Hoofdstuk 24 · 9 minuten lezen
Waar de tafel nu staat
Na de voorstelling hielp Mila de kussens opstapelen. Op het voorste lag een klein autootje. Ze bracht het naar de deur, waar het jongetje van de toneellamp nog met zijn vader stond te praten. Hij stopte het zo snel in zijn zak dat ze nauwelijks zijn dankjewel hoorde.
In de zijruimte keken oma en Eva de hoes van de grote rol na. De stof was sinds de nacht helemaal ontladen. Hij kon opgerold mee naar huis. Mila zag oma met haar hand over de buitenkant gaan, op de plek waar daarbinnen de gele steken lagen. Daarna bond ze de beschermhoes vast.
Het houten raam bleef tegen de muur van het buurthuis staan. Ilyas zette de losse voeten zo dat niemand erover zou struikelen. De geschilderde variant stond nog op zijn steunen in de zaal. Aron wilde hem voorlopig daar laten; maandag kwamen er weer kinderen oefenen.
‘Ik neem het blik wel mee,’ zei hij.
Hij zette het met de lepel in zijn tas. Op zijn hand zat een klein afdrukje van de visser. Mila liet hem het rode plekje op haar eigen hand zien, van de rand van de krant.
‘Gevaarlijk weer,’ zei Aron.
Ze lachte. Hij zei dat hij haar de volgende keer een betere wolk zou laten zien. Ze vroeg of hij die dan niet alvast helemaal af wilde maken. Ze wilde mee oefenen.
‘Dan moet je wel op tijd komen.’
‘Doe ik.’
Eva en oma droegen de brede rol samen naar buiten. Mila liep voor hen uit om de deuren open te houden. Ze had haar tas over één schouder. De mal zat erin, met de losse blauwe draden in een apart zakje. Daar hoefde niets meer mee vastgezet te worden.
Buiten waren de stoeptegels droog. Een fietser wachtte tot ze langs waren. Eva hield haar kant van de rol iets hoger, zodat oma op het brede stuk van de stoep kon blijven lopen. Mila liep naast haar moeder. Het ronde uiteinde kwam ongeveer bij haar schouder.
Bij de bovenwoning deed ze alvast de voordeur open. Oma en Eva draaiden de rol op de overloop, één uiteinde eerst. Binnen zetten ze hem beschermd in de hoek naast de linnenkast. Morgen zou oma plaats maken in het lange rechtervak. Voor vanavond wilde ze vooral zitten.
Eva zette thee. Mila pakte drie bekers, waaronder die met het afgebroken oortje waar oma altijd haar potloden in bewaarde.
‘Die liever niet,’ zei oma.
Mila zette hem terug. Ze had bijna naar een andere kast gegrepen om het goede kopje van vroeger te zoeken. Nu zag ze het naast de borden staan, gewoon op de nieuwe plek.
Ze zaten een tijdje aan de eettafel. Eva wilde weten of die boterham op de zee erbij hoorde. Mila keek naar oma. Oma begon alweer te lachen.
‘Nee,’ zei Mila. ‘Hij viel echt.’
‘Dat dacht ik al. Je gezicht werd opeens heel groot.’
Mila deed voor hoe de visser naar zijn lege hand had gekeken. Ze gebruikte een theelepeltje als pet. Oma nam haar beker op voordat er iets in kon vallen.
Toen Eva vertrok, beloofde ze de volgende ochtend met Ilyas de kleine tafel te brengen. Hij had aangeboden even mee te sjouwen. Oma zwaaide vanaf de deur. Mila bleef bij haar staan tot ze de auto beneden hoorde wegrijden.
In de logeerkamer stond haar tas nog naast het bed. Ze pakte haar pyjama en keek naar de jas aan de hoge haak. De mouwen vielen lang naar beneden. Vanuit bed zou de donkere bobbel bij de kraag weer een hoofd kunnen zijn.
Ze haalde de jas eraf en hing hem aan de onderste haak. Nu raakte één mouw bijna de plint. Het was duidelijk een jas, ook toen ze het grote licht uitdeed om te kijken.
Oma kwam met een schone kussensloop. Er zaten geen knopen aan.
