Hoofdstuk 3 · 3 minuten lezen
De enige belofte
Bennie haalde de papieren uit de tuin. Miep volgde hem langs het gaas en vertelde hem luid wat ze ervan vond. Vera zette de gevallen beker in de prullenbak. Ze gaf Joep zijn natte toespraak terug; een slak zat precies op het woord winnen.
‘Een tegenstander,’ zei hij, maar zijn oren waren rood.
Juf Safia legde twee stenen op de tafel. ‘Nu blijven de papieren liggen. En de speeches mogen zonder papier.’
Joep ging als eerste. Hij keek naar de kinderen, naar het voetbaldoel op zijn poster en toen naar Vera.
‘Wij hebben al één doel,’ zei hij. ‘Alleen is het net kapot. Mijn vader kan dat repareren. Hij zei gisteren dat ik het zelf ook moest leren.’ Hij slikte. ‘Dat ga ik dus doen. Dat kost bijna niets.’
Er klonk applaus. Joep keek verbaasd, alsof hij iets verkeerd had gezegd en iedereen dat prettig vond.
Vera schoof haar blaadje opzij. ‘Ik wil graag ergens zitten zonder zand in mijn sokken. Er is niet veel geld nodig voor een bank. De timmerclub heeft planken. Ik heb het gevraagd. We kunnen samen schuren, en de volwassenen zetten hem in elkaar.’
‘Met een dak?’ riep iemand.
‘Daar hebben we geen geld voor. Wel met droge kussens onder een deksel.’
Daarna mocht Joep de erekandidaat voorstellen. ‘Miep belooft helemaal niets,’ zei hij. ‘Dat is haar beste eigenschap.’
Miep stond op één poot. De burgemeester wees ernaar. ‘Ze bespaart op schoenen.’
Iedereen kreeg twee stembriefjes: een wit voor de kinderburgemeester en een geel voor de dorpsmascotte. Op de gele briefjes stonden Miep, de hond van de bakker en een getekende aardappel met een hoed. Die aardappel was op het laatste moment door de kleuters voorgedragen.
Vera won de witte stemming met vier stemmen verschil. Miep won de gele ruimschoots, al vond de bakker dat zijn hond te weinig spreektijd had gekregen.
Een week later stond de bank onder de kastanjeboom. Joep had de leuning geschuurd. Vera had blauwe kussens geregeld. Op het nieuwe net van het voetbaldoel zat één opvallend scheve knoop.
Aan Mieps ren hing een bordje: EREBURGEMEESTER. ER ZIJN GEEN SPREEKUREN.
Vera sloeg haar boek open. Aan de andere kant van het hek kwam Miep aangelopen. Ze keek naar de bank, naar Vera en naar de appel in haar hand.
‘Nee,’ zei Vera. ‘Die verkiezing was eerlijk.’
Miep was het daar hoorbaar niet mee eens.
Einde

