Hoofdstuk 10 · 10 minuten lezen
De rit van dinsdag
Erik belde terug toen Vera net bij de voordeur haar sleutels zocht. Hij had haar bericht gehoord, zei hij. Een levering bij het stationscafé. Voor iemand die daar niet werkte.
‘Anouk Meijer,’ zei Vera.
‘Als je het adres hebt, vind ik meer dan met een naam.’
Ze gaf het caféadres. Toen de datum. Ze moest de telefoon tussen haar oor en schouder houden om de deur te kunnen openen en vroeg hem even te wachten. Achter haar stond iemand met een kinderwagen op de smalle stoep.
Binnen zette ze haar tas neer en nam de telefoon gewoon in haar hand. Yasmin keek op en wees dat er niemand in de keuken was.
‘Het gaat om een map,’ zei Vera. ‘Ik heb ervoor getekend. Nu wordt er gezegd dat het vijf dozen waren.’
Erik antwoordde niet meteen. Ze hoorde een laag motorgeluid, een richtingaanwijzer, toen stilte. Hij had blijkbaar eerst geparkeerd.
‘Dat zijn twee heel verschillende dingen.’
‘Daarom bel ik.’
‘Heb je het papier?’
‘Een deel. Niet alles.’
Hij vroeg of ze die ochtend langs het afgiftepunt aan de rand van het centrum kon komen. Hij moest er om tien uur een kleine vracht ophalen en had daarna een kwartier. Niet ergens halverwege in zijn route, want hij kende zichzelf; dan zette hij iets neer om een kopie te zoeken en reed hij weg zonder het.
Vera schreef de straat op. Ze zou op tijd terug kunnen zijn voor de pauze. Ze vertelde Yasmin waar ze heen ging en vroeg niet of zij langer wilde blijven. Het tijdstip was een afspraak, geen verzoek dat pas achteraf een dienst bleek te zijn.
Het afgiftepunt was een magazijn achter een winkel met kantoormateriaal. Vera moest door de gewone winkel heen, tussen stellingen met papier en lege ordners. Achter een halfhoog hek stond Erik bij zijn bestelauto. Op de deuren stond Rondrit. Hij had een grijs werkjack aan met een plek op de mouw die lichter was dan de rest.
Hij herkende haar pas toen ze het café noemde. ‘Jij van die koffieautomaat die altijd wat verder naar achteren staat.’
‘Die staat daar al jaren.’
‘Dan onthoud ik dat blijkbaar goed.’
Hij sloot een van de achterdeuren en liet de andere open. In de auto stonden kratten met drukwerk. Een man uit het magazijn bracht nog een doos en vroeg welke kar terug moest. Erik wees en keek vervolgens naar het vel dat Vera uit haar tas pakte.
Ze had de afsnede die Dorus haar gaf meegenomen. Het nummer dat hij eronder schreef, stond er nog. Erik zag zijn eigen bedrijfsnaam, draaide het vel recht en trok een leesbril uit de borstzak van zijn jas.
‘Dit is niet het hele ding.’
‘Nee. Dorus zei dat hij dit had.’
‘De bovenkant mist.’
Vera wachtte. Hij zou kunnen zeggen wat daar had gestaan. Hij keek nog eens naar de datum en ging toen naar de voorkant van zijn auto. Op de passagiersstoel lag een dik schrift met omgekrulde hoeken. Hij legde het op de rand van de lege laadruimte, zonder een krat te verschuiven.
‘Dit is van mij. De korte dingen. De formulieren gaan apart.’
Hij bladerde een paar weken terug. Vera keek niet over zijn hand heen zolang er andere namen op de bladen stonden. Toen hij de goede pagina vond, hield hij met één vinger de regel erboven afgedekt.
‘Hier. Dat adres.’
Er stond een korte notitie, haastig maar leesbaar. Een verwijzing naar een rit en het woord presentatie. Geen vijf dozen uitgeschreven. Ook geen volledige inhoud.
‘Wat was dat?’ vroeg Vera.
Erik dacht na. Hij keek naar de auto alsof er nog iets van de rit in lag.
