoorde stemmen, het schuren van iets over een tafel en daarna een kort gesprek dat niet voor haar bedoeld was. Zij keek intussen naar de nieuwe kleine klok die na de maandagproef weer in elkaar was gezet en zijn waarnemingstijd kreeg. De afhaaldatum voor de eigenaar bleef donderdag.
Remco kwam terug. ‘Ze hebben het daar weggehaald. Ik hoor het niet meer.’
‘Laat iemand ook even luisteren als die deur opengaat.’
Hij deed het. Het geluid bleef weg. Zij spraken af dat hij zou terugbellen als het toch opnieuw kwam. Voorlopig hoefde zij de klok niet terug te nemen om hem in de winkel iets te laten doen dat daar niet zou optreden.
Na het gesprek schreef Ada op de bon wat er was gezien en wat Remco bevestigd had. Zij sloot de afgifte af met de korte nazorgaantekening erachter. Onder de oude datum stond nu die van vandaag.
De map van de lange lijst uit oktober lag nog in de kast. Ada haalde hem eruit en sloeg de bladen om. Saskia had haar mantelklok opgehaald. De tafelklok van Paul was met al zijn delen teruggegaan. De drie onbeoordeelde stukken die zij niet aannam waren al in november door hun eigenaars gehaald; hetzelfde gold voor het laatste afgewezen werkstuk. De twee klokken die Jeroen op een vrijdag eind november had meegenomen, waren die zaterdag door hun eigenaars bij hem opgehaald. De bevestigingen zaten achter de toestemmingen. Het andere stuk, dat via hem bij haar teruggekomen was, was de week daarna afgehaald. Alle andere regels hadden een bestemming en een datum. Nu kon ook de ronde klok van de Zoom dicht.
Ze keek of de laatste terugbetalingen en de ontvangsten bij de juiste bladen zaten. De novembermaand was inmiddels afgesloten. Na de negentig minder in september, de honderd in oktober en de extra onderzoeksfactuur bleef van de vrije buffer drieduizend achthonderddertig over. Klantgeld en reserveringen stonden apart. Het bedrag voor het proefrisico zou uit diezelfde pot moeten komen.
Ada legde de oude voorraadmap op de bovenste plank. De nieuwe bon van de lichte wandklok bleef op het klembord. Donderdag zou die worden afgehaald als de laatste controle goed bleef. Zij keek naar de tijd en zette de werklamp aan. Er lag werk voor het volgende uur. De deur stond open voor wie vandaag volgens de gewone tijden binnen wilde komen.