Hoofdstuk 13 · 12 minuten lezen
Vier panelen over
De wand bleek niet bij de hoek te beginnen. Er zat een deur in, terugliggend achter een pilaar, die op de foto nauwelijks te onderscheiden was geweest van het schilderwerk. Toen Mara binnenkwam, stond de deur open. Er lag een opgerolde tochtstrip achter die iemand had gebruikt om hem niet dicht te laten vallen.
‘Hier?’ vroeg de monteur.
Ze keek op het plan. De lijn begon bij het uiteinde van de zaal, liep zonder onderbreking naar de pilaar en ging er op papier dwars doorheen. Zij had de totale maat gebruikt. De foto met het meetlint was van de beheerder gekomen, maar zij had hem overgenomen in de definitieve tekening.
‘Ik moet die hoek even zien,’ zei ze.
De monteur stapte achteruit. Hij heette Niels. Zij had hem eerder twee dagen aan een andere tentoonstelling gehad en toen maar één keer op zijn naam gelet, op de urenstaat. Nu was ze blij dat ze het wist. Ze bukte zich bij de pilaar en hield de rolmaat vast. De maat was niet op een lastige manier anders. Er ontbrak gewoon bruikbare wand.
De zaal in het voormalige postkantoor had hoge ramen en een vloer waarop ieder kartonnen hoekje hoorbaar langs het hout schraapte. Er stonden zes kratten met de panelen voor Op straat. Vierentwintig stuks, genummerd, met beschermers aan de randen. Door de ramen zag je mensen naar de markt lopen met tassen die nog plat waren. Morgenochtend moest het publiek hier naar de eerste foto's kunnen kijken.
‘Hoeveel verliezen we?’ vroeg Niels.
Mara wilde niet verliezen zeggen. Ze telde op de tekening: het eerste paneel, het tweede, dan een tussenruimte die Hester graag royaal had gewild. Ze kon alles dichter op elkaar zetten. Alleen de deur bleef dan dicht moeten, en achter die deur lag een werkruimte die de beheerder drie keer per dag gebruikte.
‘Niet afsluiten,’ zei de beheerder toen ze keek. ‘Ook niet alleen morgen.’
‘Dat snap ik.’
Het klonk alsof hij haar iets had verboden. Hij had haar alleen uitgelegd waarvoor zijn deur bestond.
Ze legde het plan op een lege krat. Op de grond zette Niels met tape de breedtes uit. Vier stukken tape kwamen in de ruimte die voor de deur vrij moest blijven. Ze liepen er samen langs, met hun voeten tussen de strepen. Voor ieder paneel leek nog wel een andere plek te vinden. Pas bij het teruglopen zag Mara dat ze dan twee tekststukken van elkaar haalden die bij hetzelfde beeld hoorden.
Hester kwam om half tien met een krat koffieflessen en een papieren zak met krentenbollen. Haar sjaal bleef hangen aan het hengsel. Ze trok hem los en vroeg waar de aansluitingen voor het geluid zaten.
‘We hebben geen geluid,’ zei Mara.
‘Nee. Ik vroeg het automatisch. De vorige keer stonden hier luidsprekers.’
Ze zette het krat neer en keek naar de tape op de vloer. ‘Wat doen die daar?’
Mara haalde adem. ‘Ik heb de lengte van deze wand niet goed overgenomen. Met de deur en die pilaar hebben we ruimte voor vier panelen minder dan op het plan.’
Hester bleef bij de krat staan. ‘Welke vier?’
‘Dat moeten we bepalen. Ik wil niet de doorgang—’
‘Natuurlijk niet. Welke vier kunnen we missen?’
Ze had al een besluit verder gedacht dan Mara. Dat voelde tegelijk behulpzaam en gevaarlijk. Mara wist nog niet of missen de enige mogelijkheid was. Ze kende de offerte voor noodproductie niet, de beschikbaarheid van losse frames, de uren van de twee mannen die hier stonden. Ze wilde eerst een oplossing geven waarin die vragen allemaal al waren beantwoord.