‘Een map, waarschijnlijk. Die drukker heeft wel vaker presentatiemateriaal. Maar wat ik me daarvan herinner en wat er op het formulier staat, moet je niet door elkaar halen.’
Hij hield op met praten om de man uit het magazijn te antwoorden. Die wilde de auto achter het hek hebben zodra Erik klaar was, omdat er een grotere vracht aan kwam. Erik zei dat ze zo weg waren. Hij sloeg het schrift niet dicht.
‘Heb je die dozen dan wel opgehaald?’ vroeg Vera.
‘Bij wie?’
‘Bij Dorus. Voor die rit.’
‘Ik heb hier één aantekening voor zijn afgifte. Het echte formulier is duidelijker.’
Vera legde de afsnede ernaast. Haar V leek op een klein teken onder iets waar de rest van de taal uit was verdwenen. Ze had hem op een plankje gezet, terwijl er iemand tegenover haar stond en achter haar de vriezer gerepareerd werd.
‘Ik herinner me een platte bruine omslag. Een map erin, met kleine kopieën.’
‘Dat kan hierbij.’
‘Dus het waren geen vijf dozen.’
Erik trok zijn bril een stukje van zijn neus. ‘Ik zeg dat ik de complete afgifte erbij wil hebben. Anders ga ik nu hetzelfde doen als die ander.’
Vera wilde uitleggen dat zij het verschil wist tussen een map en vijf dozen. Dat was niet wat hij betwijfelde. Ze stak haar handen in de zakken van haar jas en keek naar het woord presentatie.
‘Waar is dat blad?’
‘Bij de boekhouding. Daar liggen de getekende bonnen en het hele ritboek van die periode. Ik had er een stapel heen gebracht. Ik haal volgende week maandag toch de map terug.’
‘Kan het niet eerder?’
Erik keek haar aan. Hij klonk nog niet geïrriteerd toen hij zei dat de vrouw die het beheerde deze week vrij was. Het was geen kantoor met een balie waar zij om één vel uit een lade kon vragen. Zijn afspraak voor de overdracht stond al. Hij had genoeg aan de stukken in zijn eigen auto voor wat hij vandaag moest rijden, maar niet om achteraf een ontvangst uit die periode helemaal open te leggen.
‘Ik kan haar een bericht sturen dat dat ene formulier erbij moet,’ zei hij. ‘Maar ik ga niet zeggen dat ik het morgen heb.’
Vera dacht aan de maandag erna. Morgen gingen ze bij de stichting kijken. Daarna zou zij Dorus nog steeds niet kunnen laten zien wat er boven de V stond. Het voelde als tijd die zij zelf had laten weglopen door vrijdag niet meteen de bezorger te bellen.
Ze had zaterdag en zondag ook kunnen bellen. Misschien had hij dan op zijn vrije dag hetzelfde gezegd. Ze had er niets aan nu te gaan rekenen wat er eerder misschien gelukt was.
‘Dinsdag erop afspreken dan?’ vroeg ze. ‘Als je het maandag hebt opgehaald.’
‘Ja. Laat me maandag even bevestigen dat het er is. Dan kom je dinsdag niet voor niets.’
Hij maakte een notitie op de goede bladzijde van zijn schrift. Hij schreef het caféadres niet opnieuw, alleen Vera's nummer en haar naam. Ze keek of hij die goed gespeld had. Hij had een h achter Vera gezet, streepte die door en zei dat hij iemand kende die hem wel zo schreef.
‘Mag ik van deze regel een foto?’ vroeg ze.
‘Alleen die regel.’
Hij hield het schrift zo dat zij zijn andere klanten niet hoefde af te snijden. Ze maakte de foto en liet hem meteen zien. Het woord presentatie, de ritverwijzing, het adres. Meer niet. De grote open plek op de bon bleef nog steeds open.
Erik bladerde nog één blad terug en bleef met zijn vinger op een aantekening staan.
‘Ik zie hier nog station. Daarom wil ik het ritblad ook.’
Vera keek op. ‘Een tweede aflevering?’
‘Een andere stop. Maar ik ga niet van één woord een verhaal maken. Het adres en de ontvanger staan op het volledige blad.’
‘Op dezelfde dag?’
‘Ja.’
