Hoofdstuk 1 · 3 minuten lezen
Tussen de kussenslopen
De linnenkast rook naar zeep en hout. Mila zocht een extra kussensloop. De hare had een knoop die precies onder haar oor terechtkwam, hoe vaak ze het kussen ook omdraaide.
Ze logeerde voor het eerst in oma’s nieuwe huis. De kamer was prettig, met een geel tapijt en een vensterbank waar je op kon zitten. Alleen maakte de verwarming een tik die thuis niet bestond. Bovendien leek de jas van oma in het donker akelig veel op een mens.
Achter de kussenslopen lag een pakje, samengebonden met een blauw lint. Er kwam licht door de naden.
Mila hield het bij haar oor. Geen gezoem. Ze trok voorzichtig aan de strik.
Het pakje vouwde open tot een lap ter grootte van een theedoek. Op het eerste gezicht was hij grijs. Toen ze hem optilde, stroomde een bleke glans over haar handen. Ze zag de lijnen in haar handpalmen, zelfs het halve cirkeltje waar ze die middag een potlood in had gedrukt.
Aan de zoom hing een kaartje, met oma’s kleine schuine letters:
Geleend maanlicht. Heel laten. Voor de ochtend buiten uitvouwen, met de glanzende kant naar de hemel.
Mila las het drie keer. Ze draaide de lap om. Aan de achterkant was hij zo gewoon als een vaatdoek.
Oma verscheen in de deuropening met haar ene schoen in de hand.
‘O,’ zei ze. ‘Daar was hij.’
‘Is dit echt?’
‘Hou hem maar eens bij het raam.’
Buiten hing de maan boven de schoorstenen. De draden in de lap bewogen een heel klein beetje in dezelfde richting, zoals gras wanneer er een fietser langs komt.
Oma ging op de bedrand zitten. ‘Mijn moeder kon licht weven. Niet veel. Net genoeg om een draad in een naald te krijgen als de lamp stuk was. Deze lap is van haar. Ik heb hem vanavond op het balkon licht laten lenen. Toen ik een schone sloop pakte, heb ik hem hier neergelegd.’
‘Mag ik hem vannacht houden?’ Mila keek naar de jas aan de deur.
‘Tot je gaat slapen. Daarna geven we hem terug. Als we het licht vasthouden tot na zonsopkomst, wordt de lap nooit meer licht.’
Mila streek over de zoom. ‘Kan er een stukje af?’
‘Een afgeknipt stukje wordt meteen donker. Het weefsel moet heel blijven.’
Oma trok haar schoen aan. Ze gingen naar de poppenvoorstelling in het buurthuis. Mila vouwde de lap op en stopte hem, met het kaartje en het blauwe lint, in haar jaszak.