‘Geef me tien minuten om de opstelling te bekijken,’ zei ze.
Hester keek naar de andere wand. ‘Dan bekijken we het samen. Het zijn mijn foto's.’
De panelen werden uit de eerste krat gehaald. Mara las de nummers af en Niels legde ze met beschermend materiaal tussen de achterkanten tegen de lange muur. Zijn collega haalde de ophangdelen uit de dozen. Er was meer werk dat gewoon door kon. De inleiding, het overzicht van de oude straten, de lange foto van het marktplein. Mara liep erlangs met Hester en hield het plan in beide handen, omdat ze anders steeds een vinger op een verkeerde regel zette.
Bij een winkelpui bleef Hester staan.
‘Dit is niet de laatste tekst.’
Mara boog dichterbij. Onder de foto stond de naam van een slager. Ze wist niet uit zichzelf welke naam daar hoorde. Wel herkende ze de regel eronder. Er stond een bedankje aan een verzameling waarvan Hester had gezegd dat het niet de juiste bron was.
‘Deze hebben we veranderd,’ zei Hester. ‘Alle vier van die reeks.’
Mara legde haar plan neer. Ze liep naar de krat en zocht de andere drie nummers. In alle vier stond de oude vermelding. Een huisnummer was nog verkeerd en bij één foto stond het woord vermoedelijk dat in de goedgekeurde tekst was verdwenen. Geen fout die je met afstand kon oplossen.
Ze belde Bram van Drukkerij Van Dam. Hij vroeg naar het bestand. Mara noemde de naam die ze op de verzendlijst zag. Hij las hem terug. Het was hetzelfde bestand.
‘Ik zal de proef erbij pakken,’ zei hij.
‘Ik ook.’
Ze trok op haar telefoon de map open. Het netwerk was langzaam. Ze liep naar het raam, hield de telefoon hoger en schaamde zich voor dat gebaar, alsof het scherm op die manier beter kon doen wat zijzelf niet had gedaan. De proef stond er. Onder de mail had zij geschreven: deze set kan door. Ze had het bestand gekozen nadat de samengestelde versies zo onoverzichtelijk waren geworden dat ze alles opnieuw op nummer had gezet. Vier panelen waren terug in een oudere tekst beland.
‘Dat is onze fout,’ zei ze tegen Bram. ‘Die moet ik opnieuw bestellen.’
‘Maten hetzelfde?’
Ze keek naar de wand.
‘Wacht daar nog even mee.’
Hester was inmiddels aan het bellen. Ze vroeg geen andere ontwerper, hoorde Mara; ze vroeg de directeur van het archief of hij vijf minuten had. Niels wachtte bij de lege krat. Zijn collega was begonnen aan het overzicht, dat zonder de betwiste reeks kon hangen. Er werd gemeten, er viel een klein dopje op de vloer, iemand vroeg of de tweede ladder uit de berging kon komen. Het werk klonk niet alsof er vier panelen verkeerd waren.
Mara belde Nora. Ze vertelde eerst over de maat en toen over het drukwerk. Ze hoorde hoe de twee fouten naast elkaar erger klonken dan dezelfde vier panelen op de vloer.
‘Kunnen ze nog opnieuw?’ vroeg Nora.
‘Ja. Maar ze passen dan nog steeds niet.’
‘Wat stel je voor?’
Mara keek naar de glazen deuren aan de achterkant van de zaal. Daar was een nis, niet breed genoeg voor de oude opstelling, wel voor losse frames onder een hoek. Ze moest de route erlangs laten controleren. Het was de eerste plaats waar zij nog niet in haar hoofd een vaste muur van had gemaakt.
‘Of we maken nu overhaast iets kleiner. Of we hangen twintig panelen voor de opening en leveren deze vier op eigen staanders na. Ik leg beide voor, met de werkelijke kosten.’
