Lina gaat met de bus
Lina gaat naar Oma. Konijn mag mee in haar rugzak. Eerst wachten ze bij de halte. Dan komt er een grote gele bus.
Een volledig prentenverhaal met 10 grote platen. Jij leest voor; samen nemen jullie de tijd.

Plaat 1 van 10
Lina gaat naar Oma. Konijn gaat mee. Ze duwt hem in haar oranje rugzak, met zijn oren boven de rand.
Papa maakt de rits een stukje dicht. Zo blijft er ruimte voor die lange oren.
Wijs eventueel de oren boven de tas aan. Je kunt ook naar de eigen oren van je kind wijzen.
Een vraag voor samen. Niets hoeft.
Het verhaal is uit. Nog eens kijken? Met ‘Nog een keer’ begin je weer bij de eerste plaat.
Hier lees je alle platen achter elkaar. Als de bladerknoppen werken, verschijnt één plaat tegelijk.
Plaat 1

Lina gaat naar Oma. Konijn gaat mee. Ze duwt hem in haar oranje rugzak, met zijn oren boven de rand.
Papa maakt de rits een stukje dicht. Zo blijft er ruimte voor die lange oren.
Zie jij de oren van Konijn?
Wijs eventueel de oren boven de tas aan. Je kunt ook naar de eigen oren van je kind wijzen.
Plaat 2

Bij de halte staat een bankje. Papa en Lina gaan zitten. De rugzak komt tussen hen in.
Er rijdt een fiets voorbij. Dan een rode auto. Lina houdt haar vinger op de witte stip van haar tas.
Zie jij het bankje?
Je kunt samen doen alsof je even op de bus wacht. Er hoeft niet echt gewacht te worden.
Plaat 3

Daar komt de bus. Geel en groot. Hij rijdt langzaam tot bij het bankje en stopt.
De deuren schuiven open. Papa hangt de rugzak op zijn rug en pakt Lina’s hand. Nu mogen ze mee.
Waar gaat de busdeur open?
Je kunt naar de open deur wijzen. Je kind hoeft geen busgeluid na te doen.
Plaat 4

Lina tilt haar voet op. Ze moet een stukje omhoog. Papa houdt haar hand stevig vast.
Binnen houdt hij een kaartje tegen het kastje bij de deur. Piep. Lina kijkt naar zijn hand.
Zie jij Lina’s witte schoen?
Kijk samen naar de stap. Je kunt met een vinger over de afgebeelde instap gaan.
Plaat 5

Ze vinden twee stoelen naast elkaar. Lina zit bij het raam. Papa zit aan het gangpad.
Hij haalt Konijn uit de tas. Lina zet hem op haar schoot en stopt zijn lange oren naast zijn buik.
Waar zit Konijn nu?
Je kunt Konijn aanwijzen. Dat hij niet meer in de tas zit, mag je gewoon benoemen.
Plaat 6

De bus bromt. Het bankje glijdt langs het raam naar achteren. Daarna komen er huizen en een boom.
Lina legt haar hand tegen het glas. Ze kijkt tot de boom uit beeld is. Konijn blijft op haar schoot.
Wat zie jij buiten het raam?
Kijk naar het landschap dat voorbijgaat. Je hoeft niets te laten tellen of onthouden.
Plaat 7

Bij de volgende halte gaat een vrouw naar buiten. Een man met een tas komt binnen.
Lina schuift wat dichter tegen Papa aan. Ze kijkt naar zijn grote jaszak. Papa legt zijn hand even op haar knie.
Zie jij Papa naast Lina?
Je kunt benoemen dat Papa naast haar blijft zitten. Laat de aandacht van je kind de plaat volgen.
Plaat 8

‘Hier moeten we eruit,’ zegt Papa. Hij drukt op de knop naast de stoel.
De bus stopt weer. Papa doet Konijn terug in de rugzak. Hij houdt zijn kaart bij het kastje. Piep. Dan pakt hij Lina’s hand. De deur schuift open.
Zie jij Papa’s kaart?
Je kunt het piepje samen nadoen. Kijken mag ook.
Plaat 9

Buiten staat Oma. Ze zwaait met haar hele arm. Lina ziet haar en zwaait terug.
Papa helpt haar naar de stoep. Dan laat hij haar hand los. Lina loopt de paar stappen naar Oma en kruipt tegen haar aan.
Waar staat Oma?
Je kunt samen naar Oma zwaaien, of alleen naar de ontmoeting kijken.
Plaat 10

