Hoofdstuk 2 · 2 minuten lezen
Wat nog niet gezegd was
‘Een spreekbuis,’ zei Els. ‘Vroeger kon je daarmee de keuken bellen. Zonder elektriciteit.’ Ze schonk koffie bij. ‘Mijn vader vond alles zonder elektriciteit beter.’
De keuken was nieuw. Bij de verbouwing, negen jaar geleden, waren de openingen dichtgemaakt. Els liet achter de voorraadkast een rond stukje pleister zien. Liv tikte ertegen. Massief.
‘Waar komt hij dan uit?’
Els pakte een map met tekeningen. De lijn van kamer zeven liep naar beneden, maakte een bocht en splitste zich boven de keuken. Eén tak eindigde daar. De andere ging naar kamer acht. Vroeger sliep het personeel in die kamer, zodat ook na het sluiten van de keuken iemand bereikbaar was.
In acht stonden opgestapelde stoelen, een strijkplank en drie dozen kerstversiering. Het raam was opengewaaid. Els trok het dicht. Naast de deur zat een houten kastje met een messing hendel. In de doos eronder lag een losse metalen klep.
Liv fotografeerde de onderdelen zonder ze aan te raken. Ze was gewend kapotte machines vast te leggen vóór iemand besloot dat repareren niets kon bederven.
‘We kunnen het straks bekijken,’ zei Els. ‘Eerst wil ik weten waarom die man zijn ontbijt niet heeft aangeraakt.’
De handelsreiziger was vertrokken. Zijn sleutel lag naast de mandarijnen. Op een briefje stond dat hij vroeg weg moest. Geen klacht over nachtelijke stemmen. Els vouwde het papier dubbel en stopte het in haar vestzak.
Die avond zette Liv haar recorder bij het rooster. Om 00.17 kwamen de tikken. Daarna hoorde ze haar eigen stem: ‘Niet dichtdoen. Dan weten we niet waar het eindigt.’
Pas na een halve minuut drukte ze op stop. Haar vingers waren koud. De stem klonk zoals haar stem op opnamen altijd klonk: lager, met een kleine aarzeling voor het laatste woord.
Liv belde Els, die beneden woonde. Samen luisterden ze naar de opname. Els ging op het voeteneinde zitten, terwijl Liv haar drie keer achter elkaar afspeelde.
‘Ik heb dat niet gezegd.’
Els keek naar de handdoek. ‘Dan maken we dat ding dicht.’
‘Niet dichtdoen. Dan weten we niet waar het eindigt.’
Zodra de zin eruit was, beet Liv op haar lip. Els bleef met haar hand boven het rooster staan. Op de recorder was de tijdcode 00.17. Het was nu twaalf minuten later.