Woensdag gesloten
Hoofdstuk 23 van 240%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 23 · 14 minuten lezen

Nieuwe letters

Ada had de eerste versie van het nieuwe bord op de werkbank gelegd. De woorden pasten, de cijfers niet. Bij de zaterdag stond de tien zo dicht tegen de rand dat het leek of de één er niet helemaal bij hoorde.

Mara keek ernaar met haar jas nog aan. Ze had haar laptop in de tas, zoals haar moeder had gevraagd. Het papier waarop zij de openingstijden hadden veranderd lag ernaast. Vanaf de eerste volledige week van januari, stond erboven. De huidige decembertijden zaten nog gewoon achter het raam.

‘Als je hier iets smaller begint,’ zei ze, ‘houd je daar ruimte over.’

Ada hield de gum boven de zaterdag. ‘Alleen dit rijtje?’

‘Dan wordt het scheef. Ik zou de hele kolom doen.’

Haar moeder zuchtte. Ze trok een stoel bij en gumde de cijfers weg. Aan de punt van haar potlood zat een papiertje met de goede tijden. Ze had het vastgeplakt om niet steeds naar het grote blad te hoeven kijken. Tijdens het gummen viel het los.

Mara pakte het op. Maandag werkplaats, woensdag gesloten. Dinsdag, donderdag en vrijdag voor klanten vanaf elf uur, tot vijf. Zaterdag tien tot één. De kleine werkuren vóór de publieke opening stonden op het andere blad in Ada's schrift. Die hoefden niet allemaal op de gevel.

‘Je moet de mensen wel zeggen dat ze maandag niet naar binnen kunnen,’ zei Mara.

‘Daarom staat er werkplaats.’

‘Dat snappen ze misschien niet allemaal.’

Ada keek naar haar. Mara keek terug naar de cijfers. Zij kon nu een extra strook maken met niet voor klanten en vooraf bellen en uitzonderingen op afspraak. Het bord zou breder worden dan de deur.

‘Gesloten voor bezoek,’ zei ze. ‘Dat kan eronder. Klein, maar leesbaar.’

Ada schreef het eerst op het losse papier. Ze las het met haar bril iets verder van haar neus. ‘Dat kan.’

Mara trok haar jas uit. Buiten reed een brommer voorbij die nog lang in de straat te horen bleef. Op de werkbank lagen geen onderdelen naast het bord. Haar moeder had er een schone onderlegger op gelegd. Er hoefde niets op de vloer omdat Mara een laptop meegebracht had.

Ze startte hem en draaide het scherm naar Ada. De inloggegevens waren nog dezelfde. Haar moeder zocht het briefje in het schrift; de pagina was inmiddels geplakt met een strook tape. Zij typte langzaam. Mara wees één keer naar een vakje dat nog open moest, verder hield ze haar handen rond haar koffie.

Ada wijzigde eerst de website. Ze las de tijden hardop, stopte bij de maandag en keek op haar eigen blad. Ze schreef erbij vanaf wanneer het gold en bewaarde de wijziging. Daarna wilde zij het resultaat zien. Op de gewone pagina stond de oude versie nog.

‘Hij heeft het niet gedaan.’

‘Misschien moet je deze opnieuw openen.’

Ada deed het. Nu verscheen de aankondiging. Zij bekeek hem zonder iets aan te raken. Het huidige rooster bleef zichtbaar, met daaronder de nieuwe tijden voor januari. Op het andere scherm waar zij de winkelgegevens bijhield, stelde ze de toekomstige wijziging in. Daar duurde het langer om de juiste datum te vinden. Mara wachtte terwijl haar moeder een week terugging en daarna weer vooruit.

‘Dat is het nadeel van al die pijltjes,’ zei Ada. ‘Je komt overal, behalve waar je heen wilt.’

