Het podium in de regen
Saar heeft een schip, een blauwe zee en precies één toeschouwer. Dan begint het te regenen. Moet de voorstelling nu stoppen? Ilias hoort iets onder het schuurdak.
Een volledig prentenverhaal met 14 grote platen. Jij leest voor; samen nemen jullie de tijd.

Plaat 1 van 14
Saar draagt een lege doos de tuin in. De doos is zo breed dat ze niet kan zien waar haar voeten blijven. Ilias loopt voor haar uit.
‘Nog een stukje. Stop! Hier.’ Hij tikt op de tegels. Saar zet de doos neer. Vanmiddag geeft ze een voorstelling voor Papa. Zij wordt kapitein.
Je kunt even luisteren naar een idee van je kind. De volgende plaat vertelt vanzelf verder.
Een vraag voor samen. Niets hoeft.
Het verhaal is uit. Nog eens kijken? Met ‘Nog een keer’ begin je weer bij de eerste plaat.
Hier lees je alle platen achter elkaar. Als de bladerknoppen werken, verschijnt één plaat tegelijk.
Plaat 1

Saar draagt een lege doos de tuin in. De doos is zo breed dat ze niet kan zien waar haar voeten blijven. Ilias loopt voor haar uit.
‘Nog een stukje. Stop! Hier.’ Hij tikt op de tegels. Saar zet de doos neer. Vanmiddag geeft ze een voorstelling voor Papa. Zij wordt kapitein.
Wat zou Saar met de doos kunnen doen?
Je kunt even luisteren naar een idee van je kind. De volgende plaat vertelt vanzelf verder.
Plaat 2

Saar tilt de doos even op. Ilias spreidt een oud blauw badlaken uit. Dat is de zee. Saar zet de doos er middenop. Nu is het een schip.
Papa brengt een houten lepel uit de keuken. ‘Hebben jullie hier iets aan?’ Saar houdt hem naast de doos en maakt een grote roeislag. ‘Precies wat we nodig hadden.’ Ilias stapt achteruit. Hij wil geen lepel tegen zijn neus.
Waar is de zee in hun spel?
Kijk samen hoe gewone spullen in het spel iets anders worden. Een antwoord is niet nodig.
Plaat 3

Saar klimt in de doos. ‘We oefenen. Jij bent de wind.’
Ilias blaast. Zijn wangen worden bol, maar het badlaken beweegt niet. Hij pakt twee hoeken en schudt ze. Nu komen er golven.
Papa haalt een groene kruk uit de schuur. ‘Waar zit het publiek?’ ‘Daar,’ zegt Saar. ‘Maar niet op zee.’
Hoe maakt Ilias golven?
Je kunt de opgetilde hoeken aanwijzen of met een lege hand een golfbeweging maken.
Plaat 4

Papa gaat zitten. Saar steekt de lepel omhoog. ‘Dames en heren!’ Er is maar één heer, maar dat klinkt niet zo feestelijk.
Tik. Er valt een druppel op haar hand. Nog een op de rand van de doos. Ilias kijkt omhoog. Boven de heg schuift een grijze wolk. ‘Volgens mij wordt de zee groter.’
Waar zie jij de eerste druppels?
Je kunt samen naar de kleine verandering in de tuin kijken. Het verhaal gaat ook zonder voorspelling verder.
Plaat 5

Papa staat op. ‘Iedereen even naar binnen.’ Hij helpt Saar uit de doos en tilt het schip op. Saar neemt de lepel mee. Ilias grist het badlaken van de tegels.
Ze bereiken de schuur voordat het echt begint te plenzen. Papa zet de doos neer. Buiten spatten de druppels op de tegels.
Wat nemen ze mee naar de schuur?
Je kunt één voorwerp volgen. Alles noemen of onthouden hoeft niet.
Plaat 6

In de schuur ruikt het naar hout. Het badlaken hangt slap over Ilias’ arm. Saar laat haar lepel zakken.
‘Hier is het toch geen zee.’
Papa haalt de kruk binnen en veegt de zitting droog met zijn mouw. Dan schuift hij hem naast de doos en gaat bij Saar zitten.
Hoe kijkt Saar nu?
Je kunt samen naar haar houding kijken. Je kind hoeft geen gevoel te benoemen.
Plaat 7

