Hoofdstuk 9 · 10 minuten lezen
Niet het hele leven
Op de achterkant van de kaart stond nog zomerdrankjes. Vera draaide hem om en schreef fotoavond boven aan de lege zijde. Ze begon met een potlood, zodat ze de tijd nog kon veranderen. Op een donderdag kwam er niet genoeg volk langs om iets te proberen; vrijdag leek beter, na het eten. Ze schreef geen datum op. Eerst moest de presentatie van de stichting doorgaan.
Milan kwam binnen met de buitenkaart onder zijn arm. Het regende te hard om hem neer te zetten. Hij zag het potlood en vroeg of ze weer een rekening kwijt was.
‘Een idee.’
‘Daar hebben we nu ook een map voor?’
‘Een héél kleine.’
Hij zette de natte kaart tegen de muur. Vera schoof haar vel onder de inkooplijst, niet om het te verbergen maar omdat er een klant naar binnen kwam die koffie wilde. Anouk kwam achter hem aan. Ze had de kleine presentatiemap bij zich en trok haar jas uit voordat Vera het kon aanbieden.
Ze gingen bij de keukendeur zitten. Milan deed de bar. Om halfelf moest Vera weer beschikbaar zijn voor zijn pauze. Ze had een tweede kopje koffie voor zichzelf gezet, hoewel de eerste nog naast de kassa stond.
‘We kunnen dinsdag,’ zei Anouk. ‘Sanne heeft tijd vrijgemaakt.’
Ze noemde het ochtenduur en Vera schreef het op. Anouk zou de opdracht en de inhoudslijst meenemen. Ze zouden samen kijken naar de twee dozen en wat de stichting bij binnenkomst had gefotografeerd. Geen hele bestanden verder doorsturen zonder dat ze wisten waarvoor. Vera had het in haar conceptbericht ruimer opgeschreven; ze verbeterde het woord alles tot de gemonteerde werkbeelden en liet Anouk de zin lezen. Toen verzond ze hem.
‘Zo,’ zei Anouk. Ze legde haar telefoon weg. ‘Wat heeft Dorus je gegeven?’
Vera haalde de kopie uit haar tas. Anouk herkende de afsnede meteen. Het nummer van Erik stond er nu onder, in de inkt die de eerste strepen had overgeslagen. Meer had hij niet laten zien.
‘Hetzelfde,’ zei Anouk.
‘Ik ga Erik spreken.’
‘Heeft hij al geantwoord?’
‘Ik moet nog bellen. Ik wilde eerst met jou afstemmen.’
Anouk keek naar het nummer. ‘Voor jouw eigen afgifte hoef je niet op mij te wachten.’
Vera voelde zich betrapt op het uitstellen van iets wat zij juist steeds belangrijk had genoemd. Ze had vrijdagmiddag achter de bar gestaan. Daarna was het avond geworden. En zaterdag begon zij met een kaart voor een fotoavond waarvan niemand nog wist of hij kon bestaan.
‘Ik bel vandaag,’ zei ze.
Anouk knikte. Ze pakte de kleine map op om hem op de lege stoel naast zich te leggen. Daar lag Vera's vel onder de lijst niet helemaal vlak. De kaart schoof naar voren en het woord bovenaan werd zichtbaar.
‘Wat is dat?’
Vera trok het vel niet weg. ‘Ik dacht aan een avond hier. Als de stichting die foto's laat zien. Met wat mensen die nog weten hoe het was.’
‘Hier?’
‘Niet in plaats van de presentatie. Meer ernaast. Mensen kunnen dan hier beginnen, of een andere keer iets vertellen. Ik hoef geen echte tentoonstelling.’
Ze hoorde hoe snel ze de omvang kleiner maakte. Anouk had alleen gevraagd waar. Ze keek naar de tijd die Vera in de hoek had geschreven en naar de lege ruimte voor een datum.
‘Wie gaat dat vertellen?’
‘Dat weet ik nog niet. Er zijn genoeg mensen geweest.’
‘Heb je het aan ze gevraagd?’
‘Het is een idee.’
‘Dat zei je.’
Aan de bar viel een lepeltje op de vloer. Milan raapte het op en legde een schoon exemplaar op het schoteltje van de klant. Vera had naar hem willen kijken, even iets gewoons doen, maar hij had haar niet nodig.