Toen de wijziging klaarstond, vroeg zij hoe ze later kon controleren of die ook echt in was gegaan. Mara liet haar zien waar ze als gewone bezoeker moest kijken. Ada schreef de paar woorden op de achterkant van het tijdbriefje. Zij vouwde het niet klein; het ging voorin haar schrift, waar ze het kon terugvinden.

De bel ging. Een vrouw die Mara eerder in de winkel had gezien, kwam een modern klokje ophalen. Ada had het de vorige dinsdag voor een nieuwe ophanging aangenomen; het was een van de kleine nieuwe klussen op het aparte klembord. De vrouw vroeg of het zonder doos mee kon. Ada keek naar de maat en vroeg of zij iets had om het in te beschermen. Er volgde een gesprek over een tas in de fietstassen van haar man. Mara klapte haar laptop halfdicht om de koffie die naast het scherm stond te verplaatsen.

‘U bent zeker degene van dat nieuwe plan,’ zei de vrouw tegen haar. Zij wees naar het bord met de nog lege zaterdagkolom.

Mara keek op. ‘Mijn moeder heeft de tijden gekozen. Ik help met de letters.’

‘O. Mijn dochter doet bij mij ook alles met die computer.’

Ada kwam terug met het klokje en een stuk bescherming. Zij liet de vrouw het nieuwe ophanglusje aan de achterkant zien. De vraag aan Mara had zij niet gehoord. De klant vertelde nog dat ze juist graag op maandagen kwam, als de rest van de straat rustig was. Ada legde uit vanaf wanneer de wijziging gold. De vrouw had er weinig zin in maar stopte het kaartje met de tijden wel bij haar bon.

‘Dan zal ik voortaan op vrijdag moeten,’ zei ze.

‘Vanaf elf uur,’ zei Ada.

De vrouw keek naar het kaartje en knikte. Zij ging naar buiten om de man met de fietstas te zoeken. Mara keek naar de zaterdag op het bord. Haar moeder had de gumstrepen weggeveegd, maar ze waren onder het licht nog een beetje zichtbaar.

Ze tekenden de cijfers opnieuw. Mara hield het papier met de goede verdeling naast de rand. Ada schreef en vroeg bij de laatste nul of hij te smal was. Het was niet Mara's eigen handschrift, niet de precieze letter die zij op het bureau voor een opdrachtgever zou laten afdrukken. Vanaf een paar stappen afstand kon zij alles lezen.

‘Zo laten,’ zei ze.

Ada liet haar het bord voor de ruit houden. Met een duim op de hoek bleef het precies hangen waar het later zou komen. De vrouw en haar man reden al weg. Aan de overkant bleef iemand stilstaan om de aankondiging te lezen. Hij liep daarna verder zonder binnen te komen.

Mara pakte haar laptop in. Het bord moest nog worden afgewerkt; haar moeder zou het daarna zelf ophangen, met de aankondiging van de ingangsdatum erbij. De gewone zaterdag liep nog tot één uur. De nieuwe klok van de maandagproef was donderdag afgehaald. Ada wees naar het klembord waar die bon bij lag, toen Mara vroeg of hij goed was gebleven. Ze zei ja en ging verder met het potlood.

Voor de deur merkte Mara dat ze haar sjaal op de stoel had laten liggen. Zij ging terug. Ada schoof hem naar haar toe zonder op te staan.

‘Veel plezier vanavond.’

‘Dank je.’

‘Groet haar maar. Ook al weet ze waarschijnlijk niet wie ik ben.’

‘Dat weet ze wel.’

Op straat trok Mara de sjaal om haar hals. Haar telefoon zat onder de laptop in haar tas. Zij haalde hem er pas bij de halte uit, waar ze moest kijken wanneer de bus kwam. Er was ruim tijd voor haar eigen boodschappen en voor het eten dat zij met Ellen had afgesproken. Ze hoefde niet rechtstreeks van de winkel naar de volgende deur te rennen.

