Woensdag gesloten
Hoofdstuk 17 van 240%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 17 · 11 minuten lezen

Geen les

Om tien over halfelf schoof Mara het laatste vel onder de nietmachine. Het apparaat maakte drie nietjes, waarvan er maar twee door het papier kwamen. Ze trok het scheve derde eruit met haar nagel. In het document stond nu een klein gaatje naast de naam van de tweede locatie.

Lotte keek op van haar scherm. ‘Dat exemplaar kun je houden.’

‘Dat was ik ook van plan.’

‘Je keek alsof je het ging verdedigen.’

Mara legde het vel boven op haar eigen map. Ze had tot kwart voor elf gewerkt. Dat stond sinds vrijdag in de planning, net als het uur dat zij later die middag zou afmaken. Er hoefde geen overleg te worden verzet. De afspraak met haar moeder was eenvoudig geweest: woensdag om elf uur bij de brug, een rondje lopen, allebei een broodje meenemen. Toch keek ze bij het aantrekken van haar jas nog naar de telefoon die op haar bureau lag. Een blauw lampje knipperde. Zij had geen idee voor wie.

‘Ik ben voor één uur terug,’ zei ze.

Lotte wees met haar pen naar het schema aan de muur. ‘Staat er.’

Buiten waaide het. Mara moest haar map onder haar arm klemmen om de rits van haar tas te sluiten. Ze had hem niet nodig tijdens de wandeling, maar hij paste niet in de bureaula, en op haar stoel zou er iemand op gaan zitten. Ze liep terug naar binnen, legde hem plat op de kast en ging opnieuw naar buiten. Deze keer zonder dat ze iets zei.

Ada stond al bij de brug. Ze droeg een donkergroene jas die Mara niet kende. De mouwen eindigden een stukje boven haar handschoenen. Onder haar arm zat een opgerolde draagtas; haar gewone boodschappentas had ze niet bij zich.

‘Nieuwe jas?’ vroeg Mara.

‘Andere jas.’

Ada trok aan het lipje van de rits, dat bijna onder haar sjaal verdwenen was. Het was een jas die ze al jaren had, legde ze uit. Achter de regenjas gehangen. Ze had hem alleen nooit dichtgekregen met die dikke trui eronder.

‘Die heb je nu niet aan?’

‘Scherp gezien.’

Ze begonnen aan de kant van het water waar geen auto's mochten komen. Het pad liep eerst langs de achterkanten van huizen, met hekken en een schuurtje waar iemand plastic over het dak gespannen had. Op het water lag een omgekeerd krat. Alleen de onderste hoeken staken erbovenuit.

‘Moet jij vandaag niet om twaalf uur?’ vroeg Mara.

Haar moeder keek naar haar. ‘Kamal is weg.’

‘O ja.’

Ze wist het weer. Ada had het gezegd toen zij de wandeling afspraken. Een vakantie, al lang geboekt, ergens waar het volgens hem zelfs regende als op de foto de zon scheen. Mara had toen gedacht dat haar moeder op zo'n woensdag misschien een paar uur open kon. Het had zo vanzelfsprekend geleken dat zij zich nu moest herinneren dat Ada daar niets over had gezegd.

‘Hoe laat moet je dan naar die zaal?’

‘Twee uur. We kunnen gewoon lopen.’

Op een bankje zat een man met een broodzak op zijn knie. Een hond bekeek de zak met grote aandacht. Mara wachtte tot haar moeder het hek passeerde en trok de rits van haar tas nog wat verder dicht. Ze had zelf twee boterhammen gemaakt, haastig, met kaas die aan één kant over het brood heen hing. Ada had peren meegenomen. Dat ontdekte Mara toen haar moeder er één uit haar jaszak haalde en naar haar toe hield.

‘Wil je?’

‘Nu al?’

‘Hij is zwaar.’

Mara nam de peer aan. Onder haar duim voelde de schil koud en glad. Ze stopte hem in het buitenvak van haar tas, naast een pen die ze daar niet meer had verwacht.

Bij de volgende brug sloeg Ada linksaf.

‘Ik dacht dat we rechtdoor gingen,’ zei Mara.

‘Dat kan ook. Hier zit die ijzerwarenwinkel. Ik wil even zien of hij die kleine sluitingen nog heeft.’

Mara bleef een halve stap achter. Het was niet haar eigen winkel, niet Ada's werkbank, maar het woord even had ze al gehoord voordat het kwam. Aan de overkant stonden de eerste winkels. Een bloemenzaak was bezig de emmers naar binnen te schuiven.

‘We zouden toch buiten de winkelstraat blijven?’

Ada draaide zich niet meteen om. ‘Dit is de winkelstraat niet.’

‘Dat weet ik. Maar je wilt iets voor een klok.’

Haar moeder keek naar de opgerolde draagtas onder haar arm. Zij trok hem los en klopte er één keer mee tegen haar bovenbeen.

‘Ik heb ze ook niet gemeten.’

‘Wat?’

‘Die sluitingen. Ik weet de afstand niet.’