‘Sanne vond het goed om kaarten hier neer te leggen,’ zei ze.
‘Dat is niet hetzelfde.’
‘Nee.’
Ze had op woensdag meer ruimte aangeboden dan Sanne vroeg. Het had op dat moment eenvoudig geklonken. Kaarten op een tafel, mensen die elkaar tegenkwamen. Zij schonk koffie. Misschien kwamen ze later nog eens terug.
Anouk liet de kaart op tafel liggen. ‘Wat wil je van mij?’
‘Nu niets. Ik dacht alleen dat jij misschien kon zeggen wat erop stond. Als je de spullen terug hebt.’
‘Vera, ik weet nog niet eens waar alles is.’
‘Dat weet ik.’
‘Ik ben niet aan het oefenen voor een avond bij jou.’
Vera zette haar kopje neer. Ze had het nog niet leeggedronken en wilde er ook niet meer uit drinken zolang ze antwoord moest geven. Het woord fotoavond leek nu een stuk groter dan het met potlood op de kaart stond.
‘Dat bedoel ik niet.’
‘Maar je hebt het wel al bedacht.’
‘Ik heb ook bedacht dat ik niet achter een papier wil staan waarin staat dat ik vijf dozen heb aangenomen. Ik heb niets weggemaakt.’
Anouk keek op. ‘Dat zeg ik toch niet?’
‘Dorus zegt dat het hier terug is gekomen. Op een briefje met mijn letter eronder. En intussen hangt zijn collectie aan mijn raam.’
Ze sprak harder dan ze wilde. Een man bij de leestafel keek naar hen en weer terug naar zijn krant. Anouk legde haar hand op de kleine map, alsof ze moest voorkomen dat hij wegschoof.
‘Dan wil jij dat uitzoeken. Dat begrijp ik. Maar ik wil mijn werk terug. Ook wat niet op die avond past. Ik moet daar nu steeds om vragen alsof ik iets lastigs bedenk.’
Vera dacht aan haar vraag van maandag: wat waren het voor dozen? Zij had die vraag gesteld omdat een map en vijf dozen niet hetzelfde waren. Anouk had hem gehoord nadat ze dagenlang precies hetzelfde had uitgelegd aan iemand die de inhoud kende.
‘Ik heb nooit gezegd dat je iets moest komen doen.’
‘Nog niet.’
Anouk zei het zonder venijn. Ze keek even naar de bar, waar de klant zijn kopje naar de rand schoof. ‘Dat is juist waarom ik het nu zeg.’
Vera trok de inkooplijst onder de kaart vandaan. Het papier bleef aan een ringetje koffie kleven en kwam met een nat hoekje los. Zij had het hele voorstel nog niet aan iemand gestuurd. Het stond op de achterkant van een oude kaart. Ze kon het opbergen zonder een zaal af te zeggen.
Maar ze wilde het niet alleen opbergen omdat Anouk keek.
‘Er lopen minder mensen langs,’ zei ze. ‘Sinds die tunnel. Niet iedereen bleef vroeger zitten, maar je zag ze. Nu zitten ze beneden al aan de andere kant voordat ze bedenken dat ze koffie kunnen nemen.’
‘Dat is vervelend.’
‘Ja.’
Ze hoorde hoe klein dat klonk. Een zakelijke vraag naar waar de klanten waren gebleven, tegenover iemand die haar hele archief zocht. Ze had het daarom niet willen zeggen. Dan leek het of zij de dozen vooral nodig had om de tafels vol te krijgen.
Anouk keek naar het raam. Daar hing het affiche nog. ‘Ik ben ook kleiner gaan werken omdat de studio te duur werd.’
‘Daarom dacht ik dat je het zou begrijpen.’
‘Ik begrijp het. Maar mijn foto's zijn geen routebord naar jouw deur.’
Het was een harde zin, ook omdat Anouk hem rustig uitsprak. Vera pakte de kaart en schoof hem weer onder haar eigen lijst. Niet bij de stukken van Anouk.
‘Ik zal je er niet voor inplannen.’
‘Dank je.’
‘En ik ga geen foto van de dozen rondsturen om iemand te vinden die er iets over weet. Dat had ik ook even bedacht.’
Anouk deed haar ogen een ogenblik dicht. ‘Dat wilde je op internet zetten?’
‘Ik heb het niet gedaan.’