Om vijf uur belde ze bij het nieuwe adres aan. De naam op het plaatje stond nog scheef. In de woning boven de ingang klonk muziek, niet hard genoeg om het liedje te herkennen. Ellen deed de deur open met een vaatdoek over haar schouder.

‘Je hebt het gevonden.’

‘Je had het adres gestuurd.’

‘Sommige mensen weten dan nog naar mijn oude huis te gaan.’

In het halletje stonden twee paar schoenen en een platte doos die tegen de muur leunde. Er was geen verhuischaos meer waar Mara voor moest uitwijken. Ellen nam de tas met het eten aan en vroeg of zij eerst de kamer wilde zien of meteen wijn.

‘Dat kan toch tegelijk?’

‘Mooi. Ik heb ook maar één rondleiding voorbereid.’

De woonkamer keek uit op de achterkanten van huizen. Het balkon zat aan de zijkant en was inderdaad net breed genoeg voor één stoel. Er stond een pot met een kale plant naast. Ellen zei dat de plant volgens het kaartje nog niet dood hoorde te zijn, maar dat ze hem geen nieuwe pot ging kopen voordat hij iets liet zien.

‘Hij kan gewoon wachten tot het voorjaar,’ zei Mara.

‘Dat kan hij. Ik ook. Alleen heb ik geen kaartje waar dat op staat.’

Ze liepen de kamers door. De slaapkamer had een raam waarvan de bovenkant niet makkelijk open wilde. Ellen had er een stokje voor gekocht dat te kort bleek. Ze liet Mara het ding zien alsof zij allebei van de fout moesten genieten, niet alsof het nu gemaakt moest worden. In de logeerkamer stond nog een doos dicht.

‘Die heet winter,’ zei Ellen. ‘Maar daar zitten mijn zomerschoenen in. Ik had nog een doos nodig.’

Mara lachte. Ze had zelf dozen waar werk op stond en vervolgens alleen maar kabels uit kwamen waarvan ze niet meer wist voor welk apparaat ze waren.

Ze gingen terug naar de keuken. Ellen had de tafel al vrijgemaakt. Er lagen alleen twee borden en een zak noten. Mara haalde de ingrediënten uit haar tas. Zij zouden iets met pasta maken dat op het papiertje eenvoudiger had geleken dan het was: de groente moest eerst gebakken, de saus had een citroen nodig en Ellen had alleen limoenen.

‘We kunnen de buurvrouw vragen,’ zei Mara.

‘Ik heb haar pas één keer gesproken. Dat ging al over een ladder die ik nog niet terug kon geven. Ik begin liever niet met een complete uitleenlijst.’

Ze gebruikten een limoen. Ellen sneed de groente, Mara zette water op. Een van de messen was zo bot dat de courgette over de plank rolde. Ellen gaf haar een ander en zei dat ze het botte alleen bewaarde omdat het zo'n mooi heft had. Mara wilde zeggen dat je het kon laten slijpen. Ze zei het ook. Ellen knikte en schoof het terug in de la, alsof beide dingen tegelijk waar konden zijn: een slijpbaar mes en een la die nu dichtging.

Tijdens het koken vertelde Ellen over haar nieuwe straat. Niet de stilte waarvoor zij gekomen was; daarvan was meestal genoeg. Het waren de geluiden die op andere momenten kwamen dan zij verwachtte. De buurman zette op zondag om zeven uur een kastdeur open die tegen haar muur sloeg. Iemand oefende op een blaasinstrument dat zij nog niet kon benoemen. Gisteren had ze het geluid aangezien voor een bezorgbus die achteruitreed.

‘Je gaat nog van allebei houden,’ zei Mara.

‘Van de bezorgbus misschien.’

Ellen roerde in de pan. Ze vertelde over haar broer, die bij de verhuizing een karretje had gehuurd en vervolgens alle planken met dezelfde kant naar buiten had gedragen. Nu zaten de gebruikssporen op de zichtbare kant. Ze had hem er niets van gezegd; niet uit grootmoedigheid maar omdat ze het pas drie dagen later zag. Hij had wel alle dozen met boeken naar boven gebracht. Ze moest hem nog eens uitnodigen zonder dat er iets te dragen viel.

