Soep voor Pop
Fien maakt eten in haar speelkeuken. Pop zit al klaar. Maar hoe krijgt Fien de groente uit de pan in de kom?
Een volledig prentenverhaal met 10 grote platen. Jij leest voor; samen nemen jullie de tijd.

Plaat 1 van 10
Pop krijgt eten. Fien zet haar in de stoel bij het gele tafeltje.
Dan haalt ze de blauwe pan uit haar speelkeuken. Ze houdt hem voor Pop. ‘Ik maak soep. Helemaal voor jou.’
Laat je kind kijken waar Pop zit. Je kunt haar naam zacht herhalen.
Een vraag voor samen. Niets hoeft.
Het verhaal is uit. Nog eens kijken? Met ‘Nog een keer’ begin je weer bij de eerste plaat.
Hier lees je alle platen achter elkaar. Als de bladerknoppen werken, verschijnt één plaat tegelijk.
Plaat 1

Pop krijgt eten. Fien zet haar in de stoel bij het gele tafeltje.
Dan haalt ze de blauwe pan uit haar speelkeuken. Ze houdt hem voor Pop. ‘Ik maak soep. Helemaal voor jou.’
Waar zit Pop?
Laat je kind kijken waar Pop zit. Je kunt haar naam zacht herhalen.
Plaat 2

Op het plankje liggen een wortel, een aardappel en broccoli. Allemaal van hout.
Fien legt ze één voor één in de pan. Tik, tok, tak. Ze klinken harder dan echte groente.
Zie jij de oranje wortel?
Je kunt de groente aanwijzen of de drie geluidjes nadoen. Tellen hoeft niet.
Plaat 3

De houten lepel gaat erbij. Fien roert. De wortel tikt tegen de rand.
‘Nog even wachten, Pop.’ Ze roert nog eens, nu de andere kant op. Pop zit stil aan tafel.
Kun jij ook doen alsof je roert?
Met een lege hand een rondje maken is genoeg. Je hoeft geen speelgoed te pakken.
Plaat 4

Fien zet de rode kom voor Pop neer. Er komt een kleine gele lepel naast.
Mama komt op het kleed zitten. ‘Het ruikt hier lekker,’ zegt ze. Fien steekt haar neus boven de pan.
Zie jij de kleine lepel?
Kijk samen naar de twee verschillende lepels. Groot en klein benoemen mag, maar hoeft niet.
Plaat 5

Nu moet de soep in de kom. Fien pakt de pan bij de oren.
Ze tilt hem op. De houten lepel rolt tegen de rand. Fien zet de pan op het tafeltje en haalt de lepel eruit.
Zie jij de handvatten van de pan?
Je kunt de handvatten aanwijzen. Die heten ook wel de oren van de pan.
Plaat 6

Ze kantelt de pan. De wortel schuift meteen naar buiten.
Tok! Op het kleed. De aardappel rolt erachteraan. Alleen de broccoli blijft liggen. Fien zet de pan gauw weer recht. Pop heeft nog niets.
Waar ligt de wortel nu?
Je kunt volgen waar de groente naartoe rolde. Verder lezen mag zonder antwoord.
Plaat 7

Fien kijkt onder de tafel. Daar ligt haar soep. Ze kruipt op het kleed en pakt de wortel.
Mama geeft haar de aardappel. Fien doet ze terug in de pan. ‘Niet zo hard eruit,’ zegt ze.
Zie jij de wortel in Fiens hand?
Je kunt de wortel samen aanwijzen. Alleen kijken is ook goed.
Plaat 8

Mama houdt de kom vlak bij de pan. Fien pakt de grote lepel.
Eerst schept ze de aardappel in de kom. Dan de broccoli. De wortel past op de lepel. Fien laat hem voorzichtig in de kom glijden.
Wat ligt er op de grote lepel?
Kijk samen naar de laatste groente op de lepel. Het antwoord hoeft niet goed of hardop te zijn.
Plaat 9

Fien pakt de kleine lepel en houdt hem voor Pops mond. ‘Hap.’
Er zit niets op de lepel, maar Fien smakt zelf alvast. Mama smakt mee. Pop krijgt nog een hap. Fien moet erom lachen.
Zie jij Pops mondje?
Je kunt doen alsof je een hapje neemt. Er hoeft niets echt gegeten te worden.
Plaat 10

