Muis en het laatste blok
Nog één blok op de toren. Dan gaat Muis naar bed. Maar eerst krijgt alles een plekje — en Muis een kus.
Een volledig prentenverhaal met 8 grote platen. Jij leest voor; samen nemen jullie de tijd.

Plaat 1 van 8
Muis bouwt een toren.
Blauw, groen, geel.
Het rode blok ligt nog op de mat.
Je kunt het blok aanwijzen of samen de kleuren benoemen. Verder lezen mag ook.
Een vraag voor samen. Niets hoeft.
Het verhaal is uit. Nog eens kijken? Met ‘Nog een keer’ begin je weer bij de eerste plaat.
Hier lees je alle platen achter elkaar. Als de bladerknoppen werken, verschijnt één plaat tegelijk.
Plaat 1

Muis bouwt een toren.
Blauw, groen, geel.
Het rode blok ligt nog op de mat.
Zie jij het rode blok?
Je kunt het blok aanwijzen of samen de kleuren benoemen. Verder lezen mag ook.
Plaat 2

Mama komt kijken.
Muis gaapt. Zijn mond gaat helemaal open.
‘Nog één blok,’ zegt hij.
Kun jij ook zo gapen?
Als je kind wil, kun je samen gapen. Een reactie is niet nodig.
Plaat 3

Muis zet het rode blok bovenop.
De toren wiebelt.
Boem! Daar liggen alle blokken.
Waar liggen de blokken nu?
Volg samen de gevallen blokken met je vinger. Samen aanwijzen is genoeg; tellen hoeft niet.
Plaat 4

‘Morgen weer bouwen,’ zegt Mama.
Muis pakt het rode blok.
Dat gaat in de doos. De andere blokken ook.
Zie jij de doos?
Wijs eventueel aan waar de blokken in gaan. Je kunt het pakken en neerleggen ook voordoen.
Plaat 5

Alle blokken zitten in de doos.
Muis loopt naar zijn bed.
Hij klimt erin en gaat liggen.
Waar gaat Muis liggen?
Kijk samen naar het bed. Laat je kind zelf kiezen waar het naar wijst.
Plaat 6

Zijn voeten zijn nog koud.
Mama trekt de deken omhoog.
Nu ligt Muis lekker warm.
Zie jij de sterren op de deken?
Je kunt een ster aanwijzen. Je eigen deken voelen mag ook.
Plaat 7

Zijn neus komt nog boven de deken uit.
‘Nog een kus.’
Mama buigt naar hem toe. Smak.
Waar is het neusje van Muis?
Wijs alleen als je kind dat fijn vindt. Je kunt ook gewoon zacht doorlezen.
Plaat 8

Het licht gaat uit.
De blokken blijven in de doos.
Muis sluit zijn ogen. Welterusten, Muis.
Zie jij hoe Muis ligt?
Je kunt zacht welterusten zeggen. Nog eens naar de plaat kijken mag ook.
Alle 8 platen achter elkaar bekijken
Plaat 1

Muis bouwt een toren.
Blauw, groen, geel.
Het rode blok ligt nog op de mat.
Zie jij het rode blok?
Je kunt het blok aanwijzen of samen de kleuren benoemen. Verder lezen mag ook.
Plaat 2

Mama komt kijken.
Muis gaapt. Zijn mond gaat helemaal open.
‘Nog één blok,’ zegt hij.
Kun jij ook zo gapen?
Als je kind wil, kun je samen gapen. Een reactie is niet nodig.
Plaat 3

Muis zet het rode blok bovenop.
De toren wiebelt.
Boem! Daar liggen alle blokken.
Waar liggen de blokken nu?
Volg samen de gevallen blokken met je vinger. Samen aanwijzen is genoeg; tellen hoeft niet.
Plaat 4

‘Morgen weer bouwen,’ zegt Mama.
Muis pakt het rode blok.
Dat gaat in de doos. De andere blokken ook.
Zie jij de doos?
Wijs eventueel aan waar de blokken in gaan. Je kunt het pakken en neerleggen ook voordoen.
Plaat 5

Alle blokken zitten in de doos.
Muis loopt naar zijn bed.
Hij klimt erin en gaat liggen.
Waar gaat Muis liggen?
Kijk samen naar het bed. Laat je kind zelf kiezen waar het naar wijst.
Plaat 6

Zijn voeten zijn nog koud.
Mama trekt de deken omhoog.
Nu ligt Muis lekker warm.
Zie jij de sterren op de deken?
Je kunt een ster aanwijzen. Je eigen deken voelen mag ook.
Plaat 7

Zijn neus komt nog boven de deken uit.
‘Nog een kus.’
Mama buigt naar hem toe. Smak.
Waar is het neusje van Muis?
Wijs alleen als je kind dat fijn vindt. Je kunt ook gewoon zacht doorlezen.
Plaat 8

Het licht gaat uit.
De blokken blijven in de doos.
Muis sluit zijn ogen. Welterusten, Muis.
Zie jij hoe Muis ligt?
Je kunt zacht welterusten zeggen. Nog eens naar de plaat kijken mag ook.