‘Doe dat. Geen bestelling voordat je mij dat verschil hebt gestuurd.’
Het klonk niet als toestemming om de goedkope oplossing te kiezen. Het was toestemming om de fout zichtbaar te laten tot iemand de prijs kende.
Ze liet Niels de nis bekijken. Ze konden er vier eenvoudige verplaatsbare frames kwijt, als ze de gangruimte vrijhielden en de panelen goed ondersteunden. Hij wilde de maat op het echte object controleren en de beheerder wilde weten wie de frames na sluiting weer op hun plaats zette. Hester vroeg of een rolstoel erlangs kon. Mara gaf geen antwoord voordat de mannen hadden gemeten. Er kwam genoeg ruimte, maar niet met de vier frames in één rechte rij zoals zij had getekend. Twee aan twee, onder een kleine hoek, met een andere leesvolgorde. Hester legde de afbeeldingen op nummer zodat ze samen konden zien wat dat deed.
‘Die broodwinkel moet dan aan deze kant,’ zei ze. ‘Anders spring je twintig jaar terug.’
Mara noteerde het. Het kostte tijd, maar het was tijd waarin de oplossing preciezer werd. Ze stond niet alleen in de hoek op een telefoon te wachten.
Van Dam kon de vier juiste panelen aan het begin van de volgende week leveren. De passende staanders kwamen niet van de drukker; Niels' bedrijf kon ze ook niet vandaag ineens maken. Er was materiaal, er was een bedrag en een eerst mogelijke middag. Mara zette alles in een mail aan Nora, zonder een uur af te trekken waarvan zij nog niet wist wie het zou betalen.
Hester kwam naast haar staan toen ze de uitkomst terug had. Het archief kon vrijdag openen met twintig panelen. De vier winkelpuien waren aardig en inhoudelijk van belang, maar de route was ook zonder die reeks te volgen. Hester wilde een kleine mededeling bij de lege nis en een bevestigde dag voor de aanvulling. Geen vel waarop stond dat men de juiste foto's online kon zoeken; ze had juist dit gemaakt voor mensen die ervoor van huis kwamen.
‘Dan doen we dat,’ zei Mara.
‘Ik wil de nieuwe teksten nog eenmaal zien.’
‘Dat spreekt vanzelf.’
Hester keek op.
‘Ik stuur ze,’ zei Mara.
Ze liepen samen de twintig panelen na. Een foto die eerst een overgang zou zijn geweest, werd nu het laatste beeld. Hester schoof het bijschrift niet eenvoudig opzij; ze las het hardop en besloot de afsluitende zin te laten staan. Mara hoorde de woordvolgorde die zij tot dan toe alleen op schermen had gezien. In de zaal klonk hij minder groot.
Om kwart voor vier at ze haar krentenbol. Hij zat nog in de papieren zak en was zo plat geworden dat er geen boter meer op had gekund. Lotte belde over de nieuwe bestanden. Ze was boos dat zij de fout nu hoorde van een doorgestuurde mail met drie mensen erboven. Mara zei dat ze gelijk had en begon meteen over wat er voor maandag nodig was.
‘Stuur me de definitieve tekst, niet je laatste samengestelde map,’ zei Lotte. ‘En wie kijkt de correctie na?’
‘Hester. En ik op de proef.’
‘Op een proef die je echt opent.’
Mara wilde haar dat niet laten zeggen terwijl er andere mensen bij stonden. Lotte kon niet zien dat ze bij een nooduitgang naar de muur gekeerd stond. Mara liep nog twee stappen verder.
‘Ja,’ zei ze. ‘Op de vier afzonderlijke panelen.’
Lotte had die avond geen ruimte om het opnieuw te doen. De volgende ochtend paste in haar werk, mits de teksten op tijd kwamen. Mara schreef dat op en vroeg niet hoe laat haar avond begon. Ze stuurde de afspraak aan Nora en Hester. De opening bleef vrijdag met twintig. De aanvulling kreeg de afgesproken latere middag.
