Hoofdstuk 23 · 10 minuten lezen
De ring over de rand
Op Dorus' werktafel lag een lichtgrijze doek, zo glad getrokken dat de vouw middenin zichtbaar bleef. Aan de andere kant van de kamer stonden dozen met namen die Vera niet kende. Dorus had de deur naar de gang dichtgedaan. Alleen het bovenraampje stond open; van buiten kwam het korte gillen van een rem.
‘Hier,’ zei hij.
Hij wees Anouk de stoel bij het raam. Zij ging niet meteen zitten. De kleine archiefdoos stond nog op een tweede tafel, naast een dichtgeklapte snijliniaal. Dorus tilde hem met twee handen op en zette hem op de doek. Het deksel had een kleine deuk. Hij draaide de doos zodat Anouk bij de opening kon.
Het was halfvier. Milan had om drie uur de bar overgenomen en Vera had hem gezegd dat ze vóór zeven terug zou zijn. Daarna begon zijn gewone vrijdagdienst. Hij had haar bij het weggaan een beker nagewezen die nog op het koffieapparaat stond. Het bleek haar eigen thee. Ze had hem in de keuken gezet en laten staan.
Anouk legde haar inhoudslijst naast de doos. Dorus wees met zijn vinger op de bovenste regel.
‘Dit is dus wat ik bedoelde. Mijn werkexemplaren.’
Hij nam het deksel af. Bovenop lag een envelop met zijn handschrift, daaronder een stapel losse afdrukken tussen beschermvellen. Anouk vroeg of hij ze zelf wilde neerleggen. Hij haalde de envelop eruit, legde hem aan de rand van de doek en pakte het eerste vel op.
Vera herkende de rand van de personeelsruimte. Op het beeld stond iemand met een emmer, half buiten het kader. De losse afdruk was groter dan de kleine proefkopieën uit Anouks map. In het licht naast het raam zag zij een donkere veeg die op het beeld zelf hoorde: de schaduw van een open kastdeur.
‘Dat is de eerste,’ zei Anouk.
Dorus keek naar haar lijst. Hij legde er een tweede naast. Daarna een derde. Vera schoof haar telefoon verder weg om ruimte te maken; ze had hem alleen voor de tijd op tafel gelegd.
De twaalf werkafdrukken kwamen tevoorschijn in een volgorde die Anouk op haar blad kon volgen. Bij één aarzelde zij. Zij had de achterkant nog niet gezien en vroeg Dorus het vel met ondersteuning om te draaien. Een klein nummer stond in potlood naast de hoek.
‘Ja,’ zei ze. ‘Die.’
Ze zette een teken bij haar regel. Dorus keek hoe ze het deed.
‘Die heb ik op drie manieren afgedrukt,’ zei hij. ‘Voor die lichte strook. Anders kwam de emmer er niet uit.’
Anouk bekeek het beeld nog eens. ‘Dat zie ik.’
Het maakte hem spraakzamer. Hij vertelde waar het licht in de ruimte vandaan was gekomen en welk deel hij niet verder had willen laten dichtlopen. Vera begreep niet ieder woord dat hij gebruikte. Ze kon wel zien dat hij precies naar dezelfde hoek bleef wijzen, zonder het papier aan te raken.
Toen de twaalf op tafel lagen, haalde hij de papieren uit de doos. Een oude keuzelijst, een kopie van de latere opdracht en enkele aantekeningen. Anouk keek naar haar eigen naam onder de kopieeropdracht en legde haar exemplaar er niet naast. Zij wist al dat het dezelfde afspraak was.
Onder de papieren lagen kartons.
Het eerste kwam langzaam omhoog. Aan de achterkant stond een groot cijfer. Dorus hield het nog even schuin om niet tegen de stapel losse afdrukken te stoten. Vera zag de voet van een deur, een plank en de kleine kier waar zij eerder naar hadden gekeken.
Anouk keek niet naar haar. ‘Mag die hier?’
Hij legde het karton op de vrijgemaakte onderlegger. Het volgende schoof hij ernaast, niet erbovenop. Vera trok haar stoel een stukje naar achteren om de tafel niet met haar knie te raken.
Zij wist nog niet hoeveel er onder de eerste twee lagen. Haar hoofd was er sneller mee dan haar ogen. Ze dwong zichzelf de volgende te bekijken voordat ze een aantal invulde.