‘Doe het dan voorlopig niet. Straks noemt iemand een buurman en zit ik uit te leggen dat die man hier niets mee te maken heeft.’
Vera knikte. Ze pakte haar telefoon en opende haar notities. Er stond een regel onder het adres van Dorus: herkenbare hoek, mensen vragen? Ze schrapte die. Het was geen groot offer; juist daarom was het niet prettig om te merken hoe lang zij hem had laten staan.
‘Eerst Erik,’ zei ze. ‘Die heeft die aflevering werkelijk gedaan.’
‘Ja.’
Milan kwam vragen of de kopjes weg konden. Vera liet de hare meenemen. Die van Anouk was leeg. Hij keek niet naar de kaart die nu half onder de inkooplijst stak en begon niet over de tijd. Ze zag zijn blik wel even naar de klok gaan.
‘Je vervanging kost ook gewoon geld,’ zei Anouk toen hij weer naar de bar liep.
‘Dat weet ik.’
‘Je hoeft van mij niet al je vrije tijd te vullen.’
Vera wilde zeggen dat het zo erg niet was. Ze had er woensdag vier uur voor betaald. Met het bedrag dat zij aanhield voor vervanging was dat achtentachtig euro. Er stond nog ruim zeshonderd. Ze kon voor een paar afspraken best iets vrijmaken.
Het was alleen ook het geld voor drie dagen weg. Ze had geen reis geboekt. Ze had een appartementje aan de kust opgezocht, buiten de schoolvakanties, en bekeken hoe ze het café met Milan en Yasmin kon laten draaien. Niet in de zomer, toen iedereen iets wilde, maar nu het rustiger werd. Ze zou 's ochtends kunnen blijven liggen zonder dat er iemand brood nodig had. Ze had zelfs gekeken of er een gewone keuken was, omdat ze op een hotelkamer juist altijd op de stoel zat te eten.
Dat was haar zevenhonderd geweest. Niet een bedrag dat vanzelf opnieuw binnenkwam zodra deze maand klaar was.
Ze had het niet aan Anouk verteld, want dan zou haar hulp meteen op een rekening gaan lijken. Anouk had haar niet gevraagd vier uur te betalen. Sanne evenmin. Zij had zelf besloten op woensdag naar de twee dozen te gaan.
‘Ik heb er geld voor apartgezet,’ zei ze. ‘Maar ik moet inderdaad afspreken wanneer ik weg kan. Anders zit ik straks hier en daar half.’
‘Dat bedoel ik niet als verwijt.’
‘Ik hoor het.’
Ze legde de kaart voor de fotoavond in de map met haar eigen bedrijfsideeën. Niet bij de afgiftebon. De voorstelling van volle tafels bleef aantrekkelijk; ze hoefde niet te beweren dat ze hem niet meer wilde. Alleen stond er nog geen mens op de lijst die had gezegd dat hij mee zou doen.
Anouk haalde haar agenda uit de tas. Ze was woensdag niet mee geweest omdat ze de portretopdracht wilde houden. Dat was goed gegaan, vertelde ze, niet meer dan dat. Ze had er voor de volgende week iets bij gekregen en moest nu oppassen de stoel niet steeds onder andere spullen te begraven. Ze stond op om naar huis te gaan. Vera vroeg niet of ze de foto even mocht zien.
Bij de bar rekende Anouk de koffie af. Milan keek naar Vera voor het tweede kopje. Ze zei dat die van haarzelf was en hij sloeg hem aan zonder commentaar. Aan de buitendeur bleef Anouk even staan.
‘Dinsdag nemen we die lijst door. Dan weten we tenminste wat daar werkelijk ligt.’
‘Ja.’
‘En bel die man.’
Vera stak haar telefoon op. Anouk glimlachte een beetje en ging naar buiten. De regen was minder geworden. Ze trok haar kraag op en nam de weg door de tunnel.
Vera belde Erik voordat zij de kopjes in het rek zette. Ze sprak haar naam in, het caféadres, de bewuste dinsdag en waarom ze het formulier wilde zien. Geen fotoavond, geen hele levensgeschiedenis. Een aflevering en haar eigen handtekening.
Hij nam niet op. Ze legde de telefoon naast de kassa, op de plek waar ze de terugbelmelding niet zou missen, en ging achter de bar staan voor Milans pauze.