Mara keek naar het dampende water. ‘Je had mij gevraagd.’

‘Ja.’

‘Ik had eerder moeten afzeggen.’

Ellen legde de lepel op een bord. ‘Vooral dat. Toen ik niets hoorde, dacht ik dat je nog kwam. Maar het is allemaal boven.’

Ze zei het zonder de laatste woorden extra licht te maken. Mara had een uitleg kunnen geven over de wand in het postkantoor, de vier panelen en de telefoontjes van die dag. Ellen kende het begin daarvan. Het veranderde niets aan de uren waarin zij gewacht had.

‘Het spijt me,’ zei Mara.

Ellen knikte. ‘Pak jij het vergiet? Onder die andere pan.’

Het vergiet paste precies boven de gootsteen, maar de handgreep van de pan niet. Ze moesten de kraan opzij draaien. Terwijl zij de pasta afgoten, sloeg de vaatdoek van Ellens schouder in de gootsteen. Ze gooide hem daarna in de wasmand en pakte een schone. De saus had wat meer water nodig. Het eten kwam op tafel zonder dat zij wisten of ze de juiste hoeveelheid gemaakt hadden.

Ze hadden te veel gemaakt. Ellen wilde het restant meteen bewaren en stond halverwege de maaltijd op om een bakje te zoeken. Mara schoof haar bord opzij toen zij terugkwam. Er bleef een klein stukje citrusschil aan de rand plakken.

‘En hoe loopt het met die tentoonstelling?’ vroeg Ellen.

Mara vertelde over de foto's. De grote fout, maar ook de vrouw die bij de bibliotheek herinneringen aan een schoenwinkel had, en Hester die geen tekst meer wilde over voorgoed veranderde steden. Ellen vroeg of er een foto van haar oude straat tussen zat. Mara wist het niet zeker. Ze noemde de namen die ze zich herinnerde. Ellen haalde een papier uit de krant dat ze daarvoor had uitgeknipt en vervolgens onder een onderzetter had gelegd. Het ging over een andere tentoonstelling.

‘Ik dacht dat dit hem was.’

‘Nee. Die van ons is kleiner.’

‘Dan moet ik de echte nog gaan zien.’

Ze bekeken de paar foto's op Mara's telefoon. Ellen zoomde in op een reclamebord achter een tram. Mara dacht eerst dat ze het bijschrift wilde lezen, maar zij wees op de jurk van een vrouw naast de halte. Dat was precies de vorm die haar tante nu droeg, zei ze, alleen heette het dan weer anders. Op de volgende foto zag ze een hond die te snel bewogen had. De kop was een vlek. Ze vonden hem allebei mooier dan de keurig scherpe fiets ernaast.

Na het eten zette Ellen koffie. Mara droeg de borden naar de keuken. De platte doos uit de hal leunde nu tegen de kamerdeur. Op de buitenkant stond een smal kastje met drie planken afgebeeld. Ellen tikte er met haar voet tegen toen ze terugkwam.

‘Dat is de enige verhuishulp die nog in zijn doos zit.’

‘Zal ik kijken?’

‘Als je zin hebt. Ik ben tot de tweede tekening gekomen en toen heb ik alles teruggedaan. Die man op het plaatje had geen vingers.’

Ze maakten ruimte op het kleed. Niet de hele kamer, alleen genoeg om de delen neer te leggen. Mara ging op haar knieën zitten; Ellen haalde de schroeven uit een boterhamzakje dat in de doos zat. Er bleken twee zakjes te zijn. In het tweede zaten dezelfde soort schroeven, maar een ander aantal.

‘Misschien heb je reserve,’ zei Mara.

‘Of ik mis straks een bovenkant.’