Dat was geen antwoord om in haar hoofd met de vijf dozen op te tellen. Ze wilde nu toch weten waar die andere stop was geweest. Erik trok het schrift al naar zich toe. Ze vroeg of hij dat ook kon meenemen, het volledige ritblad, niet alleen de bon. Hij knikte en zette nog een woord bij zijn eigen notitie.
De man uit het magazijn kwam weer naar buiten. Hij liet zijn handen even langs zijn broek zakken en keek naar de open autodeur. Erik stopte het schrift terug voorin en schoof de laatste krat vast. Vera pakte de afsnede van de rand voordat hij de deur dichtdeed.
‘Wat zegt die Dorus precies?’ vroeg hij.
Ze liet het bericht zien dat Anouk had doorgestuurd. Erik las de regels en keek naar het papier in haar hand. Hij lachte niet.
‘Alle vijf, met deze ene aflevering,’ zei hij. ‘Dat staat er wel heel stellig.’
‘Ja.’
‘Dat zet ik ook bij mijn vraag. Anders denken ze dat ik alleen wil weten of het bezorgd is. Dat is met die handtekening niet zo'n probleem.’
Vera had zelf ook met die handtekening willen beginnen. Erik wilde de ladingregel erbij. Hij stapte achter het stuur en deed het raam omlaag.
‘Je krijgt bericht. Niet vijf keer bellen tussendoor, hoor. Daar komt dat papier niet sneller van terug.’
‘Ik zal het proberen.’
‘Beloof dat nou niet als je het niet meent.’
Ze lachte. Hij ook, kort. Daarna keek hij naar de spiegel en reed achteruit het hek uit, langzaam genoeg om de man met de kar te laten oversteken. Vera wachtte tot de auto weg was voordat ze de winkel weer inging.
Bij de kassa vroeg een medewerker of ze iets had gevonden. Ze zei dat ze voor de bezorger kwam. Hij wees naar de uitgang alsof hij wilde voorkomen dat ze alsnog iets moest kopen om door de winkel te mogen lopen.
Buiten ging ze op een bankje zitten om Anouk te schrijven. De bank was droog onder een smalle luifel. Ze zette haar tas tussen haar voeten en zocht de nieuwe foto op.
Ze stuurde niet alleen het beeld. Ze zette erbij dat Erik een korte notitie had, dat het volledige getekende formulier en het ritblad maandag bij zijn al geplande administratieve afspraak zouden komen, en dat zij dinsdag zouden kijken. Het woord presentatie was te lezen. Erik dacht aan een map maar wilde het hele stuk zien voordat hij dat als verklaring meegaf. Er was nog een andere stop met station in de notitie; welke, moest uit het ritblad blijken.
Anouk las het bericht snel. Haar antwoord was korter.
Dat is nog geen vijf dozen.
Nee, schreef Vera. Maar ik heb het hele formulier nog niet.
Ze hoefde niet nog een zin te sturen om te bewijzen dat ze doorging. Morgen zagen ze de twee dozen bij Sanne. Ze stuurde dat tijdstip nog één keer ter controle. Anouk bevestigde. Ze zou de opdracht en inhoudslijst meenemen, zoals afgesproken.
Vera keek naar de scheve scan van Dorus. De bovenkant was er niet op gekomen; dat kon een haastige kopie zijn. Het hele verhaal over vijf teruggegeven dozen had hij er wel zelf bij gezet. Ze hoefde niet te weten waarom hij de kopie zo had gemaakt om te willen weten of zijn verhaal klopte.
Op weg terug zag ze voor een winkel een stapel platte kartonnen dozen. Ze liep er niet heen. Het waren verpakkingen voor de nieuwe voorraad lampen, stond er groot op de bovenkant. Ze had geen behoefte meer om ieder stuk bruin karton op het formaat van Anouks spullen te bekijken.
Bij het station nam ze de tunnel en liep recht door naar het café. Yasmin stond brood te snijden en knikte naar de klok. Vera was op tijd.
Ze legde de twee beelden in haar eigen map: de afsnede en de nieuwe foto van de notitie. Er zat nu een afspraak tussen, geen oplossing. Ze sloot de map, schoof hem op de plank boven de voorraad en ging haar handen wassen.