Hoofdstuk 2 · 3 minuten lezen
Een andere woensdag
Terwijl het water doorliep, legde Ada het bord op de werkbank. Bij woensdag stond nog 9–18. Ze had er een strook crème papier overheen geplakt. De kwast die naast het bord lag, was veel te dik voor de kleine letters.
‘Ga je een middag dicht?’ vroeg Mara.
‘De hele dag.’
‘Vanaf wanneer?’
‘Vandaag.’
Mara keek naar de winkelruit. ‘We moeten dan wel de website aanpassen. En Google. Anders staan mensen voor een dichte deur.’
‘Kun je me laten zien hoe dat moet?’
‘Ik kan het zo even doen.’
‘Dat weet ik.’
Ada schonk de koffie in en bleef staan tot Mara haar laptop uit de tas haalde. Ze trok de kruk erbij. Met haar leesbril laag op haar neus typte ze het wachtwoord over van een briefje. De eerste poging mislukte. Bij de tweede ontdekte Mara dat haar moeder een hoofdletter I voor een kleine l aanzag. Ze wees ernaar in plaats van het toetsenbord over te nemen.
‘Klik ik nu op bewaren?’
‘Ja.’
Ada klikte. Daarna wilde ze weten hoe ze kon zien of het echt gelukt was. Ze maakten samen de wijzigingen op de andere pagina.
‘Je huur is wel omhooggegaan,’ zei Mara.
‘Met achtenveertig euro.’
‘Daarom.’
Ada trok een schrift onder een doos met glaasjes vandaan. Op één bladzijde stonden de inkomsten van de laatste twaalf woensdagen. Onderaan had ze met rood geschreven: mensen komen donderdag. Daarnaast, kleiner: misschien niet allemaal.
Mara las de getallen. ‘Je hebt dit dus al uitgezocht.’
‘Een beetje.’
Op de omgeslagen bladzijde stond een naam met een telefoonnummer: Rijschool Kamal. Mara draaide het schrift een kwartslag.
‘Neem je rijles?’
‘Om twaalf uur.’
‘Vandaag?’
‘Anders was ik er wel erg vroeg bij.’
Mara keek naar de smalle winkelstraat, de bestelwagen op de hoek, de fietser die tussen twee geparkeerde auto's door schoot. Haar moeder was achtenzestig. Ze fietste overal naartoe met een mand die met ijzerdraad aan het stuur vastzat. Voor grotere boodschappen belde ze Mara.
‘Is een automaat niet makkelijker?’
‘Dat is het ook.’
‘En heeft hij ervaring met mensen die wat later beginnen?’
‘Hij heeft ervaring met mensen die niet kunnen rijden. Dat leek me voldoende.’
Mara nam een slok koffie. Ze hoorde zichzelf alweer informeren naar examens, verzekering, parkeervergunningen. Ze hield haar mond.
Ada draaide de kwast tussen haar vingers. ‘Ik ben vorige week al geweest. Eerst alleen zitten. Knoppen bekijken. Toen liet hij me het terrein afrijden.’
‘Hoe was dat?’
‘Ik nam de bocht te ruim. Hij zei dat er nog een weghelft voor andere mensen over moest blijven.’ Haar moeder lachte, kort, alsof ze het geluid uitprobeerde.
‘Waarom heb je niets gezegd?’
‘Omdat je dan ging zoeken naar de beste rijschool.’
Mara zette haar mok voorzichtig neer. Ada keek naar de papieren strook, niet naar haar.
‘En na je examen?’ vroeg Mara. ‘Ga je dan weer open op woensdag?’
‘Ik ga eerst eens proberen bij de supermarkt te parkeren.’