De instructie had geen woorden. Op de eerste tekening stond het kastje al half in elkaar, met pijlen naar gaten die zij in de echte planken nauwelijks konden vinden. Ze draaiden het eerste zijstuk om. Aan de achterkant zat een sticker die ondersteboven was geplakt. Ellen hield hem tegen het licht en zei dat het meubel nu al meer perspectieven had dan haar hele rondleiding.

Mara zocht de juiste schroevendraaier. Zij had geen gereedschap meegenomen. Ellen had er drie, waarvan er één uit een kerstpakket kwam en de kleinste kop had. Ze probeerden eerst de grootste, daarna de middelste. De kleinste bleek het beste te passen.

Na twintig minuten stonden er twee planken vast tussen twee stijlen. Het geheel lag nog op zijn kant. Zij hielden het voorzichtig overeind en zagen dat de derde plank precies de verkeerde kant op zou wijzen als ze doorgingen zoals op de tekening. Mara pakte het papier opnieuw en volgde de dunne lijnen met haar vinger.

‘Deze staat achterstevoren.’

Ellen keek naar de onderste plank. ‘Die zit juist zo mooi.’

‘Hij kan ook weer los.’

‘Dat geloof ik meteen.’

Ze keken allebei naar de koffie, die op de tafel koud stond te worden. Ellen pakte haar kopje en ging op de bank zitten. Mara hield het zijstuk nog even vast. Daarna legde ze het kastje neer waar het niet kon omvallen en ging naast haar zitten.

‘Dan heb ik in elk geval een heel nette dubbele plank,’ zei Ellen.

Ze lachten. Op de televisie zochten zij naar een film die Ellen halverwege had uitgezet omdat ze niet wist of het aan het geluid of aan het verhaal lag. Nu begrepen zij allebei iets meer doordat zij de ondertiteling aanzetten, maar de film werd er niet logischer van. Er reed steeds een auto naar een huis waar niemand leek te wonen.

Mara bleef tot de film afgelopen was. Haar telefoon had eenmaal getrild, ergens in de tas. Ze keek bij het aantrekken van haar jas. Een bericht van de groepsagenda op het werk, automatisch verzonden. Ellen gaf haar het bakje pasta mee en hield een ander bakje zelf. De schroeven lagen weer in de zakjes, naast het kastje. Niemand had een nieuwe klusdatum gemaakt.

Op de stoep draaide Mara zich nog even om. Ellen stond in het verlichte halletje met de vaatdoek opnieuw over haar schouder. Zij stak haar hand op en sloot daarna de deur. Mara liep naar de halte. In haar tas drukte het bakje tegen de laptophoes. Ze schoof er haar sjaal tussen voordat ze ging zitten.

Hoofdstukken

Woensdag gesloten

  1. 01De klantenstoel11 minuten
  2. 02De korte pen10 minuten
  3. 03Donderdag komen ze niet allemaal10 minuten
  4. 04De lege middag12 minuten
  5. 05De tweede proef12 minuten
  6. 06Een nette buitenkant12 minuten
  7. 07Achter het bord13 minuten
  8. 08De zaterdagafspraak12 minuten
  9. 09De kolom ernaast11 minuten
  10. 10Invoegen11 minuten
  11. 11Het onderdeel dat wel paste12 minuten
  12. 12Niet alle klokken11 minuten
  13. 13Vier panelen over12 minuten
  14. 14Het hele schrift13 minuten
  15. 15De prijs van teruggeven11 minuten
  16. 16Een andere handtekening11 minuten
  17. 17Geen les11 minuten
  18. 18Een klok minder10 minuten
  19. 19De laatste data11 minuten
  20. 20Wat januari kost10 minuten
  21. 21De laatste muur10 minuten
  22. 22Niet nog een ronde13 minuten
  23. 23Nieuwe lettersJe leest nu14 minuten
  24. 24De ruimte voor de bocht14 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.