Bij het derde karton zag zij de bruine boog. Niet alleen op de foto. De ring liep over de rand door op de oude montage, werd dunner en kwam voorbij het beeld weer terug. Vera dacht aan de opname op Sannes scherm en het nieuwe karton waarop die doorlopende ring ontbrak.
‘Wacht even,’ zei ze.
Dorus liet zijn hand op de rand rusten. Hij keek haar aan.
‘Anouk,’ zei Vera. ‘Dat is die met de ring.’
Anouk boog zich iets lager, zonder hem vast te pakken. Zij volgde de boog met haar ogen. Daarna keek ze naar Dorus.
‘Ik wil de achterkant zien.’
Hij draaide het karton om. Nummer elf. Geen groot nieuw nummer op een schoon vlak, maar het oude cijfer met een scheef kort streepje eronder. Anouk haalde haar telefoon uit haar tas en opende de vergelijkingsbeelden die Sanne met haar had gedeeld.
‘Die foto's zijn van de ontvangst,’ zei ze.
‘Dat heb ik begrepen.’
‘Ik wil ze ernaast leggen.’
Dorus haalde zijn schouders op. Hij vouwde een leeg beschermvel dubbel om het naast de stapel te kunnen leggen. Anouk vergrootte het beeld op haar scherm. De vlek had dezelfde onderbreking bij de onderste hoek, waar het karton iets ongelijk van kleur was.
‘Het is dezelfde,’ zei ze.
Vera keek van het scherm naar het echte karton. Het oude stuk zelf, hier op tafel. In De Werf lag een ander exemplaar van hetzelfde beeld.
‘Dat zijn de goede afdrukken,’ zei Dorus. ‘Daar zaten jullie toch achteraan?’
Anouk liet het scherm aanstaan. ‘Ik wil ze eerst allemaal zien.’
Er kwamen er zeven uit de doos. Negen tot en met vijftien. Dorus legde de laatste op een vrij stuk doek en schoof de envelop aan de kant. Anouk controleerde de voorkanten en liet hem daarna twee achterkanten nog eens omdraaien.
Op de eerste stond de aantekening over de deur. Het handschrift was klein en helde iets naar rechts. Bij de andere stond handkar, gevolgd door het strooknummer en Anouks initialen. Vera had de korte regels op Sannes ontvangstbeelden gezien. Ze klonken in haar hoofd bijna als zinnen die iemand haar hardop had gezegd, zo vaak had zij ze intussen bekeken.
‘Die aantekeningen zijn van mij,’ zei Anouk.
‘Op mijn karton.’
Ze keek op. Hij stond nog altijd aan de andere kant van de tafel, met één losse afdruk in zijn hand. Toen hij merkte dat hij hem vasthield, legde hij hem terug tussen de beschermvellen.
‘Dat karton heb ik betaald,’ zei hij. ‘En ik heb ze gemaakt.’
‘Ik heb de hele opdracht betaald.’
‘Niet iedere minuut die erin zat.’
Vera keek naar de rest van de kamer. Daarna terug naar het karton, met de kleine letters op de achterkant.
Anouk deed haar telefoon niet uit. Ze vroeg waar volgens hem de zeven exemplaren vandaan kwamen die nu tussen de andere stukken bij de stichting zaten. Dorus wreef met zijn duim over een droge plek bij zijn nagel.
‘Daar zijn meer mensen geweest.’
‘Dat weet ik. Ik vraag naar deze zeven hier.’
‘Dat zijn mijn werkstukken. Ik heb nooit gezegd dat ik niets meer thuis had.’
Vera dacht aan zijn bericht over de vijf teruggegeven dozen. Anouk sloeg de inhoudslijst dicht en opende haar eigen map bij dat bericht. Ze draaide het papier naar hem toe.
Hij las het niet hardop. Zijn mond bewoog bij het begin van de tweede regel.
‘Het gaat me niet om dat kistje,’ zei hij. ‘Het gaat me om het werk dat er nog ligt.’
‘Mij gaat het ook om wat er ligt,’ zei Anouk. ‘Daarom wil ik de verschillen maandag naast elkaar laten leggen.’
Zij pakte haar telefoon op. Vera zag hoe zij even haar duim boven het camerasymbool hield, het toen liet zakken en vroeg of ze van deze zeven kartons de voor- en achterkanten mocht fotograferen. Alleen die zeven. De foto's zouden voor de vergelijking met de stichting worden gebruikt.