Ze had Ellen om half vier willen bellen, voor ze echt moest afzeggen. Ze zag nu de meldingen op haar telefoon: berichten van de drukker en Nora, twee gemiste oproepen en de agendaherinnering aan het uitpakken. Het was bijna vijf uur. Ellen had vanaf zes uur op haar gerekend.
Mara typte dat het later werd en wiste het weer. De opbouw zou tot zes duren. Ze had meegerekend met een probleemloze dag terwijl ze wist dat zij verantwoordelijk was voor de oplevering. Ze zou ook zonder de verkeerd gedrukte reeks te laat zijn geweest om bij Ellen op tijd een kast uit te pakken.
Ze belde. Ellen nam op met een iets te vrolijk hallo.
‘Ik kom vanavond niet,’ zei Mara. ‘Dat had ik eerder moeten zeggen.’
‘Hoeveel eerder wist je het?’
Mara keek naar de kratten langs de wand. ‘Genoeg eerder.’
Ellen vroeg niets over de tentoonstelling. Ze zei dat de buurman wel even kon helpen tillen, maar dat hij daarna weg moest. De rest liet ze dan staan. Mara bood zaterdag aan. Ellen kon zaterdag niet. Ze had een afspraak en ging die nu niet ook weer verplaatsen.
‘Ik heb me erop ingesteld dat je kwam,’ zei ze.
‘Dat begrijp ik.’
‘Dat zeg je altijd zo snel.’
Mara deed haar ogen even dicht. Uit het open raam hoorde ze het rijden van een lege marktkar.
‘Ik heb twee dingen beloofd op dezelfde dag,’ zei ze. ‘Ik dacht dat ik er op tijd tussenuit kon. Dat was niet eerlijk gepland.’
‘Nee.’
Ze bleven nog een paar tellen aan de lijn. Mara vroeg hoe het nieuwe huis beviel, en hoorde zelf hoe het klonk: nog snel iets vriendelijks in de ruimte die ze had achtergelaten. Ellen zei dat ze later wel zou vertellen. Ze wilde nu eten voordat de buurman kwam.
Na het gesprek zette Mara de afspraak met Ellen niet meteen in een ander vak. Ze schreef alleen afgezegd achter vandaag. In de zaal vroeg Niels waar de lege kratten naartoe moesten. Ze ging met hem mee naar de berging, keek naar de breedte van de deur en hielp één krat draaien tot hij erdoor kon.
Vrijdagochtend lag bij de ingang een stapel folders. Twintig panelen stonden of hingen op hun afgesproken plek. In de nis hing een klein wit kaartje over de vier afbeeldingen die later zouden komen. Hester had de tekst aangepast: niet wegens omstandigheden, gewoon de dag waarop ze verwacht werden. Mara zag een vrouw de mededeling lezen en daarna naar de eerste foto lopen.
Ze was gekomen om de oplevering met de beheerder te doen. De werkzaamheden van gisteren waren geboekt, de aanvullende productie was voor rekening van het bureau ingepland, de hulpstukken zaten in de berging. Bij het kaartje bleef de beheerder staan.
‘Die datum kan ik aan de vrijwilligers doorgeven?’
‘Ja,’ zei Mara. Ze had hem ditmaal gecontroleerd bij de mensen die het moesten maken en brengen.
Voor ze vertrok, liep ze nog eenmaal door de zaal. Twee bezoekers stonden bij dezelfde straatfoto en verschilden van mening over een winkel die al lang weg was. De een noemde een naam, de ander wees naar een raam. Mara bleef niet luisteren tot een van hen gelijk kreeg. Buiten belde ze het bureau om te zeggen dat de eerste locatie open was. Ze zei erbij wat er nog ontbrak.