Hoofdstuk 4 · 3 minuten lezen
Terug op zijn plaats
De veerboot zat onder de buitenste rand van de steiger. Telkens als er een rimpel over het water liep, tikte het dak tegen de balk. Het lampje brandde nog. Op klaarlichte dag kon je het nauwelijks zien.
‘Niet met je arm eronder,’ zei opa. ‘Ik pak hem vanaf hier.’
De kinderen gingen achter de bank staan zodat hij ruimte had. Met de haak schoof hij het model voorzichtig naar de opening naast de steiger.
Maar de boot kwam niet verder. Een rietstengel lag dwars over de achterkant.
‘Daar zit het touwtje omheen!’ Bente wees. Noor kon het nu ook zien: een dunne witte draad, strak tussen de boot en het riet.
Opa liet de haak zakken. ‘Goed gezien.’ Hij duwde het model een klein stukje terug. De draad werd slap. Met de punt van de haak tilde hij hem over de afgebroken stengel.
Sami hield het krat klaar. Opa haalde de veerboot binnen en zette hem op de handdoek. Er lag water op het dek en één passagier zat met zijn neus tegen een raam.
Bente tilde de twee rode laarzen van het dak. De lijm was losgeraakt. ‘Die zet ik voortaan binnen.’
Terug in de bibliotheek depte ze het dek droog met keukenpapier. Sami blies voorzichtig door de open deur. Noor zocht de passagier die was omgevallen en gaf hem weer een plaats bij het raam.
Opa zette de lamp uit. Daarna bond hij een nieuw touw aan de voorkant. Hij maakte de knoop twee keer opnieuw en liet Bente er stevig aan trekken.
Vlak voordat de tentoonstelling openging, stond de boot weer op zijn blauwe rivier. Bente zette de laarzen naast de kapitein. ‘Hij is vast gewend aan linkervoeten.’
Noor schoof haar kassabon onder de plaat, zodat hij niet weg kon waaien.
‘Mag die erbij?’ vroeg de bibliothecaris. ‘Dan zien mensen hoe jullie hem gevonden hebben.’
Een meneer met een natte paraplu boog zich over de tekening. Hij wees naar het gele rondje boven de witte streep.
‘Is dat een ei op een boterham?’
Sami keek Noor aan. Zij haalde de bon terug, pakte een potlood en tekende er zorgvuldig twee rode laarzen bij.
Einde