Dorus keek naar de open deur van een lage kast. Er lagen vellen papier in die niet bij hun tafel hoorden. Hij deed de kast dicht.
‘Geen foto van de hele ruimte.’
‘Nee.’
‘En geen andere namen die hier liggen.’
‘Deze zeven,’ zei Anouk.
Hij knikte. Toen legde hij zelf het eerste karton op de onderlegger, vlak bij het raam. Anouk vroeg of hij het een stukje uit de reflectie wilde schuiven. De eerste opname was niet goed; er viel een strook licht over de helft. Zij verwijderde hem en maakte hem opnieuw. Vera hield op verzoek een leeg vel naast het karton tegen het licht, zonder over het beeld heen te hangen.
Na de voorkant draaide Dorus het stuk om. Anouk maakte de achterkant, controleerde haar scherm en ging door naar het volgende. Bij nummer elf vroeg ze iets meer afstand zodat de hele ring erop stond. Hij verplaatste de onderlegger. Geen van hen zei een tijdlang iets dat niet over het neerleggen of het licht ging.
Vera vond de stilte vermoeiender dan het gesprek. Buiten hoorde zij een fietsbel, tweemaal. Ze zag de derde losse afdruk nog naast Dorus' hand liggen, het kantinebeeld met de emmer. Het was goed werk. Dat werd niet minder goed doordat hier iets anders niet klopte. Zij zou liever een eenvoudiger kamer hebben gezien, met alleen slechte spullen en een man die daar precies bij paste.
Toen ze klaar waren, bladerde Anouk alle veertien opnamen door. Ze liet Dorus zien dat er geen opname van de kamer tussen zat. Hij telde niet mee, maar keek naar de overgangen op haar scherm. De laatste achterkant stond er scherp genoeg op om de aantekening te lezen.
‘Die gaan naar Sanne?’ vroeg hij.
‘Voor maandag. De vergelijking. Niet op de website.’
‘Goed.’
Anouk stopte haar telefoon weg en vroeg hem de zeven bij de andere inhoud terug te leggen. Ze wilde dat ze bij de afgesproken overdracht compleet zouden zijn. Vandaag hadden zij inzage, geen afspraak om de doos alvast mee te nemen.
Hij schoof de beschermvellen er weer tussen. Vera keek mee toen hij de twaalf losse afdrukken en de papieren erbovenop legde. Op zijn kopie van de opdracht stond nog steeds hetzelfde bedrag. De doos sloot zonder dat hij het deksel hoefde aan te drukken.
Bij de deur zei Dorus dat hij maandag graag wilde horen wat ze precies met elkaar zouden vergelijken. Anouk antwoordde dat zij hem een overzicht zou sturen van de stukken die ze al hadden besproken. Voor een regeling moest er daarna een eigen afspraak komen.
Vera trok haar jas aan. Haar rechterarm zat even in de voering vast. Ze deed hem eruit en probeerde opnieuw. Dorus hield intussen de voordeur open. Hij keek niet ongeduldig. Dat maakte het niet gemakkelijker om hem gedag te zeggen.
Anouk liep pas op de hoek langzamer. Ze hield haar tas met twee handen vast.
‘Zeven,’ zei ze.
Vera knikte.
‘Ik wist het niet,’ zei Anouk. ‘Ik dacht misschien twee. Drie. Iets wat hij nog af moest maken.’
De gedachte dat het precies die zeven waren, zat nog steeds te groot tussen hun gewone bewegingen. Vera haalde haar fiets van het slot en liep ermee verder. Anouk stuurde Sanne een bericht dat de vergelijking maandag door kon gaan. De afgesproken foto's kwamen apart, schreef ze erbij. Sanne antwoordde dat ze de tafel voor de ochtend zou vrijhouden.
Bij de bushalte namen ze afscheid. Vera reed naar het café en kwam ruim voor zeven terug. Milan had een lege krat naast de achterdeur gezet. Hij vroeg of hij die kon laten ophalen met de volgende levering. Vera zei ja en schreef het op de leverlijst.
‘En je thee?’ vroeg hij.
De beker stond nog waar zij hem had neergezet. Zij pakte hem op en goot de koude inhoud weg. Daarna vroeg ze hoe de middag was geweest. Hij vertelde over een klant die een kaartje naar een stad had gekocht waar hij helemaal niet wilde zijn. Vera bleef luisteren terwijl ze de spoelbak leegmaakte. De foto's op Anouks telefoon zouden er maandag nog zijn.