‘De andere is gewassen,’ zei ze. ‘Maar deze lijkt me prettiger.’
Mila schoof haar kussen erin. Ze streek met haar wang over de stof en schoof het toen onder haar hoofd. De radiator tikte twee keer.
‘Deur dicht?’ vroeg oma.
‘Een stukje open.’
Oma liet een kier. Door het streepje licht zag Mila het gele tapijt en de onderkant van de jas. Op de gang ging een kastdeur dicht. Ze bleef luisteren tot oma haar schoenen bij de slaapkamer neerzette. Daarna wist ze niets meer.
De volgende ochtend haalde Mila eerst de twee kartonnen stroken van de vloer. Ze bewaarde de envelop met de maten. Oma had het vak naast het raam leeggemaakt en de verhuispapieren bij elkaar gebonden. De stoel stond klaar.
Toen de bel ging, liep Mila naar beneden. Ilyas hield de tafel aan één kant vast en Eva stond aan de andere. Zonder kerststal leek het blad groter dan Mila had onthouden. Toch ging het ruim door de deur.
Mila liep met Ilyas' gereedschapstas achter hen aan. Boven moest oma even aangeven welke kant naar het raam moest. Eva en Ilyas zetten de tafel neer. Eén poot tikte op de vloer als je erop leunde. Ilyas keek eronder en plakte een dun viltje bij.
Daarna stond de tafel stevig.
Oma schoof haar stoel aan. Ze kon zitten, opstaan en de lade van het kastje ernaast openmaken. Het tafelblad hield ruim voor de radiator op. Mila legde de rolmaat erop, maar oma schoof hem naar de zijkant.
‘Ik heb eerst koffie nodig.’
Ze dronken met z'n vieren. De ronde vlek op het blad bleef zichtbaar onder oma's beker. Mila ging er met haar vinger langs. Deze tafel veerde niet mee. Toen ze hem per ongeluk met haar knie raakte, hoorde iedereen het.
Na de koffie zetten ze de naaidoos op de nieuwe werkplek. Oma deed hem open om haar gewone schaar en een meetlint te pakken. Het rode naaldenkussentje kwam ernaast. De kartonnen mal hoefde niet bij het handwerk. Mila vouwde hem klein voor de papierbak en deed de losse blauwe draden bij de gewone restjes garen, zonder de wikkelingen te bewaren.
In de linnenkast schoof oma een stapel winterdekens opzij. Achterin het lange rechtervak kon de brede rol rechtop staan, met de onderkant op een schone dikke doek. De hoes bleef eromheen. Op een nieuw kaartje schreef oma wat er op het grote weefsel nog bewaard was: de naaikamer en de serre.
Mila hield het kaartje vast terwijl oma het aan de hoes bond. Ze keek naar de punt van het potlood.
‘De keuken hoeft er niet bij,’ zei ze.
Oma legde het potlood neer. ‘Nee.’
Vooraan, op een andere plank, lag de kleine lap. Oma haalde hem eruit om te controleren of hij nog schoon was. Mila pakte de twee hoeken. De grijze stof lag soepel tussen hun handen. Aan de rand zat één los vezeltje.
Mila liet de lap los en nam het vezeltje op haar duim. Het was dof. Zelfs toen ze haar hand dichter bij het raam hield, werd het geen zilver. Ze blies het weg en zag het op het tapijt vallen.
Samen vouwden ze de kleine lap op. Oma legde het eigen kaartje erbij: ‘Geleend maanlicht. Heel laten. Voor de ochtend buiten uitvouwen, met de glanzende kant naar de hemel.’ Het blauwe lint ging er losjes omheen. Dit pakketje kwam apart vooraan in de kast te liggen.
Mila deed de deur dicht en draaide zich om. Aan de nieuwe tafel zat Eva op oma's stoel. Ze probeerde een draad door een naald te krijgen en hield hem veel te dicht bij haar neus.
‘Die kant op,’ zei oma.
Ze boog over haar schouder om het te laten zien. Mila schoof een tweede stoel bij. Hij paste net naast de eerste, als ze haar benen een beetje naar links deed. Ze legde haar handen op het echte houten blad en bleef zitten.
Einde