‘Genoeg,’ zegt Fien. Ze legt de lepel neer en tilt Pop uit de stoel.
Pop mag op haar schoot. Fien wrijft met haar hand over Pops buik. De soep staat nog op tafel. Pop heeft genoeg gegeten.
Waar zit Pop nu?
Je kunt even zacht over je eigen buik wrijven of alleen samen kijken naar de laatste plaat.
Alle 10 platen achter elkaar bekijken
Plaat 1

Pop krijgt eten. Fien zet haar in de stoel bij het gele tafeltje.
Dan haalt ze de blauwe pan uit haar speelkeuken. Ze houdt hem voor Pop. ‘Ik maak soep. Helemaal voor jou.’
Waar zit Pop?
Laat je kind kijken waar Pop zit. Je kunt haar naam zacht herhalen.
Plaat 2

Op het plankje liggen een wortel, een aardappel en broccoli. Allemaal van hout.
Fien legt ze één voor één in de pan. Tik, tok, tak. Ze klinken harder dan echte groente.
Zie jij de oranje wortel?
Je kunt de groente aanwijzen of de drie geluidjes nadoen. Tellen hoeft niet.
Plaat 3

De houten lepel gaat erbij. Fien roert. De wortel tikt tegen de rand.
‘Nog even wachten, Pop.’ Ze roert nog eens, nu de andere kant op. Pop zit stil aan tafel.
Kun jij ook doen alsof je roert?
Met een lege hand een rondje maken is genoeg. Je hoeft geen speelgoed te pakken.
Plaat 4

Fien zet de rode kom voor Pop neer. Er komt een kleine gele lepel naast.
Mama komt op het kleed zitten. ‘Het ruikt hier lekker,’ zegt ze. Fien steekt haar neus boven de pan.
Zie jij de kleine lepel?
Kijk samen naar de twee verschillende lepels. Groot en klein benoemen mag, maar hoeft niet.
Plaat 5

Nu moet de soep in de kom. Fien pakt de pan bij de oren.
Ze tilt hem op. De houten lepel rolt tegen de rand. Fien zet de pan op het tafeltje en haalt de lepel eruit.
Zie jij de handvatten van de pan?
Je kunt de handvatten aanwijzen. Die heten ook wel de oren van de pan.
Plaat 6

Ze kantelt de pan. De wortel schuift meteen naar buiten.
Tok! Op het kleed. De aardappel rolt erachteraan. Alleen de broccoli blijft liggen. Fien zet de pan gauw weer recht. Pop heeft nog niets.
Waar ligt de wortel nu?
Je kunt volgen waar de groente naartoe rolde. Verder lezen mag zonder antwoord.
Plaat 7

Fien kijkt onder de tafel. Daar ligt haar soep. Ze kruipt op het kleed en pakt de wortel.
Mama geeft haar de aardappel. Fien doet ze terug in de pan. ‘Niet zo hard eruit,’ zegt ze.
Zie jij de wortel in Fiens hand?
Je kunt de wortel samen aanwijzen. Alleen kijken is ook goed.
Plaat 8

Mama houdt de kom vlak bij de pan. Fien pakt de grote lepel.
Eerst schept ze de aardappel in de kom. Dan de broccoli. De wortel past op de lepel. Fien laat hem voorzichtig in de kom glijden.
Wat ligt er op de grote lepel?
Kijk samen naar de laatste groente op de lepel. Het antwoord hoeft niet goed of hardop te zijn.
Plaat 9

Fien pakt de kleine lepel en houdt hem voor Pops mond. ‘Hap.’
Er zit niets op de lepel, maar Fien smakt zelf alvast. Mama smakt mee. Pop krijgt nog een hap. Fien moet erom lachen.
Zie jij Pops mondje?
Je kunt doen alsof je een hapje neemt. Er hoeft niets echt gegeten te worden.
Plaat 10

‘Genoeg,’ zegt Fien. Ze legt de lepel neer en tilt Pop uit de stoel.
Pop mag op haar schoot. Fien wrijft met haar hand over Pops buik. De soep staat nog op tafel. Pop heeft genoeg gegeten.
Waar zit Pop nu?
Je kunt even zacht over je eigen buik wrijven of alleen samen kijken naar de laatste plaat.