Hoofdstuk 1 · 2 minuten lezen
De buis
In kamer zeven stond het bed een handbreedte van de muur. Liv schoof het terug omdat haar kussen in de spleet viel. Achter het hoofdeinde zat een rond messing rooster, kleiner dan een bierviltje. Ze voelde er koude lucht doorheen komen, met de geur van vochtige jassen.
Het pension had acht kamers. Zes waren die week leeg. Beneden logeerde een handelsreiziger die om halfzeven ontbeet; Liv had hem alleen van zijn schoenen naast de deur leren kennen. De eigenaresse heette Els en liet 's avonds een schaal mandarijnen op de balie staan.
Liv was gekomen om te werken. Ze herstelde een oude verzameling interviews, twaalf banden vol vissers die elkaar tegenspraken over een verdwenen haven. Thuis werd het dak vervangen. Hier had Els stilte beloofd, behalve als de wind uit het westen kwam. Dan rammelde de regenpijp, had ze gezegd. Sinds haar aankomst kwam de wind uit het westen.
Om 00.17 haalde Liv haar koptelefoon af. Vanuit de muur klonken drie tikken. Daarna zei een vrouw: ‘Laat het licht nog even aan.’
De stem was vlakbij, alsof iemand aan de andere kant tegen het behang sprak. Liv keek naar de kier onder haar deur. De gang was donker. Ze dacht aan de handelsreiziger, aan een telefoon op luidspreker, aan leidingen die geluid over onverwachte afstanden droegen.
‘U hebt de verkeerde kamer,’ zei ze tegen het rooster.
Een korte ademhaling. Toen niets meer.
Ze schoof het bed weer naar voren. In het rooster zat een smalle schuif, vast onder verschillende lagen verf. Toen ze ertegen drukte, kraakte het metaal. Achter de openingen lag geen ventilatieschacht, maar een gladde buis die steil naar beneden liep.
Liv nam een minuut geluid op met haar telefoon. Regen. Het zoemen van haar laptop. Verder niets. Ze legde een handdoek over het rooster en ging slapen met het bedlampje aan, omdat de hoofdschakelaar bij de deur zat en ze alweer in bed lag.
De volgende ochtend was de handdoek op de grond gevallen. Midden in de stof liep een smalle vochtige streep. Die kon van de koude buis komen. Liv hing hem over de stoel en daalde met haar telefoon in haar hand de trap af.