Vanaf de dakrand valt een straaltje water. Het spat op de tegels naast de bloempot.
Papa zet een lege metalen emmer onder het straaltje. ‘Dit bewaren we voor de plant.’
Plok, plok, plok.
Ilias houdt zijn hoofd scheef. Hij tikt met zijn vingers op zijn knie. Eerst langzaam. Dan net zo vlug als de regen.
Hoe zou de regen in de emmer klinken?
Je kunt zacht plok zeggen of een paar keer op je eigen knie tikken. Alleen luisteren mag ook.
Plaat 8

‘Dat kan in de voorstelling,’ zegt Ilias. ‘Als muziek.’
Saar luistert ook. Op het dak roffelt het. In de emmer klinkt het hol. Ze kijkt naar de doos, dan naar de open deuren.
‘Wacht eens. Ons schip staat droog. Maar daarbuiten kan het stormen.’ Ze steekt de lepel weer omhoog. ‘Ik weet het!’
Wat zou Saar bedacht hebben?
Geef een idee rustig ruimte of lees meteen verder. Er is geen goed antwoord nodig.
Plaat 9

Papa schuift de kruk opzij. Samen maken ze ruimte op de droge vloer. Het badlaken mag weer plat, met de doos in het midden.
Saar duwt tegen de rand. Het schip staat stevig. Ilias bewaart twee hoeken voor zijn golven.
‘Ben je er klaar voor?’ vraagt Saar. Ilias knikt. Papa gaat op de kruk zitten.
Zie jij waar het schip nu staat?
Je kunt samen de plek vergelijken met het terras van eerder. Terugbladeren mag, maar hoeft niet.
Plaat 10

‘Dames en heren!’ begint Saar opnieuw. ‘Dit schip vaart vandaag door de allergrootste storm.’
Ze klimt in de doos en roeit met haar lepel. Ilias blaast langs zijn handen. De wind giert. Papa trekt zijn voeten een stukje terug.
‘Kan ik hier nat worden?’ vraagt hij.
‘Alleen als je zelf naar buiten loopt,’ zegt de kapitein.
Zie jij de kapitein in haar schip?
Je kunt Saar aanwijzen of samen naar de voorstelling kijken. Een stemmetje nadoen is niet nodig.
Plaat 11

De regen slaat harder op het dak. Ilias schudt de hoeken van het badlaken. De blauwe zee krijgt rimpels.
‘Hoge golven!’ roept hij.
Saar buigt naar links en naar rechts, terwijl de doos gewoon blijft staan. Ze houdt haar lepel stevig vast. ‘Hou vol, schip! We zijn er bijna.’ Papa zit rechtop op zijn kruk.
Kun jij een klein golfje maken met je hand?
Een rustige beweging of alleen naar de blauwe doek kijken is genoeg. Je hoeft niet te gaan staan.
Plaat 12

Dan kijkt Saar over de rand. ‘Waar is het eiland?’
Ilias laat het badlaken zakken. Hij tuurt langs de doos. Achter de zee zit Papa op zijn groene kruk.
‘Daar!’ Ilias wijst. ‘Een eiland met een meneer erop.’
Papa kijkt onder zich. ‘Ik dacht al dat het hier nogal krap was.’ Saar roeit de laatste drie slagen.
Waar zou hun eiland zijn?
Je kunt naar Papa op de kruk kijken. In hun spel is dat een eiland. Samen kijken is genoeg.
Plaat 13

‘Aangekomen!’ Saar legt de lepel in de doos. Ze stapt over de lage rand. Papa steekt een hand uit en helpt haar aan land.
Ilias maakt een laatste windvlaag. Dan is hij ineens een meeuw. ‘Kraaa!’
Papa klapt. ‘Wat een reis.’ Saar kijkt achterom naar haar schip. Het staat nog net zo droog als zijzelf.
Wie maakt hier het geluid van een meeuw?
Je kunt een keer zacht kraa zeggen of meteen naar het einde lezen.
Plaat 14