Even bleven ze op de brug staan. Iemand met een bakfiets belde. Ada stapte opzij en liet hem voorbij. Aan de andere kant van de weg kon je het blauwe winkelbord zien, al was de zaak zelf nog achter een bus verborgen.

‘Dan heeft kijken weinig zin,’ zei ze. Ze stak de draagtas terug onder haar arm en liep naar het water.

Mara ging mee. Zij was al begonnen te bedenken wat ze had kunnen zeggen als haar moeder toch naar binnen was gegaan. Dat had haar enige tijd gekost. Nu hield ze het begin van die zin nog in haar hoofd, terwijl er niets meer mee hoefde.

Het pad werd smaller. Hun schoenen maakten een zacht zuigend geluid op de natte bladeren. Ada koos de tegels naast het gras. Mara liep half op de rand om naast haar te kunnen blijven.

‘Je kunt ook voor me lopen,’ zei Ada.

‘Dan hoor ik je niet.’

‘Ik zei niets.’

Mara schoot in de lach. Haar moeder keek even opzij en liep door. Bij het volgende brede stuk kwamen ze weer naast elkaar.

Het was vreemd hoe weinig er onderweg geregeld werd. Normaal begon er na een paar minuten iets op tafel te komen: een brief, een apparaat dat niet deed wat het moest doen, een afspraak waarvoor haar moeder geen handig tijdstip kon vinden. Nu was er geen tafel. Ada vertelde dat er in de sportzaal achter het speelveld een kleedkamer was met zes spiegels, maar nergens een haak op een normale hoogte. Zij had haar jas vorige week op een schoenenrek gelegd.

‘Daar zijn die lage banken toch voor?’ vroeg Mara.

‘Daar zaten mensen op.’

‘Lastig.’

‘Heel hinderlijk voor mijn jas.’

Mara keek over het water. Aan de overkant liep een vrouw snel door, pratend tegen iemand die via haar oortje moest kunnen horen hoe hard het waaide. Zelf had ze haar telefoon nog niet bekeken. Dat vond ze pas opmerkelijk toen ze erover nadacht.

‘Hoe was het maandag?’ vroeg Ada.

‘Op het werk?’

‘Dat bedoelde ik.’

Mara vertelde van de vergadering. Niet van alle bedragen; die kende haar moeder niet, en dan moest ze weer terug naar het begin. Ze beschreef de vier panelen die bij de eerste opbouw nog ontbraken, de fout die ze op haar eigen lijst moest laten staan en het gesprek waarin ze een leverdatum had genoemd zonder te weten of de ontwerper die kon halen.

‘En nu?’

‘Nu hebben we een datum die klopt. Voor zover je dat kunt weten.’

‘Met die vrouw afgesproken?’

‘Met Lotte. Ja.’

Ada knikte. Een paar passen lang zei ze niets.

‘Het was niet alleen dat ik bij jou was,’ zei Mara.

‘Wat?’

‘Toen ik dat overleg verzette. Ik had ook iets beloofd waar ik geen tijd voor had. Dat had ik anders ook gedaan.’

Haar moeder keek naar de railing. ‘Ik wist niet dat je het daarom vertelde.’

Mara wist het zelf ook niet precies. Ze had geen verklaring willen geven die Ada moest aannemen. Toch had ze in haar hoofd telkens de woensdag uit september voor zich gezien, als het eerste dominosteentje dat je kon aanwijzen. Het was prettig geweest dat er zo één ding bestond. Ze had genoeg andere steentjes zelf rechtop gezet.

Ze bereikten een plantsoen met twee lege banken. Op de eerste lag water. Op de tweede lag een grote hondendrol, keurig in het midden alsof iemand een plaats had vrijgehouden.

‘We kunnen blijven lopen,’ zei Ada.

Even verderop stond een overkapping met een brede houten rand. Ze aten staand. Mara kreeg haar boterham niet uit het zakje zonder dat de kaas eruit gleed. Ada hield het zakje open en keek naar het halfdroge mosterdstreepje op de korst.

‘Daar zat vroeger een broodjeszaak,’ zei ze, met haar kin naar het lage gebouw ertegenover. ‘Ik ben daar met jou geweest toen je een arm in het gips had.’

‘Ik heb nooit een arm in het gips gehad.’

Ada kauwde. ‘Dan was je nicht het.’

Mara zag het kleine, betegelde interieur voor zich, maar dat kon net zo goed een ander café zijn. Ze wilde niet eens weten of zij er werkelijk geweest was. Uit de deuropening van het gebouw kwam een man met een stofzuiger achter zich aan. Het ding bleef op de drempel steken.

‘Ellen is verhuisd,’ zei ze.

‘Helemaal?’

‘Een paar straten verder. Twee trappen minder. Geen tuin, wel een balkon waar precies één stoel op kan.’

‘En jij bent al geweest?’

‘Nog niet.’

