Hoofdstuk 8 · 8 minuten lezen
De voorstelling die ze nog niet hadden
Maandagochtend zat Aron al in de zaal toen Mila en oma binnenkwamen. Hij tikte met de steel van een lepel op zijn rijstblik. Het klonk nu als iemand die op een gesloten deur klopte.
‘Dat wil ik gebruiken,’ zei hij.
Mila zette hun tekening op de tafel. ‘Waarvoor?’
‘Voor de visser. Die komt te laat.’
‘Hij kan toch gewoon door de deur?’
Aron tikte nog eens. Nu zat er een pauze tussen de tweede en de derde tik. ‘Als niemand opendoet, moet hij iets anders verzinnen.’
Mila keek naar de drie blokken op het papier. Ze had gisteren nog een lijntje getrokken tussen de keuken en de serre. Er moest iemand door het huis kunnen lopen. Anders waren het drie losse plaatjes.
Ilyas droeg een stapel mappen naar binnen. Achter hem kwamen drie mensen van de poppengroep. De vrouw die de gordijnen naaide droeg een tas die open bleef staan door een grote rol garen. De man van het geluid schoof eerst de voeten van zijn stoel gelijk. De vrouw met de programma-agenda bleef staan tot iedereen een plek had.
‘Een halfuur,’ zei ze. ‘Dan moet ik weg.’
Ilyas legde de mappen neer. ‘Dat is meer dan een visser nodig heeft om te laat te komen.’
Aron zette de lepel neer.
Mila schoof de tekening verder de tafel op. Zij en Aron hadden zondag gevraagd of ze vrijdag iets mochten spelen. Ilyas had gezegd dat hij eerst wilde weten wat. Nu zaten er echte mensen voor wie je een antwoord moest hebben.
‘Een verhaal in drie kamers,’ zei ze.
De gordijnenvrouw trok haar tas dichterbij. ‘Welke kamers?’
‘Van mijn oma. Van vroeger. Ze staan in die stof.’
Ze wees naar de zijruimte. Vanaf de tafel kon je een houten staander van het raam zien. De grote doek lag, leeg en in zijn hoes, op de plank in de berging. Mila had hem graag alvast willen laten zien, maar het was ochtend. Zonder licht zou het vooral een rol zijn.
Oma legde haar handen op tafel. ‘Drie opnamen. Uit het oude huis. Ik wil eerst een kleine proef, voor jullie drieën. Dan weten we hoe het speelt en hoeveel uitleg erbij moet.’
‘Dinsdagavond?’ vroeg de man van het geluid.
Ilyas keek naar de agenda. ‘Kan. Dan zijn we hier toch.’
Mila keek naar Aron. Een proef betekende nog geen echte voorstelling. Ze trok de tekening een stukje terug en legde haar vinger op de keuken.
‘Je kunt er echt in staan,’ zei ze. ‘En dan ga je hierdoor naar de volgende kamer. Het wordt één huis. De visser komt binnen en probeert uit te vinden waar de vis naartoe wil.’
De gordijnenvrouw boog over het papier. ‘Kunnen de mensen ook naar binnen?’
Mila had dat graag willen zeggen. In haar hoofd stond iedereen al bij de tafel met de panvlek.
‘Eerst spelen wij,’ zei ze. ‘Maar je ziet het wel allemaal.’
Aron tikte met zijn vinger op de serre. ‘Daar zit mijn stuk. Met het regenraam.’
‘Een huis dus,’ zei de vrouw met de agenda. Ze zette haar pen op het blad.
Oma schudde haar hoofd. ‘De kamers komen één tegelijk. Wij gaan niets aan elkaar vastmaken.’
De pen bleef even stil.
‘Maar je kunt toch steeds doorgaan?’ zei Mila. ‘Zonder dat de visser stopt.’
‘Met tijd om het doek rustig te verschuiven,’ zei oma. ‘Zoals gisteren.’
‘Dan maken we geluid tijdens het wisselen,’ zei Aron. ‘De vis kan buiten wachten.’
Hij pakte het blik en liet drie druppels vallen. De man van het geluid keek op.
‘Dat hoor je achteraan niet als iedereen kletst.’
Aron stond op en liep naar de andere kant van de zaal. Hij zette het blik op een lege stoel en kantelde het. Het geluid was dunner geworden.
De man bleef bij de tafel zitten. ‘Iets meer.’
Aron schudde. Even hagelde het weer. Hij keek naar Mila, maar zij keek naar de agenda.
‘Vrijdagavond is er nog plek na het kinderkoor,’ zei de vrouw. ‘Zeven uur. Tot vijf over halfacht, daarna wordt de zaal schoongemaakt.’
‘Dat hoeft niet zo lang,’ zei Mila meteen.
Ilyas keek naar haar. ‘Een voorstelling duurt pas zo lang als je hem hebt gespeeld. Eerst zien we dinsdag wat er is.’
Hij zette op een los blad drie regels. Wie speelt. Wat hebben we nodig. Wat doen we zonder het bijzondere licht.
Mila keek naar de laatste regel.
‘Dan kun je die kamers toch niet zien.’
‘Precies,’ zei Ilyas. ‘Wat speel je dan?’
Aron kwam terug met het blik. Hij zette de vis op zijn hand en liet de bek naar het lege papier draaien.
‘Hij kan alsnog een deur zoeken.’
De gordijnenvrouw schoof haar tas opzij. ‘Ik heb een oud laken. Daar kun je een raam op schilderen. Als jullie zelf het hout voor het frame uitzoeken, kijk ik of er iets bij zit dat niet splintert.’
Mila dacht aan de koele tafel die meeveerde onder haar hand. Op een laken kon je niet zitten. Maar alle anderen waren al bezig met maten en spullen.
‘Alleen als het echt niet anders kan,’ zei ze.
‘We oefenen allebei,’ zei Ilyas. Hij schreef het op.
Ze liepen de zijruimte nog een keer door. Mila zette een tas opzij die vlak voor de tuindeur stond. Daarna zochten ze een veilige plek voor de rol, verder van de decorbak en verf. De onderste brede plank werd vrijgemaakt. Op een kartonnetje schreef oma dat alleen zij de stof uit de hoes nam, samen met iemand die hielp.
Mila mocht de echte vloer voor het raam vrijhouden en de kamervolgorde klaarleggen. Aron zorgde voor geluid en zijn eigen tekst. Ilyas bleef verantwoordelijk voor licht en de poppen. De drie andere groepsleden zouden dinsdag komen kijken, zonder publiek erbij.
‘En geen spullen op de doek leggen,’ zei oma toen Mila het papier op de rol wilde zetten.
Ze pakte het terug. ‘Dat was ik niet van plan.’
Oma zei niets. Mila vouwde de tekening dubbel langs de lijn tussen de kamers. Nu lagen keuken en serre tegen elkaar. Het zag er meteen beter uit.
Toen ze de zaal uitliepen, schreef de vrouw met de agenda iets over van haar kladblad. Mila zag drie kamers en vrijdag staan. Het woord huis was doorgestreept, maar je kon het nog lezen.
‘Mila?’ riep oma vanuit de gang. ‘We eten eerst. Je moeder komt om twee uur bij het oude huis.’
Mila stopte de tekening in haar jaszak. De vouw bleef precies tussen de twee kamers zitten.