Saar maakt een buiging. Ilias buigt mee.
Dan wijst hij naar de emmer buiten. ‘Die deed ook mee.’
Papa klapt nog eens, nu voor de regenmuziek.
Onder de dakrand valt een dikke druppel. Plok. Saar schiet in de lach. Zelfs na de buiging gaat de voorstelling nog een heel klein beetje door.
Voor wie klapt Papa nog een keer?
Kijk samen naar de emmer of klap zelf rustig mee. Het verhaal is afgelopen; er hoeft niets meer gedaan te worden.
Alle 14 platen achter elkaar bekijken
Plaat 1

Saar draagt een lege doos de tuin in. De doos is zo breed dat ze niet kan zien waar haar voeten blijven. Ilias loopt voor haar uit.
‘Nog een stukje. Stop! Hier.’ Hij tikt op de tegels. Saar zet de doos neer. Vanmiddag geeft ze een voorstelling voor Papa. Zij wordt kapitein.
Wat zou Saar met de doos kunnen doen?
Je kunt even luisteren naar een idee van je kind. De volgende plaat vertelt vanzelf verder.
Plaat 2

Saar tilt de doos even op. Ilias spreidt een oud blauw badlaken uit. Dat is de zee. Saar zet de doos er middenop. Nu is het een schip.
Papa brengt een houten lepel uit de keuken. ‘Hebben jullie hier iets aan?’ Saar houdt hem naast de doos en maakt een grote roeislag. ‘Precies wat we nodig hadden.’ Ilias stapt achteruit. Hij wil geen lepel tegen zijn neus.
Waar is de zee in hun spel?
Kijk samen hoe gewone spullen in het spel iets anders worden. Een antwoord is niet nodig.
Plaat 3

Saar klimt in de doos. ‘We oefenen. Jij bent de wind.’
Ilias blaast. Zijn wangen worden bol, maar het badlaken beweegt niet. Hij pakt twee hoeken en schudt ze. Nu komen er golven.
Papa haalt een groene kruk uit de schuur. ‘Waar zit het publiek?’ ‘Daar,’ zegt Saar. ‘Maar niet op zee.’
Hoe maakt Ilias golven?
Je kunt de opgetilde hoeken aanwijzen of met een lege hand een golfbeweging maken.
Plaat 4

Papa gaat zitten. Saar steekt de lepel omhoog. ‘Dames en heren!’ Er is maar één heer, maar dat klinkt niet zo feestelijk.
Tik. Er valt een druppel op haar hand. Nog een op de rand van de doos. Ilias kijkt omhoog. Boven de heg schuift een grijze wolk. ‘Volgens mij wordt de zee groter.’
Waar zie jij de eerste druppels?
Je kunt samen naar de kleine verandering in de tuin kijken. Het verhaal gaat ook zonder voorspelling verder.
Plaat 5

Papa staat op. ‘Iedereen even naar binnen.’ Hij helpt Saar uit de doos en tilt het schip op. Saar neemt de lepel mee. Ilias grist het badlaken van de tegels.
Ze bereiken de schuur voordat het echt begint te plenzen. Papa zet de doos neer. Buiten spatten de druppels op de tegels.
Wat nemen ze mee naar de schuur?
Je kunt één voorwerp volgen. Alles noemen of onthouden hoeft niet.
Plaat 6

In de schuur ruikt het naar hout. Het badlaken hangt slap over Ilias’ arm. Saar laat haar lepel zakken.
‘Hier is het toch geen zee.’
Papa haalt de kruk binnen en veegt de zitting droog met zijn mouw. Dan schuift hij hem naast de doos en gaat bij Saar zitten.
Hoe kijkt Saar nu?
Je kunt samen naar haar houding kijken. Je kind hoeft geen gevoel te benoemen.
Plaat 7

Vanaf de dakrand valt een straaltje water. Het spat op de tegels naast de bloempot.
Papa zet een lege metalen emmer onder het straaltje. ‘Dit bewaren we voor de plant.’
Plok, plok, plok.
Ilias houdt zijn hoofd scheef. Hij tikt met zijn vingers op zijn knie. Eerst langzaam. Dan net zo vlug als de regen.
Hoe zou de regen in de emmer klinken?
Je kunt zacht plok zeggen of een paar keer op je eigen knie tikken. Alleen luisteren mag ook.
Plaat 8