Ada nam een hap van haar peer. Mara veegde een mosterdkorrel van haar duim. Ze had Ellen beloofd te helpen op de dag dat zij uiteindelijk met opgestapelde panelen en een onjuiste paklijst bij die eerste locatie had gestaan. Zelfs het afzeggen was te laat gekomen. Daarna had ze op een zondag willen gaan, maar Ellen was er niet geweest. Een andere keer kon Mara zelf niet. Sindsdien zag ze de naam op haar telefoon en dacht dat ze eerst iets behoorlijks moest kunnen aanbieden.

‘Ik moet iets met haar afspreken,’ zei ze.

‘Dan moet je dat doen.’

Er zat geen verwijt in. Dat maakte de zin even kaal.

‘Ze heeft het druk.’

‘Jij ook.’

Ada vouwde het lege broodzakje op. Ze had het niet gezegd alsof dat de afspraak onmogelijk maakte, maar ze trok er ook geen plan uit. Mara keek naar de stofzuiger, die inmiddels buiten stond. De man was weer naar binnen gegaan voor een verlengsnoer.

Op de terugweg namen ze de andere kant van het water. Daar liep de zon tussen twee huizen door over het pad. Ze hadden de heenweg langer gemaakt dan Mara had gedacht, maar het was nog geen twaalf uur. Bij de brug haalde ze haar telefoon tevoorschijn om de tijd te controleren. Er stonden twee berichten op: één van het bureau en één reclame. Het werkbericht was voor de hele groep. Iemand had de koffiebonen besteld.

‘Moet je gaan?’ vroeg Ada.

‘Over een minuut of tien.’

Haar moeder stond even stil bij een boom met kleine peertjes die op de grond tot bruine schijfjes waren verpletterd. Ze wees naar een enkele vrucht hoog in de takken.

‘Dat zijn andere dan de onze.’

‘Niet voor tussendoor?’

‘Als je graag meel in je mond hebt.’

Mara voelde met haar hand aan haar eigen peer. Hij had een donkere deuk gekregen tegen de rand van haar tas. Ze zou hem op het bureau moeten eten, voor iemand hem weer tussen de monsters en lijmspullen legde.

Bij de afslag naar de halte namen ze afscheid. Ada moest thuis nog haar sportschoenen halen. Ze wilde er op tijd zijn omdat de rackets bij de balie soms allemaal uitgeleend waren.

‘Koop je er niet gewoon één?’ vroeg Mara.

‘Misschien later. Ik weet nog niet of dat hele dure ding echt zo anders voelt. Leonie zegt dat ik het verschil wel merk, maar zij merkt ook dat de lampen boven veld drie te hoog hangen.’

Mara kuste haar op de wang. Ada's sjaal prikte tegen haar kin.

Op weg naar het bureau bleef ze voor een kruising wachten waar niets aankwam. De wind sloeg het voetgangerslicht een beetje heen en weer. Ze keek naar de naam van Ellen in haar telefoon, schoof het toestel terug in haar tas en trok het er weer uit. Ze kon nu niet beginnen met wanneer kun jij. Over tien minuten was ze aan het werk. Ze schreef dat ze graag wilde komen, dat ze die middag haar agenda zou bekijken en dat Ellen niets vrij hoefde te houden.

Ze verstuurde het bericht voordat het licht op groen sprong.

Op het bureau lag haar map nog op de kast. Iemand had er een pak plakbriefjes op gezet. Ze haalde de briefjes eraf, legde de map op haar bureau en keek naar het vel met het scheve nietje. Lotte kwam met een kop thee binnen.

‘Mooie wandeling?’

‘Ja.’

‘Ik heb de nieuwe maten erbij gezet. Op de achterkant.’

Mara sloeg het vel om. Er stonden drie getallen, en daaronder een vraag over de breedte van de deur. Ze pakte de telefoon en belde de locatie voordat zij die getallen in de planning overnam. Met haar andere hand haalde ze de peer uit haar tas. De deuk was klein genoeg om eromheen te eten.

Hoofdstukken

Woensdag gesloten

  1. 01De klantenstoel11 minuten
  2. 02De korte pen10 minuten
  3. 03Donderdag komen ze niet allemaal10 minuten
  4. 04De lege middag12 minuten
  5. 05De tweede proef12 minuten
  6. 06Een nette buitenkant12 minuten
  7. 07Achter het bord13 minuten
  8. 08De zaterdagafspraak12 minuten
  9. 09De kolom ernaast11 minuten
  10. 10Invoegen11 minuten
  11. 11Het onderdeel dat wel paste12 minuten
  12. 12Niet alle klokken11 minuten
  13. 13Vier panelen over12 minuten
  14. 14Het hele schrift13 minuten
  15. 15De prijs van teruggeven11 minuten
  16. 16Een andere handtekening11 minuten
  17. 17Geen lesJe leest nu11 minuten
  18. 18Een klok minder10 minuten
  19. 19De laatste data11 minuten
  20. 20Wat januari kost10 minuten
  21. 21De laatste muur10 minuten
  22. 22Niet nog een ronde13 minuten
  23. 23Nieuwe letters14 minuten
  24. 24De ruimte voor de bocht14 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.