Oma pakt Lina’s hand. Papa loopt naast hen. Achter hen doet de bus zijn deuren dicht.
Brom. Hij rijdt verder. Lina kijkt nog één keer om. Konijn is mee, Papa is mee en Oma is er. Nu gaan ze samen naar haar huis.
Zie jij met wie Lina verder loopt?
Kijk samen naar de drie mensen. Je hoeft geen namen op te vragen; het verhaal is uit.
Alle 10 platen achter elkaar bekijken
Plaat 1

Lina gaat naar Oma. Konijn gaat mee. Ze duwt hem in haar oranje rugzak, met zijn oren boven de rand.
Papa maakt de rits een stukje dicht. Zo blijft er ruimte voor die lange oren.
Zie jij de oren van Konijn?
Wijs eventueel de oren boven de tas aan. Je kunt ook naar de eigen oren van je kind wijzen.
Plaat 2

Bij de halte staat een bankje. Papa en Lina gaan zitten. De rugzak komt tussen hen in.
Er rijdt een fiets voorbij. Dan een rode auto. Lina houdt haar vinger op de witte stip van haar tas.
Zie jij het bankje?
Je kunt samen doen alsof je even op de bus wacht. Er hoeft niet echt gewacht te worden.
Plaat 3

Daar komt de bus. Geel en groot. Hij rijdt langzaam tot bij het bankje en stopt.
De deuren schuiven open. Papa hangt de rugzak op zijn rug en pakt Lina’s hand. Nu mogen ze mee.
Waar gaat de busdeur open?
Je kunt naar de open deur wijzen. Je kind hoeft geen busgeluid na te doen.
Plaat 4

Lina tilt haar voet op. Ze moet een stukje omhoog. Papa houdt haar hand stevig vast.
Binnen houdt hij een kaartje tegen het kastje bij de deur. Piep. Lina kijkt naar zijn hand.
Zie jij Lina’s witte schoen?
Kijk samen naar de stap. Je kunt met een vinger over de afgebeelde instap gaan.
Plaat 5

Ze vinden twee stoelen naast elkaar. Lina zit bij het raam. Papa zit aan het gangpad.
Hij haalt Konijn uit de tas. Lina zet hem op haar schoot en stopt zijn lange oren naast zijn buik.
Waar zit Konijn nu?
Je kunt Konijn aanwijzen. Dat hij niet meer in de tas zit, mag je gewoon benoemen.
Plaat 6

De bus bromt. Het bankje glijdt langs het raam naar achteren. Daarna komen er huizen en een boom.
Lina legt haar hand tegen het glas. Ze kijkt tot de boom uit beeld is. Konijn blijft op haar schoot.
Wat zie jij buiten het raam?
Kijk naar het landschap dat voorbijgaat. Je hoeft niets te laten tellen of onthouden.
Plaat 7

Bij de volgende halte gaat een vrouw naar buiten. Een man met een tas komt binnen.
Lina schuift wat dichter tegen Papa aan. Ze kijkt naar zijn grote jaszak. Papa legt zijn hand even op haar knie.
Zie jij Papa naast Lina?
Je kunt benoemen dat Papa naast haar blijft zitten. Laat de aandacht van je kind de plaat volgen.
Plaat 8

‘Hier moeten we eruit,’ zegt Papa. Hij drukt op de knop naast de stoel.
De bus stopt weer. Papa doet Konijn terug in de rugzak. Hij houdt zijn kaart bij het kastje. Piep. Dan pakt hij Lina’s hand. De deur schuift open.
Zie jij Papa’s kaart?
Je kunt het piepje samen nadoen. Kijken mag ook.
Plaat 9

Buiten staat Oma. Ze zwaait met haar hele arm. Lina ziet haar en zwaait terug.
Papa helpt haar naar de stoep. Dan laat hij haar hand los. Lina loopt de paar stappen naar Oma en kruipt tegen haar aan.
Waar staat Oma?
Je kunt samen naar Oma zwaaien, of alleen naar de ontmoeting kijken.
Plaat 10

Oma pakt Lina’s hand. Papa loopt naast hen. Achter hen doet de bus zijn deuren dicht.
Brom. Hij rijdt verder. Lina kijkt nog één keer om. Konijn is mee, Papa is mee en Oma is er. Nu gaan ze samen naar haar huis.
Zie jij met wie Lina verder loopt?
Kijk samen naar de drie mensen. Je hoeft geen namen op te vragen; het verhaal is uit.