Hoofdstuk 1 · 2 minuten lezen
Het blauwe blik
De vrouw kwam drie avonden achter elkaar om elf uur het stationscafé binnen. Ze bestelde thee, liet het zakje naast het glas liggen en keek naar de voetbrug. Om tien over elf rekende ze af. Vier minuten later stond ze boven op de brug, precies tussen de twee lampen.
Vera zag haar daar tijdens het stapelen van de stoelen. In haar olijfgroene regenjas leek de vrouw op iemand die wachtte tot een ander klaar was met parkeren. Toch was de parkeerplaats leeg. De laatste reizigerstrein vertrok om 22.56. Daarna kwam alleen nog de goederentrein langs; die stond niet op het gele vertrekbord.
Op donderdag bleef een blauw koekblik achter onder de cafétafel. Vera vond het toen ze veegde. Aan het hengsel zat een strook schilderstape: BAS. Het deksel sloot niet helemaal. Binnen lagen een kleine microfoon, opgerolde kabels en een envelop met drie foto's. Geen adres of telefoonnummer.
Op de bovenste foto stonden twee jonge mannen voor het oude seinhuis. Eén hield een bordje vast: LAATSTE DIENST. De ander trok een ernstig gezicht, maar zijn opgerolde broekspijpen waren vol modder. Op de achterkant stond in potlood: 23.14. Niet vergeten.
Vera legde alles terug. Ze had ooit een portemonnee gevonden en, bij het zoeken naar een naam, een brief gelezen die niet voor haar bestemd was. Sindsdien bleef ze liever aan de buitenkant van andermans spullen.
Toch liep ze even naar het perron. De voetbrug glom van de regen. Aanstaande maandag zou hij worden afgesloten; de nieuwe tunnel was al open. Bovenaan zag ze een wit krijtstreepje op de leuning. Daaronder ontbrak een schroef uit de oude messing naamplaat.
De vrouw was nergens te zien.
Vera dacht aan de handelaar die vorige week had gevraagd of de caféklok te koop was. Zulke mensen noemden een gebouw al gesloopt terwijl er nog iemand de vloer dweilde. Ze pakte haar telefoon, maar stopte hem weer weg. Eén ontbrekende schroef was geen bewijs van iets.
In de keuken zette ze het blik bij de gevonden paraplu's. De klok boven de deur wees 23.20. Haar telefoon zei 23.14. Ze gaf de klok een tik. Hij liep al maanden zes minuten voor.