‘Dat kan in de voorstelling,’ zegt Ilias. ‘Als muziek.’
Saar luistert ook. Op het dak roffelt het. In de emmer klinkt het hol. Ze kijkt naar de doos, dan naar de open deuren.
‘Wacht eens. Ons schip staat droog. Maar daarbuiten kan het stormen.’ Ze steekt de lepel weer omhoog. ‘Ik weet het!’
Wat zou Saar bedacht hebben?
Geef een idee rustig ruimte of lees meteen verder. Er is geen goed antwoord nodig.
Plaat 9

Papa schuift de kruk opzij. Samen maken ze ruimte op de droge vloer. Het badlaken mag weer plat, met de doos in het midden.
Saar duwt tegen de rand. Het schip staat stevig. Ilias bewaart twee hoeken voor zijn golven.
‘Ben je er klaar voor?’ vraagt Saar. Ilias knikt. Papa gaat op de kruk zitten.
Zie jij waar het schip nu staat?
Je kunt samen de plek vergelijken met het terras van eerder. Terugbladeren mag, maar hoeft niet.
Plaat 10

‘Dames en heren!’ begint Saar opnieuw. ‘Dit schip vaart vandaag door de allergrootste storm.’
Ze klimt in de doos en roeit met haar lepel. Ilias blaast langs zijn handen. De wind giert. Papa trekt zijn voeten een stukje terug.
‘Kan ik hier nat worden?’ vraagt hij.
‘Alleen als je zelf naar buiten loopt,’ zegt de kapitein.
Zie jij de kapitein in haar schip?
Je kunt Saar aanwijzen of samen naar de voorstelling kijken. Een stemmetje nadoen is niet nodig.
Plaat 11

De regen slaat harder op het dak. Ilias schudt de hoeken van het badlaken. De blauwe zee krijgt rimpels.
‘Hoge golven!’ roept hij.
Saar buigt naar links en naar rechts, terwijl de doos gewoon blijft staan. Ze houdt haar lepel stevig vast. ‘Hou vol, schip! We zijn er bijna.’ Papa zit rechtop op zijn kruk.
Kun jij een klein golfje maken met je hand?
Een rustige beweging of alleen naar de blauwe doek kijken is genoeg. Je hoeft niet te gaan staan.
Plaat 12

Dan kijkt Saar over de rand. ‘Waar is het eiland?’
Ilias laat het badlaken zakken. Hij tuurt langs de doos. Achter de zee zit Papa op zijn groene kruk.
‘Daar!’ Ilias wijst. ‘Een eiland met een meneer erop.’
Papa kijkt onder zich. ‘Ik dacht al dat het hier nogal krap was.’ Saar roeit de laatste drie slagen.
Waar zou hun eiland zijn?
Je kunt naar Papa op de kruk kijken. In hun spel is dat een eiland. Samen kijken is genoeg.
Plaat 13

‘Aangekomen!’ Saar legt de lepel in de doos. Ze stapt over de lage rand. Papa steekt een hand uit en helpt haar aan land.
Ilias maakt een laatste windvlaag. Dan is hij ineens een meeuw. ‘Kraaa!’
Papa klapt. ‘Wat een reis.’ Saar kijkt achterom naar haar schip. Het staat nog net zo droog als zijzelf.
Wie maakt hier het geluid van een meeuw?
Je kunt een keer zacht kraa zeggen of meteen naar het einde lezen.
Plaat 14

Saar maakt een buiging. Ilias buigt mee.
Dan wijst hij naar de emmer buiten. ‘Die deed ook mee.’
Papa klapt nog eens, nu voor de regenmuziek.
Onder de dakrand valt een dikke druppel. Plok. Saar schiet in de lach. Zelfs na de buiging gaat de voorstelling nog een heel klein beetje door.
Voor wie klapt Papa nog een keer?
Kijk samen naar de emmer of klap zelf rustig mee. Het verhaal is afgelopen; er hoeft niets meer gedaan te worden.