Hoofdstuk 1 · 3 minuten lezen
Een kandidaat met zwemvliezen
Op het briefje stond dat iedereen zich kandidaat mocht stellen. Dat was volgens Joep een fout van de organisatie.
‘Iedereen,’ las hij nog eens. ‘Dat hadden ze beter moeten opschrijven.’
Vera zat op het muurtje bij de schooltuin. Door het hek stak Miep haar oranje snavel. Miep woonde bij boer Bennie naast de school, maar bemoeide zich graag met het onderwijs. Vooral wanneer er appels werden gegeten.
Het dorp vierde zaterdag zijn verjaardag. De echte burgemeester zou de nieuwe speelplek openen en de kinderen mochten voor één middag een kinderburgemeester kiezen. Die mocht bepalen waaraan de opbrengst van de rommelmarkt werd besteed. Er waren drie mogelijkheden: een voetbaldoel, nieuwe schepjes voor de kleuters of een leesbank onder de kastanjeboom.
Vera had die bank voorgesteld. Als het druk was op het plein, las ze op de stenen rand van de zandbak. Daar kreeg ze zand in haar boeken en soms een emmertje op haar hoofd.
‘Ik stel Miep voor,’ zei Joep.
De gans beet in het verkiezingsbriefje. Joep trok het net op tijd terug.
‘Ze heeft alvast belangstelling.’
Vera lachte. Daarna zag ze voor zich hoe de schooldirecteur een ambtsketen om die dikke ganzennek probeerde te hangen. Ze lachte nog harder. Op een stuk karton schreef ze: STEM MIEP. ZIJ HEEFT OVERAL EEN MENING OVER.
Voor haar eigen naam bleef onder aan de kandidatenlijst maar een smal streepje over. Ze schreef hem toch op. Achter haar naam zette ze: leesbank. Joep meldde zich ook aan. Zijn plan bestond uit een voetbaldoel en, als er geld overbleef, een beker voor hemzelf.
Juf Safia bekeek het bord. ‘Miep kan niet verantwoordelijk zijn voor geld. Dat begrijpen jullie?’
‘Ze heeft geen zakken,’ zei Joep ernstig.
‘Precies. Jullie mogen haar als erekandidaat opvoeren. Maar voor de echte taak kiezen we een kind.’ Ze schreef die afspraak met een dikke blauwe stift onder de lijst.
Vrijdag maakte Joep een verkiezingskraam van twee kratten. Vera tekende een gans die op een bank zat. Ze liet het boek onder de vleugel weg: dat zou de verkeerde indruk geven.
Tegen de middag hingen er zeven Miep-posters. Bij Vera’s eigen poster stond iemand met potlood geschreven: WAT ALS HET REGENT?
Dat vond ze eigenlijk een goede vraag.