Het reservefonds Een novelle Hoofdstuk 1 — De emmer De emmer die Farah onder het lek had gezet, was te klein. Dat was het eerste wat Simon dacht toen hij haar woonkamer binnenkwam. Hij schaamde zich er meteen voor. Op het laminaat lag een badhanddoek, op de bank een stapel kinderboeken, en langs de muur liep een bruine streep die bij het plafond begon en achter de radiator verdween. Farah stond op sokken naast de emmer. Haar rechtervoet was nat. ‘Sinds wanneer?’ vroeg hij. ‘Sinds kwart over zes. Ik was aan het douchen. Yara riep dat het binnen regende.’ Simon keek omhoog. Het plafond boven de vensterbank bolde nauwelijks. Je moest weten dat het daarvoor vlak was geweest. Hij had die kamer jarenlang gekend als de voorkamer van mevrouw Van Alten, met haar vitrinekast en een naaimand die ze nooit opende. Farah had de muren groen gemaakt en de deur naar de keuken uit de scharnieren gehaald. Het huis zag er beneden jonger uit dan boven. ‘Heb je iets groters?’ ‘Een wasmand met gaatjes.’ Hij knikte alsof ze hem een bruikbaar antwoord had gegeven. Het water tikte met onregelmatige tussenpozen in de emmer. Als er drie druppels snel achter elkaar kwamen, wachtte hij onwillekeurig op een vierde. ‘Ik heb er boven nog een,’ zei hij. ‘Simon.’ Ze wachtte tot hij haar aankeek. ‘Wie gaan we bellen?’ De stem van Yara kwam uit de keuken. Ze vroeg of haar brood in een boterhamzakje mocht. Farah antwoordde zonder zich om te draaien dat het brood in een broodtrommel hoorde. ‘Die is nat.’ Farah sloot even haar ogen. Simon kende dat gebaar van zijn ex-vrouw: het korte verdwijnen achter twee oogleden voordat de rest van de dag weer op gang moest worden gebracht. Hij wist nooit of hij op zulke momenten iets moest zeggen. Meestal begon hij over een praktisch detail. ‘Ik bel Noordkant. Die kennen de situatie.’ ‘Dan hoop ik dat ze beter begrijpen wat de situatie is dan ik.’ Hij haalde zijn telefoon uit zijn jaszak. Er zat een scherf van een pepermuntje aan het scherm. Terwijl hij die met zijn duim wegwreef, hoorde hij boven zich een stoel verschuiven. Henk was wakker. Tegen zevenen begon hij altijd met zijn stoelen: eerst de stoel waarin hij de krant las, dan de stoel naast de radiator, dan, om redenen die Simon nooit had begrepen, de kruk in zijn kleine keuken. De vloeren van het voormalige pension gaven elke gewoonte door. Noordkant Onderhoud nam niet op. Simon sprak zijn naam in, het adres en dat er nu water binnenkwam in het appartement op de begane grond. Het woord nu klonk harder dan hij wilde. Hij liep naar het raam om het gesprek af te ronden, met zijn rug naar Farah. ‘Ik word teruggebeld.’ ‘Dat weet je niet.’ ‘Ze beginnen vroeg.’ Ze trok haar natte sok uit en legde die over de rug van een stoel. Aan de andere voet droeg ze een sok met een blauwe teen. Simon zag op de vensterbank een rij verfstalen liggen. Er stonden namen op die hij alleen met vakanties associeerde: salie, duin, ochtendmist. Het groen op de muur heette kennelijk anders. Yara verscheen met een plastic zakje in haar hand. Ze was negen, maar klein genoeg om jonger te lijken als ze haar rugtas om had. De tas stak aan weerszijden van haar lichaam uit. ‘Is het dak stuk?’ vroeg ze. ‘Er moet iets gerepareerd worden,’ zei Simon. ‘Dat is hetzelfde.’ Farah lachte kort. ‘Ga je schoenen aantrekken. Je kunt met Tess mee.’ ‘Moet jij niet werken?’ ‘Ik bel straks.’ Het kind keek naar de emmer en daarna naar Simon, alsof hij degene was die over Farahs werk ging. Hij had zijn handen op zijn rug gevouwen. Dat deed hij wanneer er ergens op hem werd gewacht en hij wilde laten zien dat hij de rust bewaarde. In de gang hielp Farah haar dochter met een rits die over de voering was gelopen. Simon kon hen zien door de deuropening. Vóór Farah hier kwam wonen, was de gang donkerbruin geweest. Nu hing er een spiegel met een dunne houten rand en een plankje voor sleutels. Bij het plafond zat nog een rechthoek waar ooit het bord met de pensionregels had gehangen. Roken op de kamers verboden. Bezoek na tien uur melden. Alle sleutels inleveren bij vertrek. Hij had het bord als eerste weggehaald toen de laatste verhuurkamers in appartementen werden veranderd. Bij de vergadering erover had iemand gezegd dat het wel iets karakteristieks had. Simon had geantwoord dat karakter niet hetzelfde was als slijtage. Hij was toen achtendertig geweest en zag in elke vergadering iets wat nog op orde moest worden gebracht. Farah kwam terug. ‘Je mag best gaan zitten. Je staat erbij alsof je de verkeerde rouwkamer bent binnengelopen.’ Hij ging op het puntje van een eetkamerstoel zitten. Achter Farah sprong het licht in de keuken aan. De beweging van haar arm was genoeg om de sensor te activeren. Dat had ze zelf laten installeren. ‘Toen ik dit kocht,’ zei ze, ‘zat er bij de stukken een overzicht van de reserve. Er zou voldoende geld zijn voor het dak.’ ‘Dat klopt.’ Hij wist hoe snel het antwoord was gekomen. Het zou haar ook zijn opgevallen. ‘Waarom is er dan nog niets gedaan?’ ‘Er is al een opdracht verstrekt.’ ‘Wanneer?’ ‘In het najaar.’ ‘Ik woon hier sinds september.’ Hij knikte. ‘Dus toen wij in november spraken over die plek bij mijn raam, was er al een opdracht.’ ‘Dat was toen nog geen lek.’ ‘Het was een vochtplek, Simon. Ik weet niet hoe lang iets nat moet zijn voordat het telt.’ Hij stond op en liep naar de muur. Met twee vingers voelde hij aan de verf naast de bruine streep. Hij voelde nauwelijks verschil. Op afstand leek water altijd eenvoudiger dan wanneer het zich eenmaal tussen materialen had verplaatst. ‘Bij het dakwerk hebben ze droog weer nodig. En de steiger moet aan twee kanten kunnen staan. Henk heeft in november een paar dagen niet gekund.’ Zodra hij Henk noemde, wist hij dat hij te ver ging. Henk was drie dagen bij zijn dochter in Groningen geweest. Daarna had de steiger nog vijf weken geplaatst kunnen worden. Simon had Noordkant gevraagd te wachten op het nieuwe jaar, omdat hij eerst de aanvullende begroting wilde bespreken. Dat had hij ook zo in zijn mail gezet. Hij herinnerde zich de formulering: laten we het traject zorgvuldig afronden. Johan van Norden had dezelfde middag gebeld. Zorgvuldig afronden betekende volgens Johan dat je een gat dichtmaakte voordat het begon te regenen. Farah trok haar andere sok uit. ‘Ik moet straks naar het ziekenhuis. Er ligt werk voor me. Er wachten daar mensen op mij.’ ‘Als je me de sleutel geeft, kan ik hier blijven.’ ‘Dat helpt. Dank je.’ De dank maakte hem onrustiger dan haar vragen. Hij zag dat ze haar boosheid opzijzette omdat ze op dat moment iets van hem nodig had. Het was een praktische keuze. Zo werden in dit huis veel keuzes gemaakt. Zijn telefoon ging. Johan. Simon nam op en liep meteen naar de gang. Hij hoorde Farah in de keuken aan een collega uitleggen dat ze later zou zijn. Nee, geen ziekte. Water. In de woonkamer. ‘Je bericht,’ zei Johan. ‘Het is dus doorgekomen.’ ‘Kun je iemand sturen?’ ‘Ik kan aan het einde van de ochtend komen kijken. Dat is geen reparatieploeg.’ ‘We moeten eerst weten wat er nodig is.’ ‘Dat weten we al vanaf oktober.’ Simon drukte de telefoon steviger tegen zijn oor. Buiten passeerde een vuilniswagen. Er viel iets zwaars in de laadbak, waarna een motor metaal tegen metaal duwde. Hij wachtte tot het geluid voorbij was. ‘Het gaat nu om een noodoplossing.’ ‘Vooruit. Tegen half twaalf.’ ‘En de kosten?’ Johan antwoordde niet onmiddellijk. ‘Ik ga eerst kijken.’ Toen Simon terugkwam, had Farah haar schoenen aan. Ze gaf hem haar sleutel en liep nog eenmaal de woonkamer in. Bij de deur bleef ze staan. ‘Er zit geen aparte spaarrekening waar we niet bij kunnen, toch? Het geld is gewoon beschikbaar?’ Hij zag haar gezicht in de spiegel aan de wand. Naast haar stond hij zelf: brede jas, dunner wordend haar, de man van de ordners. ‘We hebben een reservefonds,’ zei hij. ‘Dat vroeg ik niet.’ Er viel een druppel. In de emmer klonk hij bijna opgewekt. ‘Ik zoek het vanmiddag precies uit.’ Ze keek hem nog even aan, legde daarna haar hand op de deurkruk en vertrok. Simon luisterde naar haar stappen op de stoep. Pas toen hij de deur van de auto hoorde, ging hij naar boven om zijn grotere emmer te halen. Op de overloop stond Henk in zijn kamerjas. Hij droeg die open over een trainingsbroek en een overhemd waarvan alleen de onderste knopen dicht waren. ‘Bij haar?’ vroeg hij. Simon hield de sleutel omhoog. Henk keek naar de sleutel, niet naar hem. ‘Misschien moet je het nu toch zeggen.’ ‘Er valt eerst een lek te repareren.’ ‘Dat zal wel.’ Simon liep langs hem. In zijn eigen woning was het stil en warm. De foto’s voor de makelaar waren afgelopen vrijdag gemaakt. Voor het eerst in jaren stond er niets op de eetkamertafel. Hij had de papieren in een lade geschoven die nu maar half dicht kon. Hij pakte de emmer uit de bergkast. Onder het handvat zat opgedroogde muurverf, van toen hij de slaapkamer voor Daan had geschilderd. Daan had er nog geen jaar geslapen. Daarna was hij uit huis gegaan en had Simon de muren wit gemaakt voor een logeerkamer waar vrijwel niemand logeerde. Voor hij naar beneden liep, trok hij de lade open. Boven op de stapel lag het financiële overzicht dat hij vorige week had uitgeprint. Hij hoefde het niet om te draaien om het bedrag te kennen. Achtenveertigduizend vierhonderdzestig euro. Hij schoof het papier onder een folder met kleinere huurwoningen en deed de lade dicht met zijn heup. Hoofdstuk 2 — Een bedrag apart Op de bankrekening stond zeventienduizend tweehonderdzestig euro toen het jaar eindigde. Simon had het getal vaker gecontroleerd dan de temperatuur van een ziek kind. Hij wist welke betalingen erachter zaten, welke contributies op tijd waren gekomen en dat de verzekeraar een paar euro meer had afgeschreven dan in het voorgaande kwartaal. Toch logde hij opnieuw in, nu aan de keukentafel van Farah, terwijl naast hem de grotere emmer langzaam voller werd. Er was geen verborgen rekening. Er was geen deposito dat pas in maart vrijkwam. Het geld had steeds op één rekening gestaan, met de naam van de vereniging bovenaan en daaronder de mogelijkheid om een betaling klaar te zetten. Simon kon dat alleen. Eline had jaren geleden voorgesteld dat zij betalingen boven een bepaald bedrag samen zouden bekijken. Ze waren het eens geweest. Het voorstel was blijven staan in een mapje met het woord afspraken, tussen een regeling voor het schoonmaken van de hal en een lijst met de maten van de gezamenlijke kozijnen. Toen Eline haar telefoon had vervangen, was de toegang tot het internetbankieren op haar nieuwe toestel niet meer ingesteld. Simon zou haar ermee helpen. Er was telkens iets tussengekomen: haar moeder in het ziekenhuis, zijn inventarisatie op het werk, een voorstelling waarvoor ze tot 's avonds laat telefonisch bereikbaar moest blijven. Uiteindelijk stuurde hij haar iedere maand een overzicht. Zij antwoordde dan met een duimpje of met dank. In november had ze een foto van een rood wijnglas gestuurd, per ongeluk bestemd voor iemand anders. Hij had teruggeschreven dat hij het als een compliment beschouwde. Hij sloot de bankapp en belde Daan. ‘Ik lig onder een bakfiets,’ zei zijn zoon. ‘Kun je praten?’ ‘Als het wiel er niet afvalt.’ Simon hoorde een metalen ratel. Daarna werd het stil. ‘Hoe gaat het met die betaling?’ vroeg hij. ‘Welke?’ Dat was een onredelijke vraag. Daan wist welke betaling hij bedoelde. Maar Simon wist ook dat zijn zoon aan het einde van bijna elke werkdag drie of vier mensen moest herinneren aan geld dat ze nog verschuldigd waren. ‘De koerierdienst.’ ‘Ik heb vrijdag weer gebeld. Hun financiële man is ziek.’ ‘Eén financiële man?’ ‘Blijkbaar.’ ‘En er kan niemand anders een overschrijving doen?’ ‘Dat zal ik aan het wiel vragen.’ Simon keek naar de deur. Hij had Farahs sleutel naast zijn telefoon gelegd en merkte dat hij er steeds naar reikte, alsof het een bezit was waarvan hij de rechtmatigheid moest blijven voelen. ‘Het zou voor de vijftiende geregeld zijn.’ ‘Dat had ik gehoopt.’ ‘Je zei het.’ ‘Ik zei dat ik verwachtte dat ik dan iets kon terugbetalen. Niet alles.’ Simon wilde zeggen dat hij bij het woord iets aan een aanzienlijk deel had gedacht. Hij wilde zelfs zeggen dat hij op zijn zoon had gerekend. Maar dan hoorde hij hoe het klonk, en liet hij een stilte vallen waarin Daan verder kon werken. Het geld was op negen december van de rekening van de vereniging naar die van Daans werkplaats gegaan. Negentienduizend tweehonderd euro. Daan had het bedrag op een blocnote voor hem uitgerekend: veertienduizend vierhonderd voor een tweedehands bestelbus, vierduizend achthonderd om de achterstand bij de verhuurder van zijn oude werkruimte weg te werken. De bus kon worden ingericht als mobiele fietsenwerkplaats. Er was al een vaste opdracht, zei Daan, en er waren twee scholen die belangstelling hadden voor onderhoud aan de fietsen van hun medewerkers. Hij zou niet opnieuw een bedrijfsruimte huren die hij nog niet kon betalen. Simon was meegegaan om de bus te bekijken. Hij had met een zaklamp onder het chassis gelegen en Daan had hem uitgelachen. Wat wist hij nou van bussen? Simon had geantwoord dat roest zich niet verstopte omdat iemand geen monteur was. De verkoper had koffie gebracht in plastic bekertjes. In de cabine rook het naar sinaasappelschillen en een luchtverfrisser die al jaren niets meer verfriste. ‘Je kunt ook wachten,’ had Simon gezegd. ‘Dan ben ik mijn opdracht kwijt.’ ‘Een opdracht waarvoor je eerst zelf alles moet aanschaffen.’ ‘Ja, pap. Dat is wel een beetje hoe werk gaat.’ Later hadden ze bij de broodjeszaak naast het bedrijventerrein gezeten. Daan at niet. Hij had zijn handen tussen zijn knieën geklemd, de vingers ineengevlochten, en keek steeds door het raam naar de bus. ‘Ik weet dat ik het verkeerd heb aangepakt met die werkruimte,’ zei hij. ‘Dat hoef je niet nog een keer uit te leggen.’ Simon had niets uitgelegd. Hij had alleen een servetje gladgestreken. Toch wist hij wat Daan bedoelde. Zijn adviezen kwamen meestal nadat iets mis was gegaan en bevatten dan een overzicht van de plaatsen waar eerder een andere keuze gemaakt had kunnen worden. ‘Ik heb iets apart staan,’ had hij gezegd. De woorden waren ruim genoeg geweest om niet meteen een leugen te voelen. Er stond iets apart. Het was niet van hem, maar apart stond het zeker. Geld voor werk dat pas later zou gebeuren. Zijn eigen woning ging in januari in de verkoop. Er zat genoeg waarde in om de lening binnen enkele maanden terug te draaien. En misschien zou Daan voor die tijd al veel kunnen terugbetalen. Het was een beweging tussen twee momenten, had Simon gedacht, een brug waar verder niemand overheen hoefde. Hij had Daan een eenvoudige leningsovereenkomst laten tekenen. Geen rente, een eerste terugbetaling voor half januari, het restant in overleg. Hij had zelfs gezegd dat afspraken hun verhouding zuiver hielden. Daan had getekend met een pen van de broodjeszaak. Op de pen stond het telefoonnummer voor bestellingen vanaf tien broodjes. ‘Ik kom vanavond langs,’ zei Simon nu. ‘Ik heb al eten bij Amir.’ ‘Ik wil even overleggen.’ ‘Dan kun je morgen naar de bus komen. Ik sta achter de sporthal.’ Er klonk een klap, gevolgd door een vloek. Daan zei dat hij moest ophangen. Simon bleef met de telefoon in zijn hand zitten. Hij had zijn zoon verteld dat de verkoop van zijn appartement vooral met onderhoud te maken had. Trappen, schoonmaken, de tuin die hij niet gebruikte maar waarvan hij wel een deel betaalde. Hij had niet verteld dat hij het huis soms onverdraaglijk stil vond. Dat maakte de verkoop in zijn eigen ogen ook minder zakelijk. Een man die kleiner ging wonen omdat hij goed rekende, stond steviger dan een man die niet langer alleen aan dezelfde tafel wilde zitten. Anouk, de makelaar, belde terwijl hij de emmer controleerde. ‘De foto's staan online. Je hebt ze gezien?’ ‘Nog niet.’ ‘Mooi licht. Het lijkt groter dan toen ik er was.’ ‘Dat moet je niet te hard zeggen.’ Ze lachte. ‘Ik heb al twee aanvragen voor donderdag. En ik wil graag de laatste stukken van de vereniging. Het overzicht dat je stuurde is voldoende voor de brochure, maar voor serieuze kopers heb ik de onderliggende gegevens nodig.’ ‘Die komen.’ ‘Is er nieuws over het dak?’ Hij liep naar het raam en keek naar de stoeprand. Er lag een natte kassabon tegen de band van een geparkeerde auto. ‘We zijn bezig met de planning.’ ‘Goed. Zet er dan bij dat er een aanbetaling is gedaan, als dat zo is. Kopers willen weten wat er nog uit de reserve moet komen.’ ‘Dat begrijp ik.’ ‘Ik vraag het niet voor niets, Simon.’ Ze zei het vriendelijk, maar zonder haar gebruikelijke lach. Hij kende haar niet lang genoeg om te weten of het een algemene waarschuwing was of dat ze iets had gehoord. ‘Er is vanmorgen een lekkage beneden,’ zei hij. ‘Bij jou?’ ‘Nee. Bij een van de andere eigenaren.’ ‘Dan moet dat erbij.’ ‘Het wordt vanmiddag bekeken.’ ‘Stuur me daarna wat er vastgesteld is.’ Nadat ze had opgehangen, bleef hij bij het raam staan. Het was mogelijk om nog vandaag naar de bank te gaan. Een persoonlijke lening. Een tijdelijk krediet op de woning. Hij kende de termen, al had hij ze nooit nodig gehad. Hij had altijd geld opzijgezet, de kleine bedragen eerst, later grotere. Een koelkast kocht je wanneer je ervoor had gespaard, behalve als hij plotseling kapotging, en dan hoorde je er dus al voor gespaard te hebben. Dat had hij Daan vaak genoeg verteld. Hij opende de lade van Farahs keukentafel om een pen te zoeken en trok zijn hand meteen terug. In de lade lagen kaarten, elastiekjes, een schaar, een medisch afsprakenbriefje. Hij had daar niets te zoeken. Zijn eigen pen lag boven, naast het overzicht met het verkeerde bedrag. Hij pakte de emmer en droeg hem voorzichtig naar de keuken om hem te legen. Het water was geelbruin. Onderin dreef een vlok plafondverf die langzaam rond zijn vingers draaide. Hoofdstuk 3 — Vijf stoelen Eline schoof de ronde tafel van de muur en haalde een vijfde stoel uit haar slaapkamer. De stoel was lager dan de andere vier en had een blauw kussen dat niet goed paste. Simon zette er zijn tas op, zodat niemand hoefde te kiezen wie erop zou zitten. ‘Wil je die even aan de kant zetten?’ vroeg Eline. ‘Henk zit daar liever. Anders krijgt hij last van zijn heup.’ Simon haalde de tas weg. Eline had alles al verdeeld: de stoelen, de kopjes, de volgorde waarin problemen besproken moesten worden. Op haar aanrecht stonden drie potten thee. Ze dronk zelf koffie en kwam zelden aan de thee toe, maar vond het prettig dat er keus was. ‘Rolf komt om acht uur,’ zei ze. ‘Hij moet eerst zijn dochter wegbrengen.’ ‘Het is tien over acht.’ ‘Dan zal hij haar nog aan het wegbrengen zijn.’ Aan de andere kant van de gang hoorde Simon Farah haar dochter naar bed sturen. De twee appartementen op de begane grond waren ooit de eetzaal en de voorkamer van het pension geweest. Waar nu een deur zat, had vroeger een luik naar de keuken gezeten. Henk kon nog vertellen wie er door dat luik koffie had aangepakt. Simon had zulke verhalen altijd aardig gevonden zolang ze niet tijdens een vergadering werden verteld. Johan had de oorzaak van de lekkage niet in een paar minuten kunnen vaststellen. Het water kwam achter het zinkwerk naar binnen en vond vervolgens zijn eigen weg door de oude aanbouw. Er waren twee plaatsen die al eerder aandacht hadden gevraagd. Hij had foto's gemaakt en zou de volgende ochtend een ploeg sturen voor een noodreparatie. Die zou naar schatting tweeduizend achthonderdvijftig euro kosten. Als het grote werk doorging, werd het meegenomen in de totale aanneemsom. ‘Hij zegt dat het langer heeft gespeeld,’ zei Eline. ‘Dat zeggen aannemers altijd.’ Ze keek hem aan. ‘Ik bedoel: hij zegt dat hij daarover met jou heeft gesproken.’ ‘Natuurlijk heeft hij dat.’ Ze nam een kopje uit de kast en zette het terug. ‘Laten we straks gewoon zeggen wat we weten. Ik heb geen zin om er drie avonden over te doen.’ Farah kwam binnen met een kleine schriftmap onder haar arm. Henk volgde haar. Hij had een wollen trui aangetrokken waarvan de ellebogen zo dun waren dat zijn overhemd erdoorheen schemerde. Eline schonk thee in, Farah wilde water. Simon hield zijn jas over de leuning van zijn stoel; hij had zijn woning nog niet opgeruimd na de bezichtigingsvoorbereidingen en wilde laten merken dat hij niet de hele avond kon blijven. Rolf kwam als laatste. Hij sloeg zijn jas uit in de gang, keek naar het plafond alsof hij het lek daar verwachtte en drukte Eline een fles wijn in haar hand. ‘Voor de moeite,’ zei hij. ‘Je hoeft mijn thee niet te vergoeden.’ ‘Het is een goede.’ Hij ging zitten en legde zijn telefoon naast zijn kopje. Rolf bezat het appartement achter Simon, maar woonde er al acht jaar niet meer. Zijn huurder Bram werkte op een drukkerij in ploegendienst. Bram betaalde op tijd, maakte de trap schoon wanneer dat zijn beurt was en had voor het portaal een kapstok gemaakt. Toch werd hij nooit voor een vergadering uitgenodigd. Hij moest zijn vragen aan Rolf stellen, waarna Rolf ze stelde alsof hij ze zelf had bedacht. Eline begon met een samenvatting. Een lekkage bij Farah. Een noodreparatie morgen. De vraag hoe snel het grotere werk kon worden uitgevoerd. Ze had het woord lekkage onderstreept op een vel papier. ‘De noodreparatie lijkt me geen discussie,’ zei Rolf. ‘Maar ik wil wel weten of dit de beste partij is.’ ‘Ze kennen het pand,’ zei Simon. ‘Dat lijkt tot nu toe weinig voordeel op te leveren.’ Henk boog zich naar zijn thee. Farah schreef iets op. ‘Er is een offerte uit oktober,’ zei Simon. ‘Bijna dertigduizend voor de oorspronkelijke werkzaamheden. Maar bij de opengelegde aansluiting zal mogelijk meer moeten gebeuren. Johan komt met een bijgewerkte begroting.’ ‘Is die offerte akkoord?’ vroeg Farah. ‘Er is een aanbetaling gedaan.’ ‘Hoeveel?’ ‘Twaalfduizend.’ Eline trok haar wenkbrauwen op. ‘Dat wist ik.’ Ze zei het snel, alsof iemand het tegendeel had beweerd. ‘Dat is in november besproken.’ ‘Met mij niet,’ zei Farah. ‘Je was bij dat overleg niet aanwezig.’ ‘Omdat jullie het diezelfde middag hadden aangekondigd. Ik moest werken. Ik heb daarna om de aantekeningen gevraagd.’ Eline keek naar Simon. ‘Die had jij toch gestuurd?’ ‘Er is niet veel genotuleerd. We waren met drie mensen.’ ‘Dat is kennelijk genoeg om twaalfduizend euro uit te geven.’ Rolf pakte zijn telefoon, draaide hem om en schoof hem dichter naar zich toe. ‘Ik dacht dat we een spoedopdracht hadden gegeven voor het lek bij de berging. Niet voor het hele dak.’ ‘Het hele dak is ook niet aan de orde,’ zei Simon. ‘Het gaat om het platte gedeelte en de aansluitingen. Je moet die zaken wel uit elkaar houden.’ ‘Dan beginnen we daar vanavond mee,’ zei Farah. Ze sprak rustig. Dat maakte het moeilijker om haar onderbrekingen als ongeduld te beschouwen. Ze had op haar telefoon de stukken geopend die ze bij de aankoop van haar appartement had ontvangen. Simon zag zijn eigen tabel ondersteboven op het scherm staan. ‘Is die twaalfduizend al van de reserve af?’ Hij kon nu zeggen: van de bankrekening wel. Hij kon uitleggen dat de administratieve verwerking nog niet klopte en de rest een dag later rechtzetten. Het was een mogelijkheid die nog helemaal binnen zijn bereik lag. Hij had er geen nieuw document voor nodig, alleen een zin. ‘In het overzicht staan de middelen bij elkaar,’ zei hij. ‘Welke middelen?’ ‘De bedragen die voor het onderhoud zijn gereserveerd.’ ‘Dat begrijp ik. Ik vraag hoeveel er nu op de rekening staat.’ Henk zette zijn kopje neer. Het schoteltje tikte tegen de rand van de tafel. Simon keek naar hem, maar Henk hield zijn ogen op de thee gericht. ‘Niet alles staat op dezelfde plek,’ zei Simon. ‘Is er een spaarrekening?’ vroeg Rolf. ‘Administratief moet je onderscheid maken.’ ‘Dat is geen antwoord,’ zei Eline. Ze vouwde haar handen om haar kopje. ‘Simon, als er twee rekeningen zijn, zijn er twee rekeningen. Als er één is, is er één.’ Hij voelde de warmte onder zijn overhemd opkomen. Het was niet de warmte van de kamer. Hij kende dit gevoel van een verkeerd ingevulde bestelling op zijn werk, twintig jaar geleden, toen drie vrachtwagens met materialen naar een vestiging waren gereden die een week eerder was gesloten. Hij had toen ook nog een paar minuten geprobeerd iets te verklaren wat eenvoudigweg verkeerd was gegaan. ‘Ik wil de cijfers eerst met Margo afstemmen.’ ‘Wanneer?’ vroeg Farah. ‘Morgen.’ ‘Kunnen we de bankafschriften dan ook krijgen?’ Hij knikte. Rolf leunde achterover. ‘Van het hele jaar graag. Er hoort een aansluiting te zijn. Beginstand, bijdragen, uitgaven, eindstand. Ik wil best meedenken, maar dit voelt alsof ik ergens halverwege een gesprek binnenkom.’ ‘Dat kom je ook,’ zei Henk plotseling. ‘Je bent er nooit.’ ‘Ik betaal wel.’ ‘Dat doen we allemaal.’ Eline hief haar hand. Ze deed dat ook wanneer er tijdens een voorstelling een probleem was en verschillende mensen tegelijk door haar oortje praatten. Simon had het een keer gezien toen hij haar op het station kwam ophalen: de hand omhoog naar niemand, haar hoofd iets schuin, dan een korte opdracht. ‘De reparatie gaat morgen door,’ zei ze. ‘Daar zijn we het over eens. Daarna willen we de bijgewerkte offerte, de bankafschriften en een overzicht van wat we nog verschuldigd zijn. Ik stel voor dat Margo dat rechtstreeks aan ons allemaal stuurt.’ Simon pakte zijn tas. ‘Dat regel ik.’ ‘Ik regel het,’ zei Eline. Hij liet zijn hand liggen op de gesp van de tas. Even was dat het enige voorwerp in de kamer dat hij scherp zag: het versleten leer, de donkere plek waar hij het iedere dag aanraakte. Rolf begon over een onafhankelijk onderzoek. Farah wilde weten wie de schade aan haar plafond zou bekijken. Henk zei dat een oude buurman altijd een goede schilder had gehad. Ze praatten verder, en Simon hoorde zichzelf af en toe een praktisch antwoord geven. Hij kende het huis, de contacten, de plaatsen waar nog een sleutel lag. Het was mogelijk om onmisbaar te blijven terwijl iedereen al aan je twijfelde. Toen ze opstonden, hield Eline hem even tegen. ‘Heb je ergens een fout gemaakt?’ vroeg ze. Het was een vriendelijke vraag. Ze bood hem een manier aan om in het gesprek te blijven. ‘Ik moet de voorschotten nog goed verwerken.’ ‘Doe dat dan. We moeten kunnen begrijpen wat we zien.’ Hij knikte. In de gang stond Farah met de deur naar haar woning half open. Ze wachtte tot hij voorbij was voordat ze de deur dichtdeed. Op zijn eigen verdieping voelde Simon aan de lege plek naast zijn deur. Binnenkort zou daar een makelaarsbord hangen. De gaten voor de bevestiging zaten er nog van toen Els en hij het appartement hadden gekocht. Hij had ze nooit dichtgemaakt, omdat er een plantenbak voor stond. Hij zette de plantenbak een stukje opzij en zag twee donkere punten in het stucwerk. Hoofdstuk 4 — Twee versies Margo had haar kantoor achter een fietsenwinkel. Je kwam er via een gang die naar rubber rook en waar altijd minstens één doos zo stond dat je er zijwaarts langs moest. Simon was er eerder geweest voor handtekeningen en een keer om een map te brengen die te zwaar was om op te sturen. Toen had Margo hem koffie gegeven en verteld dat haar dochter op kamers ging. Hij wist nog dat hij had gezegd dat het stil zou worden. Margo had geantwoord dat zij vooral minder melk hoefde te kopen. Nu zat die dochter achter de tweede computer. Ze droeg een grote grijze trui en had een potlood in haar haar gestoken. Op het bureau lagen enveloppen, een meetlint en een reep chocolade waarvan het papier aan één kant was opgerold. ‘Eva,’ zei Margo. ‘Ze helpt met de achterstanden.’ ‘Met het digitaliseren,’ zei Eva. ‘De achterstanden zijn van jou.’ Margo glimlachte niet. Ze schoof een stoel naar Simon toe en zette twee vellen naast elkaar op het bureau. ‘Eline heeft gebeld.’ ‘Dat dacht ik al.’ ‘Ze wil de afschriften en de aansluiting. Die krijgen ze. Maar ik wil eerst weten waarom dit overzicht anders is dan het mijne.’ Simon zag de twee tabellen. Op de eerste stond de bankstand van zeventienduizend tweehonderdzestig euro. Daaronder stond: vooruitbetaalde bedragen, eenendertigduizend tweehonderd. Bij dat laatste bedrag had Margo een voetnoot geplaatst. Specificatie en bevestiging nog te ontvangen. Op het tweede vel, de versie die hij had rondgestuurd, was de hele som onder één regel terechtgekomen: banksaldo en reservefonds. ‘Ik heb het samengevoegd,’ zei hij. ‘Anders ontstaat er verwarring over wat we hebben.’ ‘Nu ontstaat er verwarring over wat we kunnen betalen,’ zei Margo. ‘Het geld is voor onderhoud bestemd. Dat blijft zo als een deel ervan al is voorgeschoten.’ ‘Dan is het geen banksaldo meer.’ Hij keek naar Eva. Ze deed alsof ze op haar scherm werkte, maar haar hand lag stil op de muis. ‘Dat is één woord.’ Margo trok het tweede vel naar zich toe. ‘Het is een van de woorden waarvoor jullie mij betalen.’ Ze was niet iemand die haar stem snel verhief. Haar ergernis zat in de manier waarop ze papieren neerlegde, met de hoeken precies gelijk. Simon kon zich nog herinneren dat ze bij een eerdere vergadering geduldig het verschil had uitgelegd tussen een begroting en werkelijk uitgegeven geld. Henk had gezegd dat hij dat al wist. Margo had geantwoord dat zij het fijn zou vinden als dat dan ook uit zijn vragen bleek. ‘Ik wil het gewoon helder maken,’ zei Simon. ‘Ik ook. Daarom stond er een voetnoot.’ Eva draaide haar scherm een stukje. ‘Dit is de versie uit jouw mail van zes januari. Ik dacht eerst dat ik bij het opslaan iets had overschreven. Maar het document van mijn moeder is van vier januari. Dat staat nog in de verzonden mail.’ ‘Ik geloof je wel.’ Ze liet het scherm staan. ‘En in het nieuwe bestand staat haar naam onderaan. Dan lijkt het alsof zij het zo heeft opgesteld.’ Simon zag het kleine blokje onder de tabel: Administratie M. Smit. Hij had daar niet over nagedacht. Het had er al gestaan toen hij het bestand opende. Hij had een getal verplaatst, een regel verwijderd en het document opgeslagen. Er was geen moment geweest waarop hij bewust had besloten haar naam te gebruiken. Dat maakte het er in de kamer niet beter op. ‘Ik had die naam moeten weghalen.’ ‘Je had mij moeten bellen,’ zei Margo. Ze draaide haar stoel naar de printer, trok er een derde vel uit en legde het boven op de andere twee. De overschrijving aan Noordkant stond er met datum en omschrijving op. Twaalfduizend euro, twaalf november. Daaronder de betaling aan D. de Ruiter, negentienduizend tweehonderd euro, negen december. Simon had als omschrijving het woord voorschot gebruikt, gevolgd door het adres van het pension. ‘Dit is degene die het aanvullende werk zou doen?’ vroeg Margo. ‘Ja.’ Het antwoord kwam voordat hij de gevolgen opnieuw had bekeken. Hij had haar in december hetzelfde gezegd. Hij hield vast aan een eerdere uitspraak, zoals je een deur dichtduwt die door tocht weer openspringt. ‘Welke werkzaamheden?’ ‘Ondersteunend. Voorbereidend.’ Eva pakte haar potlood uit haar haar. ‘Is er een offerte?’ ‘We zijn geen groot bedrijf,’ zei Simon. ‘Juist daarom,’ zei ze. Margo keek kort naar haar dochter. Simon kon niet zien of dat een waarschuwing of een aanmoediging was. ‘Ik heb je op tien december gevraagd om een rekening,’ zei Margo. ‘Toen zei je dat Noordkant die zou meenemen in de totaalfactuur. Maar in hun overzicht staat alleen de twaalfduizend als ontvangen aanbetaling. Die andere betaling noemen ze nergens.’ ‘Dat moet ik met Johan afstemmen.’ ‘Johan zegt dat hij geen onderaannemer met deze naam heeft.’ De gang achter Simon werd gevuld door het gerinkel van een fietsbel. Iemand had die in de winkel uitgeprobeerd, tweemaal kort en eenmaal lang. Het geluid sneed door het kantoor alsof er een deur openstond. ‘Je hebt hem gebeld?’ ‘Natuurlijk heb ik hem gebeld.’ Hij keek naar het bankafschrift. De naam van zijn zoon zag er kaal uit tussen de cijfers. Daan had zijn bedrijf ooit De Ruiter Rijwielservice willen noemen. Simon had gezegd dat dat op een paardenzaak leek. Uiteindelijk was het gewoon DR Service geworden, maar op de bankrekening stond nog steeds zijn persoonlijke naam. ‘Die betaling klopt,’ zei Simon. Hij hoorde hoe weinig dat nog betekende. Margo schoof haar bril boven op haar hoofd. ‘Ik vraag niet of de bank het juiste bedrag heeft overgemaakt. Ik vraag wat jullie ervoor krijgen.’ Hij kon opstaan. Hij kon zeggen dat hij de papieren thuis moest halen. Ze zouden hem niet tegenhouden. Vervolgens zou hij naar buiten lopen, langs de dozen en de fietsen, en een paar minuten lang kon hij doen alsof alleen hij wist hoe het verder moest. ‘Het is een tijdelijke lening,’ zei hij. Eva legde haar potlood neer. Margo bewoog niet. ‘Aan wie?’ vroeg ze. ‘Aan iemand die ik ken.’ ‘Dat hoop ik.’ Hij trok zijn stoel iets naar achteren. Een van de poten bleef achter de rand van een vloerkleed hangen. ‘Aan mijn zoon.’ Margo keek naar het bedrag en daarna naar hem. ‘Met toestemming van de eigenaren?’ ‘Het komt terug.’ ‘Dat vroeg ik niet.’ Het was dezelfde zin die Farah de vorige ochtend had gebruikt. Hij voelde een plotselinge, kinderlijke woede opkomen. Ze bleven de vragen verkleinen tot er geen ruimte overbleef voor wat hij had bedoeld. Er stond een woning te koop. Er was geld onderweg. Zijn zoon probeerde een bedrijf overeind te houden. Maar hij wist dat dit precies de ruimte was waarin hij het al een maand liet verdwijnen. ‘Nee,’ zei hij. Margo stond op. Ze liep naar het raam, dat uitkeek op een blinde muur met een oude reclame voor fietstassen. Een paar seconden lang dacht Simon dat ze hem het kantoor uit zou sturen. ‘Wat heb je me laten opschrijven?’ vroeg ze zonder zich om te draaien. ‘Jij hebt niets verkeerd gedaan.’ ‘Je bepaalt niet wat ik verkeerd heb gedaan.’ Ze kwam terug en legde de drie vellen in een rij. ‘Ik stuur de oorspronkelijke stukken naar Eline. Vandaag. Ik zet erbij dat de bestemming van die negentienduizend tweehonderd afwijkt van wat jij hebt opgegeven. Jij vertelt zelf wat er aan de hand is. Ik ga dat niet voor je inkleden.’ ‘Ik wil eerst met Daan praten.’ ‘Dat lijkt me verstandig.’ ‘Vanavond.’ ‘Dan heb je tot vanavond.’ Eva stond op om een doos bij de deur te verplaatsen. Ze tilde hem met beide handen op en zette hem onder het bureau. De doorgang was nu vrij. Simon trok zijn jas aan en zocht naar iets wat hij nog kon zeggen zonder dat het op een verzoek leek. ‘Ik had het zelf willen rechtzetten.’ Margo keek naar haar telefoon. ‘Dat zeggen mensen meestal op het moment dat anderen het recht moeten gaan zetten.’ Buiten bleef hij onder de luifel staan. Het had opgehouden met regenen. In de fietsenwinkel draaide een medewerker aan het wiel van een kinderfiets. Het wiel bleef lang ronddraaien, met een kleine slag die je vooral zag wanneer je naar het remblok keek. Simon belde Daan opnieuw. Deze keer nam zijn zoon niet op. Hij sprak geen bericht in. Hoofdstuk 5 — De werkplaats De bus stond achter de sporthal, naast een container voor oud glas. Daan had de achterdeuren opengezet en een doek tussen twee klemmen gespannen om de wind buiten te houden. Binnen brandde een werklamp. Simon zag rijen bakjes met kabels, moeren en binnenbanden, allemaal in een ander formaat maar voorzien van dezelfde witte etiketten. Hij herkende het handschrift van zijn zoon aan de open bovenkant van de a. ‘Dat ziet er goed uit,’ zei hij. Daan keek over zijn schouder. ‘Je bent vroeg.’ ‘Ik kon weg van mijn werk.’ Dat was niet helemaal waar. Hij had gemeld dat er een probleem met de woning was en dat hij de rest van de dag verlof nodig had. Zijn leidinggevende had gezegd dat hij het maar moest regelen. Op het werk was Simon degene die zelden onverwacht vrij nam. Zijn verzoek werd daardoor als bewijs gezien dat er echt iets aan de hand was. ‘Koffie?’ vroeg Daan. Op de werkbank stond een thermoskan. Daarnaast lagen twee bananen en een doos met schroeven. Simon nam een beker aan. De koffie was lauw en zo sterk dat hij het zuur ervan langs zijn kiezen voelde trekken. Daan draaide een achterwiel uit het frame van een bakfiets. Hij deed het langzaam, met aandacht voor een kabel die niet gekneld mocht raken. Simon had hem als kind vaak gevraagd waarom hij niet gewoon begon wanneer iets gedaan moest worden. Nu zag hij dat zijn zoon eerst keek, zijn gereedschap klaarlegde en pas dan een beweging maakte. Het leek op aarzelen als je niet wist wat er kon misgaan. ‘Ik heb nog twee fietsen voor ik weg kan,’ zei Daan. ‘Dus als je over die betaling wilt praten…’ ‘Het geld kwam niet van mijn eigen rekening.’ De ratel stopte. ‘Van welke dan?’ Simon zette zijn beker op de werkbank. Het plastic liet een bruine kring achter op een montagehandleiding. ‘Van de vereniging.’ Daan draaide zich helemaal naar hem toe. Hij hield de ratel nog in zijn hand, maar liet zijn arm zakken. ‘Welke vereniging?’ ‘Van het huis.’ Het duurde even. Op Daans gezicht maakte het onbegrip plaats voor iets wat veel erger was. ‘Dat geld voor het dak?’ ‘Er stond genoeg.’ ‘Dat vroeg ik toch niet?’ Simon keek naar de container. Er stonden lege wijnflessen naast omdat de opening vol zat. Een groene fles was omgevallen en lag met de hals op de stoeprand. ‘Ik zou het terugzetten zodra de woning verkocht was. Het was tijdelijk.’ ‘Hebben die mensen dat goedgevonden?’ ‘Ik heb het niet met iedereen besproken.’ ‘Met wie wel?’ Hij antwoordde niet. Daan legde de ratel neer en ging op de rand van de bus zitten. Zijn werkschoenen hingen een paar centimeter boven de grond. Aan de binnenkant van één zool zat een streep opgedroogde lijm. ‘Ik heb je gevraagd of je het kon missen.’ ‘Ik kan het ook missen. Er zit genoeg in de woning.’ ‘Je zei: er staat iets apart.’ ‘Ja.’ ‘Je liet me een papier tekenen.’ ‘Er moeten afspraken zijn.’ Daan lachte eenmaal, zonder lucht. Hij keek langs Simon heen naar de parkeerplaats. Een vrouw met een peuter aan haar hand liep naar de sporthal. De peuter wilde iedere witte streep van het zebrapad afzonderlijk aanraken met zijn voet. De vrouw wachtte een paar tellen en trok hem toen verder. ‘Ik ben zo klaar met dat woord,’ zei Daan. ‘Welk woord?’ ‘Afspraken. Zodra jij iets wilt, heet het een afspraak. Als ik iets niet kan, heb ik me er niet aan gehouden.’ Simon voelde zich onrechtvaardig behandeld. Hij had geholpen. Hij had het misschien op een verkeerde manier gedaan, maar hij was niet degene geweest die met een huurachterstand zat of een bus moest kopen voordat er voldoende opdrachten waren. ‘Je hebt er wel gebruik van gemaakt.’ ‘Omdat ik dacht dat het van jou was.’ ‘Daarom kom ik het nu vertellen.’ ‘Waarom nu?’ Simon wreef zijn handen warm. Het was kouder op het terrein dan in de stad. Achter de sporthal strekte een grasveld zich uit tot aan een rij kale wilgen. Op een van de stammen zat een voetbal die er met een scheur omheen was blijven hangen. ‘Er is een lek. En de administratie wil de betalingen zien.’ ‘Dus daarom.’ ‘Ik wil niet dat jij er via iemand anders over hoort.’ Daan knikte langzaam, maar het was geen instemming. ‘Hoeveel heb je nodig?’ ‘Het liefst zo veel mogelijk.’ ‘Ik heb twaalfhonderd op mijn rekening. Daar moeten onderdelen van worden betaald. En mijn eigen huur. Ik kan niet ineens negentienduizend maken omdat jij iets hebt gedaan.’ ‘Dat weet ik.’ ‘Volgens mij weet je dat niet. Volgens mij denk je dat er altijd ergens een bedrag ligt als iemand zijn spullen maar goed op orde heeft.’ Simon keek de bus in. De bakjes, de etiketten, de kleine bankschroef die Daan aan een verstevigde plank had vastgezet. Het was geen rommelige onderneming. Het was een werkplek waarover een man lang had nagedacht en waaraan hij kortgeleden nog met hoop had gewerkt. ‘Je kunt de bus verkopen,’ zei hij. Daan sprong van de rand af. ‘En waarmee ga ik dan het geld verdienen dat ik je moet terugbetalen?’ ‘Ik zeg niet dat het moet.’ ‘Je zegt het wel. Je staat hier, je kijkt naar mijn bus, en je zegt het.’ Er kwam een man uit de sporthal met een fiets aan zijn hand. De voorband was leeg. Hij stak zijn hand op naar Daan en liep naar hen toe. ‘Kan deze nog even tussendoor?’ Daan veegde zijn handen aan een doek. Zijn stem veranderde. ‘Ik kijk zo. Waarschijnlijk wel, maar ik moet eerst even de bakfiets afmaken.’ ‘Ik ben nog een uur binnen.’ ‘Zet hem daar maar neer. Heb je je naam op het kaartje?’ De man schreef zijn gegevens op een kartonnen label. Hij vroeg of hij met zijn telefoon kon betalen. Daan zei dat het straks kon. Hij glimlachte zelfs, een korte glimlach die Simon herkende van schoolfoto's waarop zijn zoon liever niet was gegaan maar toch zijn best had gedaan. Toen de man weg was, pakte Daan de ratel weer op. ‘Je moet nu even weg,’ zei hij. ‘We zijn nog niet klaar.’ ‘Ik moet werken.’ Simon wilde op de rand van de bus gaan zitten, wachten tot het rustiger was. Maar Daan stond zo dat hij de doorgang blokkeerde. Hij deed het niet dreigend. Hij bleef gewoon op de plaats staan waar hij voor zijn werk moest zijn. ‘Kun je vanavond bellen?’ ‘Ik weet het niet.’ Simon liep naar zijn auto. Halverwege draaide hij zich om. ‘Ze zullen misschien vragen of je een rekening hebt gestuurd.’ Daan keek op. ‘Dat heb je niet,’ zei Simon snel. ‘Ik zeg alleen dat ze het kunnen vragen.’ ‘Wat heb je gezegd dat ik deed?’ Simon bleef staan. ‘Pap.’ ‘Werk voor het huis.’ Zijn zoon legde de ratel opnieuw neer. Deze keer heel voorzichtig. ‘Ik heb één keer die kapotte deurdranger vastgezet. Daar heb ik geen geld voor gevraagd.’ ‘Dat weet ik.’ ‘Dat weet jij. Weten zij dat ook?’ ‘Ik zal het uitleggen.’ ‘Je gaat zeggen dat ik niet wist waar het geld vandaan kwam.’ ‘Ja.’ ‘Tegen iedereen. Niet alleen als iemand erom vraagt.’ Simon knikte. Hij reed niet meteen weg. Door de voorruit zag hij Daan de lege fietsband onderzoeken. Zijn zoon hield de opgepompte binnenband in een bak met water. Even later wees hij naar een plek waar kleine bellen omhoogkwamen. De handeling was eenvoudig, zichtbaar, overtuigend. Je vond het gat en wist wat je moest repareren. Simon startte de motor toen Daan opkeek. Thuis wachtte een bericht van Els. Daan had haar gebeld. Ze schreef alleen: Bel me niet om uit te leggen dat je het goed bedoelde. Ik heb straks tijd om te luisteren naar wat je gaat doen. Hij las het bericht driemaal. Daarna zette hij zijn telefoon op tafel en haalde een leeg vel papier uit de printer. Hoofdstuk 6 — Wat er onder verf zit De noodreparatie hield het water voorlopig tegen. Farah had de emmer laten staan omdat de werklieden hadden gezegd dat er nog vocht uit de constructie kon komen. Toen Simon 's ochtends naar buiten ging, stond de emmer in de gang. Er zat een briefje op: niet weghalen, nog nodig. Hij wist niet of het voor hem bedoeld was. Eline had een onafhankelijke inspecteur geregeld, op voorstel van Rolf. De afspraak kostte veertienhonderdvijftig euro, inclusief een schriftelijk verslag en een bezoek aan de opengelegde delen tijdens het latere werk. Simon had willen zeggen dat dit geld misschien beter aan de reparatie zelf besteed kon worden. Hij had het niet gezegd. Nadat hij de vorige avond aan Eline had gemeld dat er een ongeoorloofd voorschot aan zijn zoon was betaald, werd er in gesprekken minder op zijn oordeel gewacht. Hij had niet alles verteld. Hij had het bedrag genoemd en gezegd dat het terugkwam. De gewijzigde tabel had hij een ongelukkige samenvoeging genoemd. Eline had lang gezwegen en toen gezegd dat zij Margo zou vragen erbij te komen. Zij wilde één keer een volledig gesprek. Simon had geantwoord dat hij ook behoefte had aan duidelijkheid. Eline had daarop opgehangen. De inspecteur heette Ilse Verbeek. Ze had een kleine koffer bij zich en een opgerolde werkbroek die ze over haar gewone broek aantrok. Ze stelde zich aan iedereen voor, vroeg waar de berging was en wilde daarna alleen weten welke plekken nat waren geweest en op welke data. Ze had geen belangstelling voor wie er in november niet bij een overleg was geweest. Henk deed zijn deur pas open nadat Simon tweemaal had gebeld. ‘Ze willen bij het luik,’ zei Simon. ‘Dat begrijp ik.’ Toch bleef Henk in de deuropening staan. Achter hem zag Simon dozen op de vloer. Ze stonden in twee rijen, met een smalle strook ertussen. Op een doos stond servies. Op een andere stond de naam van Henks overleden vrouw, gevolgd door het woord zomer. ‘Ik heb gisteren gevraagd of je het vrij kon maken.’ ‘Ik kan niet alles alleen tillen.’ Simon stak zijn hand uit naar een doos. Henk pakte zijn pols vast, niet hard maar beslist. ‘Die niet. Daar zit glas in.’ Ilse kwam de laatste treden op. Ze zag de dozen en zei dat ze eerst beneden kon beginnen. Simon wilde protesteren, maar Henk stapte al opzij. ‘Het kan wel. Als er iemand helpt.’ Ze droegen de dozen naar de slaapkamer. Onder een van de dozen lag een fotoalbum met een losgeraakte rug. Simon legde het boven op de stapel. Het viel open bij een foto van het pension in een zomer waarin de gevel nog geel was. Voor de deur stonden zes mensen met koffers. Op de achtergrond hing het bord De Linde, met daaronder kamers met ontbijt. Henk pakte het album en sloot het. ‘Dat kan later.’ Bij het dakluik hield Simon de ladder vast. Ilse klom omhoog, maakte foto's en stelde vragen over werkzaamheden die hij niet allemaal kon dateren. Hij wees op een factuur die hij boven op de ordner had gelegd. Ze vroeg of er ook foto's van vóór die reparatie waren. Henk zei dat hij ze nog had. Simon keek hem aan. ‘Welke foto's?’ ‘Van de vorige keer.’ ‘Die heb ik nooit gezien.’ ‘Ik heb ze gestuurd.’ Henk liep naar zijn computer, die op een klein bureau naast de keuken stond. Het scherm kwam langzaam tot leven. Hij klikte door mappen met jaartallen en maanden, tot er een foto verscheen van een donkere plek langs dezelfde aansluiting. De datum was drie jaar oud. ‘Toen was het veel minder,’ zei Simon. Ilse boog zich naar het scherm. ‘Dat kan. Ik wil vooral weten wat er toen gedaan is.’ ‘Er is opnieuw afgewerkt.’ ‘Waarmee?’ Simon moest in de map zoeken. Hij vond de rekening van een ander bedrijf, een bedrag van zeshonderdtwintig euro. De omschrijving bestond uit twee regels. Ilse las ze en vroeg of zij een kopie mocht maken. Ze spraken verder in Henks keuken, terwijl beneden iemand op de voordeur klopte. Simon hoorde Farah antwoorden. De werkzaamheden zouden waarschijnlijk uitvoeriger zijn dan in de offerte uit oktober was aangenomen, zei Ilse. Er hoefde niemand meteen zijn woning uit. Er moesten wel delen worden geopend die vanaf buiten niet goed beoordeeld konden worden. Zij wilde geen bedrag noemen voordat Noordkant had beschreven wat er precies werd aangepakt. ‘Dus het is niet acuut gevaarlijk,’ zei Simon. Ilse keek hem rechtstreeks aan. ‘Ik heb gezegd dat ik nu geen reden zie om iemand te laten vertrekken. Daar kun je niet van maken dat uitstel geen gevolgen heeft.’ Henk draaide aan de kraan terwijl hij een glas vulde. Het water liep over zijn duim. Hij scheen het niet te merken. Beneden stond Farah naast een schilder die naar haar plafond keek. De man hield zijn handen in de zakken van zijn jas en bewoog alleen zijn hoofd. Yara was op school. De kinderboeken lagen in een verhuisdoos in de keuken, en de bank was van de muur geschoven. ‘Je kunt niet gewoon over de plek heen,’ zei de schilder. ‘Het moet eerst droog genoeg zijn. Anders haal ik het straks weer open.’ ‘Wanneer weet je dat?’ ‘Ik kom meten als het dak dicht is. En misschien nog eens daarna.’ Farah knikte. Ze noteerde iets in haar schriftmap. Simon zag dat ze in kolommen schreef: datum, afspraak, uren. Hij vroeg zich af of ze die kolommen speciaal voor hem had gemaakt. Nadat de schilder vertrokken was, bleef hij in de deuropening staan. ‘Heb je alles voor de verzekering?’ vroeg hij. ‘Dat zoek ik uit.’ ‘Ik kan de polis sturen.’ ‘Graag.’ Het was een antwoord zonder warmte, maar ook zonder afwijzing. Hij greep het aan alsof er een gesprek mogelijk was. ‘Ik vind dit heel vervelend.’ ‘Voor wie?’ Hij keek naar de verplaatste bank. ‘Voor jou.’ ‘Goed.’ Ze sloeg haar map dicht. ‘Ik ben maandag twee uur later op mijn werk gekomen. Vandaag heb ik een halve dag vrijgenomen. Yara slaapt slecht omdat ze denkt dat haar kamer ook nat wordt. De vloer bij het raam moet misschien vervangen worden. Dat zijn geen grote dramatische dingen, dat weet ik. Maar het is wel allemaal van mij.’ ‘Dat begrijp ik.’ ‘Misschien. Je begon net over de verzekering. Iedereen begint over wie iets gaat betalen. Intussen moet ik hier wonen.’ Hij knikte. Hij wilde haar vertellen dat hij zelf jarenlang met een kapotte douche had geleefd omdat hij de juiste vakman niet kon vinden. Maar dat was een kapotte douche in zijn eigen woning geweest, een uitstel waarvan hij zelf de gevolgen had gedragen. Het verhaal zou haar alleen maar verder bij hem vandaan brengen. ‘Eline heeft me verteld dat er geld weg is,’ zei Farah. ‘Het is uitgeleend.’ Haar gezicht veranderde nauwelijks. ‘Kunnen wij het nu gebruiken?’ ‘Nog niet.’ ‘Dan is het voor mij weg.’ Ze liep langs hem naar de gang. Hij stapte opzij. Het haakje met de blauwe stip was leeg. Daar hoorde de sleutel die hij sinds maandag nog bij zich had. ‘Ik wil mijn sleutel terug,’ zei ze. Hij haalde hem uit zijn jaszak. Hij had vergeten hem terug te geven. Ze pakte hem aan en hing hem aan het haakje met de blauwe stip. Daarna liep ze de keuken in. Simon bleef nog een ogenblik staan, alsof ze hem opnieuw iets kon vragen. Toen sloot hij de deur van buitenaf. Hoofdstuk 7 — De naam op de overschrijving Deze keer stond er geen thee op tafel. Eline had glazen water neergezet en de fles wijn die Rolf had meegebracht in de kast laten staan. Margo zat naast haar met een laptop voor zich. Eva was er niet. Simon had gehoopt van wel, zonder te weten waarom. Misschien omdat zij nog niet bij het huis hoorde en dus nog kon zien dat hij er meer was geweest dan de naam op een verkeerde betaling. Rolf kwam op tijd. Hij had een dun mapje bij zich. Henk nam de lage stoel en hield zijn jas aan. Farah ging tegenover Simon zitten. Ze legde haar telefoon met het scherm naar beneden op tafel. ‘Ik wil dat we elkaar uit laten praten,’ zei Eline. ‘Dan moet er wel iets gezegd worden,’ zei Farah. Margo begon met het banksaldo op eenendertig december. Daarna de twee betalingen. Ze noemde de data, de bedragen en de namen van de ontvangers. Bij de betaling aan Noordkant liet ze de bevestiging van Johan zien. De aanbetaling maakte deel uit van een echte opdracht. Bij de betaling aan D. de Ruiter was geen opdracht van de vereniging aangetroffen. ‘Daar is ook geen opdracht voor,’ zei Simon. ‘Dat weten we nu,’ zei Margo. Ze liet zien hoe haar conceptoverzicht was opgebouwd. Simon wilde haar onderbreken bij het woord concept. Het had op het document zelf niet bovenaan gestaan, alleen in de begeleidende mail. Maar hij begreep dat hij daarmee niets verduidelijkte wat er die avond toe deed. Rolf trok het papier naar zich toe. ‘Dus er was zeventienduizend op de bank en wij kregen een overzicht waarop achtenveertigduizend stond.’ ‘Achtenveertigduizend vierhonderdzestig,’ zei Simon. Hij had er onmiddellijk spijt van. Farah keek hem aan met een uitdrukking die hij nog niet eerder bij haar had gezien. Het was geen boosheid meer. Ze keek naar hem alsof hij iets had gezegd dat onvrijwillig onthulde hoe zijn hoofd werkte. ‘En het dak wordt duurder,’ zei Henk. Eline haalde de nieuwe raming erbij. Zesendertigduizend vierhonderd euro, inclusief de aanbetaling en de noodreparatie. Johan zou een uitgewerkte specificatie sturen zodra Ilse haar bevindingen had gedeeld. Het bedrag kon nog veranderen wanneer delen openlagen. Er was geen toestemming om onbeperkt meerwerk uit te voeren. ‘Dat betekent dat er nog ruim vierentwintigduizend betaald moet worden,’ zei Rolf. ‘Los van het onderzoek en normale kosten.’ Margo knikte. ‘De bijdragen komen natuurlijk binnen. Er lopen ook gewone betalingen door. Maar er is op dit moment geen ruimte om te doen alsof die lening niets verandert.’ ‘Ik doe niet alsof,’ zei Simon. Er viel een stilte. Hij keek naar het vel voor zich. Hij had thuis een verklaring opgeschreven, maar de eerste zin luidde: Door een samenloop van omstandigheden. Hij had die doorgestreept en was opnieuw begonnen. Ook de tweede poging was een omweg geworden. Nu lag het vel in zijn tas, ongebruikt. ‘Mijn zoon had geld nodig,’ zei hij. ‘Voor zijn bedrijf. Ik heb dat betaald met geld van de vereniging. Zonder jullie te vragen. Ik was van plan het terug te zetten zodra mijn appartement verkocht was. Ik dacht dat dat snel kon.’ ‘Waarom heb je ons dan iets anders verteld?’ vroeg Eline. ‘Omdat ik wist dat jullie het niet goed zouden vinden.’ Het antwoord maakte de kamer stiller. Hij had zichzelf nog niet eerder zo eenvoudig horen spreken. Farah draaide haar glas een kwartslag. ‘Wist je zoon waar het vandaan kwam?’ ‘Nee.’ ‘Weet hij het nu?’ ‘Ja. Ik heb het hem gisteren verteld.’ ‘En wat zei hij?’ Simon keek op. ‘Dat is tussen ons.’ ‘Tot op zekere hoogte,’ zei Rolf. ‘Hij heeft nergens om gevraagd waarvan hij wist dat het niet van mij was.’ Voor het eerst die avond zat er iets stevigs in zijn stem. Hij merkte dat hij zich aan die ene ware mededeling wilde vastklampen. Als hij zijn zoon voldoende kon beschermen, zou er misschien toch nog een goede reden in zijn handelen zichtbaar worden. Margo sloot de laptop half. ‘Er is nog iets. Jij hebt tegen mij gezegd dat het om een onderaannemer ging. Ik wil weten of je nog meer betalingen anders hebt uitgelegd dan ze waren.’ ‘Nee.’ ‘Dan laat je dat controleren.’ ‘Dat is goed.’ ‘Niet door mij alleen,’ zei ze. ‘Ik wil dat iemand van buiten dit hele dossier bekijkt. Ook mijn werk.’ Eline knikte. Farah schreef iets op. Rolf vroeg of de toegang tot de rekening al veranderd was. Margo zei dat ze dit na het overleg samen zouden regelen en dat tot die tijd niemand zelfstandig nieuwe betalingen moest doen. Simon legde zijn telefoon op tafel. ‘Je kunt hem nu hebben.’ ‘We hoeven je telefoon niet,’ zei Eline. ‘We moeten de bevoegdheden goed zetten.’ Het was een klein verschil, maar hij voelde zich er kinderachtiger door. Hij had een gebaar willen maken, iets tastbaars inleveren. De oplossing bestond uit instellingen, formulieren en nieuwe afspraken waarbij zijn bereidheid niet langer het uitgangspunt vormde. ‘Wanneer komt het geld terug?’ vroeg Farah. ‘Bij de verkoop.’ ‘Wanneer is dat?’ ‘Er zijn morgen bezichtigingen.’ ‘Dat is geen datum voor een terugbetaling.’ Hij voelde de druk om opnieuw iets te beloven. Voor maart. Uiterlijk april. Er moest een maand zijn die ver genoeg weg lag om haalbaar te klinken en dichtbij genoeg om de kamer te kalmeren. Hij keek naar Margo, die haar pen boven het papier hield. ‘Ik weet het nog niet.’ Rolf trok zijn mond scheef. Henk keek naar het plafond. Alleen Eline schreef de zin op. ‘Dan komt er een schriftelijk voorstel,’ zei ze. ‘Met iemand die weet hoe je dat zorgvuldig vastlegt. En tot die tijd krijgen we inzicht in wat er werkelijk kan.’ Farah schoof haar stoel naar achteren. ‘Ik wil ook dat de makelaar het weet. Ik wil hier straks geen nieuwe bewoner die hetzelfde verhaal heeft gekregen als ik.’ ‘Dat ga ik doen.’ ‘Wanneer?’ ‘Morgen voor de bezichtigingen.’ Ze bleef hem aankijken. Hij pakte zijn telefoon en schreef een bericht aan Anouk: Er zijn belangrijke onjuistheden in het financiële overzicht van de vereniging. Ik moet je morgenochtend spreken voor je mensen laat komen. Hij liet het scherm aan Eline zien, drukte op verzenden en legde de telefoon terug. Het overleg duurde nog een uur. Er werd gesproken over bijdragen, over het dak en over de schade bij Farah. Henk vroeg of het onderzoek echt zo duur moest zijn. Rolf zei dat de kosten van extra controle door Simon gedragen moesten worden voor zover ze door zijn handelen nodig waren geworden. Margo wilde geen bedrag noemen voordat een onafhankelijke administrateur had aangegeven wat er nodig was. Simon stemde met alles in. Op een bepaald moment merkte hij dat Eline bij zijn instemming niet meer naar hem keek. Ze schreef het gewoon op. Toen de anderen vertrokken waren, bleef hij zitten om de toegang tot de bankrekening te wijzigen. Eline ging naast hem zitten, Margo aan de andere kant. Er kwamen codes, bevestigingen en instructies op het scherm. Simon kende de volgorde uit zijn hoofd. Hij wees waar Eline moest klikken en hield zijn hand daarna stil op zijn knie. ‘Daarna lukt het mij niet meer,’ zei hij bij de laatste stap. ‘Dat is de bedoeling,’ zei Eline. Hij knikte. Het scherm liet een bevestiging zien. Margo vroeg hem uit te loggen. Toen hij opstond, bleef zijn tas open op de stoel staan. Het vel met zijn mislukte verklaring stak eruit. Hij schoof het terug tussen de papieren. Bij de deur zei Eline: ‘Ik had je iets gevraagd, vorige week. Of er iets was waar ik nog naar moest kijken.’ ‘Ik weet het.’ ‘Je zei dat alles in orde was.’ Hij knikte opnieuw. Er waren die avond te veel knikjes geweest. Hij voelde ze in zijn nek. ‘Ik weet niet waar ik met jou moet beginnen,’ zei ze. Ze liet hem uit en deed de deur zacht dicht. Hoofdstuk 8 — Een voorstel Rolf wachtte de volgende ochtend naast Simons auto. Hij had twee bekers koffie bij zich en keek naar de gevel van het huis alsof hij zich probeerde voor te stellen hoe die er vanaf de overkant uitzag. Simon had geen zin in koffie. Hij nam de beker toch aan. ‘Ik heb een idee,’ zei Rolf. ‘Daar ben ik even niet zo goed in.’ ‘Dan luister je alleen.’ Ze liepen naar de kade. Het water stond hoog langs de stenen rand, maar bleef onder de onderste trede van het trapje waar in de zomer kinderen hun voeten in het water lieten hangen. Simon had daar vroeger met Daan gezeten. Hij wilde die herinnering niet nu, naast Rolf, maar ze kwam toch. ‘Ik zou jouw appartement kunnen kopen,’ zei Rolf. Simon keek naar hem. ‘Je hebt er al een.’ ‘Daarom is het praktisch. Ik ken het pand. Ik hoef niet drie keer te komen kijken. Je krijgt geen koper die na elk nieuw document opnieuw moet nadenken.’ ‘En Bram?’ ‘Bram blijft gewoon huren. Ik heb het over jouw woning.’ Rolf dronk van zijn koffie. Hij droeg handschoenen van dun leer. Simon vroeg zich af of hij die altijd droeg of alleen wanneer hij dingen ging bespreken die hem goed uitkwamen. ‘Mijn zoon wil terug naar Kadeveen,’ zei Rolf. ‘Hij werkt nu in Arnhem en zit daar in een appartement waar hij twee keer per week is. Dit zou voor hem een oplossing kunnen zijn.’ ‘Je dochter dan?’ ‘Die wil voorlopig vooral naar haar dansles. Het zijn twee kinderen, Simon.’ Hij glimlachte. Er zat geen spot in, maar Simon voelde de afstand. Hij had jarenlang gedacht dat hij Rolf kende omdat hij diens betalingen zag en wist wanneer hij vergaderingen miste. Hij wist nauwelijks iets van zijn gezin. ‘Wat wil je bieden?’ ‘Tweehonderdvijfenveertig.’ Simon stopte met lopen. De koffie bewoog tegen het deksel van zijn beker. ‘De vraagprijs is tweehonderdtweeëntachtig en een half.’ ‘Dat weet ik.’ ‘Dat is zevenendertigduizend vijfhonderd minder.’ ‘Je koopt niet alleen vierkante meters. Je koopt ook risico, een vereniging met een probleem en werk dat nog moet gebeuren.’ ‘Dat probleem komt door mij. Als ik het geld terugbetaal, is het opgelost.’ Rolf keek naar het huis aan de overkant van de straat. ‘Een deel is opgelost. We weten nog niet wat het dak echt gaat kosten. We weten niet of er nog meer in de administratie zit. En Farah is bereid om haar verhaal te vertellen aan iedereen die aanbelt. Dat is haar goed recht, maar voor een koper geeft het onrust.’ Simon voelde zijn kaak aanspannen. Het was onaangenaam om zijn eigen gedrag als verkoopfactor opgesomd te krijgen. Toch was er ook iets geruststellends aan Rolfs benadering. Hij maakte er een bedrag van. Een verlies dat je kon afzetten tegen een ander verlies. Een probleem dat de juiste handtekening misschien naar het verleden kon duwen. ‘Je kunt rechtstreeks laten overmaken wat de vereniging nog krijgt,’ zei Rolf. ‘Dat leg je vast. Dan hebben we dat bedrag snel terug en kun jij verder.’ ‘Zo snel is een verkoop niet rond.’ ‘Sneller dan wanneer iemand nog financiering en onderzoek moet regelen.’ Simon keek naar het water. Op een drijvende tak zat een stuk rood lint. Het bleef aan een lage ring in de kademuur hangen en trok zichzelf telkens weer los. ‘En jij wilt dan dat we dit verder stilhouden?’ Rolf haalde zijn schouders op. ‘Ik wil dat het ophoudt met groter worden. Voor iedereen.’ ‘Dat is niet hetzelfde.’ ‘Het hoeft niet hetzelfde te zijn. We kunnen de feiten vastleggen en daarna het dak repareren. Niet elke vergadering hoeft een rechtbank te worden.’ Hij zei het zonder dreiging. Simon kon hem niet verwijten dat hij een belang had. Ze hadden allemaal een belang. Farah wilde een droge woning, Eline wilde dat er een plan kwam, Henk wilde blijven waar hij zat. Rolf wilde iets kopen voor een prijs die hem paste. Simon wilde verlost worden van het moment waarop hij iedere ochtend zijn telefoon moest pakken. ‘Denk erover na,’ zei Rolf. ‘Ik kan dit serieus maken. Maar niet over drie maanden.’ Ze liepen terug. Bij de voordeur hield Rolf zijn hand even op Simons schouder. ‘Je hoeft niet alles alleen te dragen.’ Die zin had Simon zelf tegen Daan gezegd, bij de broodjeszaak. Hij vond hem nu onbetrouwbaar klinken, al kon hij niet precies zeggen waarom. Anouk kwam om half elf. Ze had de bezichtigingen verzet. Ze stapte binnen, legde haar tas op de lege eetkamertafel en vroeg hem vanaf het begin te vertellen. Simon deed dat. Hij vertelde over de betaling aan zijn zoon, over het overzicht en over wat hij gisteravond had toegegeven. Toen hij klaar was, vroeg ze om de oorspronkelijke stukken. ‘Ik heb kopieën.’ ‘Die wil ik. En alles wat Margo en Eline nu opstellen. Ik ga pas weer mensen laten komen als we weten welke informatie we moeten geven.’ ‘Is er nog belangstelling?’ ‘Dat weet ik daarna.’ Hij vertelde over Rolfs aanbod. Anouk schreef het bedrag op en keek naar hem. ‘Wil je dat ik het beoordeel als bod, of wil je dat ik zeg dat je het moet aannemen?’ ‘Ik wil weten wat verstandig is.’ ‘Dan moeten we eerst zorgen dat haast niet de enige maatstaf is.’ Ze vroeg hoeveel tijd hij dacht te hebben, welke verplichtingen er waren en of hij iemand had die onafhankelijk met hem naar zijn eigen financiële situatie kon kijken. Hij zei dat hij bij zijn bank een aanvraag had gedaan. Ze vroeg welke aanvraag. Toen hij over een overbrugging begon, zei ze dat hij ook moest laten bekijken welke andere mogelijkheden er waren en wat die zouden kosten. Ze beloofde niets. Ze schreef een naam op van iemand die hem kon helpen de stukken te ordenen, zonder een belang te hebben bij de verkoop. ‘Je hoeft niet tegen mij te doen alsof je dit allemaal al hebt overwogen,’ zei ze. Hij keek naar de lijst op tafel. Er kwamen steeds nieuwe mensen bij die moesten kijken naar iets wat hij maandenlang aan niemand had willen laten zien. Die middag belde Els. Ze vroeg niet hoe het met hem ging. ‘Heb je het verteld?’ ‘Ja.’ ‘Alles?’ ‘Het geld.’ Ze wachtte. ‘En dat Daan het niet wist.’ ‘Goed.’ Hij vertelde over Rolfs bod. Het bedrag bleef even tussen hen hangen. Els was bij de scheiding voor haar aandeel in de woning uitgekocht. Ze kende de waarde, de hypotheek en Simons gewoonte om kosten eerder te accepteren dan onzekerheid. ‘Je kunt een slecht bod aannemen,’ zei ze. ‘Maar noem het dan geen boete die je voor ons betaalt.’ ‘Dat zeg ik toch niet?’ ‘Nog niet.’ Hij ging op de bank zitten. Door de telefoon hoorde hij haar een keukenkastje sluiten. Ze woonde twee straten van haar zus en had een klein balkon waar ze in de zomer tomaten kweekte. Ze had het hem één keer laten zien. Hij had gezegd dat die potten te klein waren. Ze had later een foto gestuurd van een volle schaal tomaten, zonder tekst. ‘Wat moet ik dan doen?’ vroeg hij. Els zuchtte. ‘Een beslissing nemen waarvan je de reden kunt uitleggen zonder Daan erbij te halen.’ Na het gesprek bleef hij lang zitten. Rolfs koffie stond onaangeroerd op het aanrecht. Hij haalde de deksel eraf, gooide de koude inhoud weg en spoelde de beker om voordat hij hem in de afvalbak deed. Het was een gewoonte waarvoor niemand hem ooit iets had verweten. Hoofdstuk 9 — De ontbrekende regel Eva belde omdat er een map ontbrak. De oude notulen stonden volgens haar moeder op een geheugenstick die Simon bijhield. Zij wilde de bestanden vergelijken met de papieren stukken, zodat de onafhankelijke administrateur straks niet eerst hoefde uit te zoeken wat er was. ‘Ik kan ze mailen,’ zei Simon. ‘Graag in de vorm waarin ze bewaard zijn.’ Hij hoorde wat ze bedoelde. Ze vroeg het beleefd, met een stem waarin geen poging zat hem gerust te stellen. Hij vond de stick in het bakje bij zijn computer. Er zaten twee kleine sleutelringen aan, waarvan er één niets meer vasthield. Hij had het ding ooit gekregen op een bijeenkomst over voorraadbeheer. Het logo was bijna afgesleten. In het kantoor achter de fietsenwinkel zat Eva alleen. Margo was bij een andere klant. Simon zette de map op tafel en legde de stick ernaast. ‘Je hoeft dit niet allemaal zelf te doen,’ zei hij. ‘Ik krijg ervoor betaald.’ ‘Dat bedoelde ik niet.’ ‘Wat bedoelde je dan?’ Hij had willen zeggen dat het niet haar verantwoordelijkheid was. Maar het was ook niet de verantwoordelijkheid van haar moeder om achter hem aan te gaan, en toch moest iemand het doen. ‘Laat maar.’ Eva opende de map. Er zaten stukken in vanaf het jaar dat het pension was verdeeld. Ze haalde de oudste verslagen eruit en legde ze in een stapel. Simon keek hoe ze de nietjes voorzichtig losmaakte. Ze werkte trager dan hij gewend was, maar ze scheurde geen papier. ‘Heb je altijd de verslagen gemaakt?’ vroeg ze. ‘Meestal.’ ‘En wie controleerde ze?’ ‘Ze gingen naar iedereen.’ ‘Dat is rondsturen.’ Hij zweeg. Ze wees op een passage in een verslag van drie jaar geleden. Er stond dat de aansluiting van het lage dak zou worden hersteld en dat verdere werkzaamheden konden wachten op een volgende onderhoudsronde. Naast de passage stond met de hand een vraagteken. ‘Van wie is dit?’ Simon herkende Elines handschrift. ‘Van de voorzitter.’ ‘Waarom staat er in de digitale versie geen vraagteken?’ ‘Omdat dat een aantekening op haar eigen exemplaar was.’ ‘Weet je nog waar de vraag over ging?’ Hij wist het. Eline had toen gevraagd of het woord konden wel juist was. De aannemer had gezegd dat een tijdelijke reparatie mogelijk was, maar dat de aansluiting beter binnen afzienbare tijd goed aangepakt kon worden. Henk had geen steiger voor zijn slaapkamer willen hebben in de maanden waarin zijn vrouw nog thuis werd verzorgd. Rolf was afwezig. Eline had voorgesteld de zin minder stellig te maken, maar ook gezegd dat ze de sfeer niet meteen wilde laten omslaan naar een extra bijdrage. Simon had het verslag later vrijwel onveranderd rondgestuurd. Niemand had gereageerd. ‘Er was discussie over de planning,’ zei hij. Eva maakte een notitie. Ze schreef geen beschuldiging op, alleen dat de formulering moest worden nagevraagd. ‘Mijn moeder zegt dat je haar naam onder het overzicht wilde weghalen,’ zei ze. ‘Dat had ik moeten doen.’ ‘Waarom?’ ‘Omdat het dan duidelijk was geweest dat ik het had aangepast.’ ‘Was het overzicht dan wel goed geweest?’ Hij keek naar het raam. Achter de fietsenwinkel werd een bus achteruit geparkeerd. De piep van de achteruitrijsignalering bleef dezelfde toon houden, ongeacht hoe dicht de bus bij de muur kwam. ‘Nee,’ zei hij. Eva knikte en keek weer naar de stukken. Het gesprek had voor haar kennelijk een praktisch einde bereikt. Voor Simon niet. ‘Ik heb het niet gemaakt om iemand geld afhandig te maken.’ Ze schoof een losgemaakt nietje in het bakje naast de scanner. ‘Je had het geld al.’ Hij voelde zich naar adem zoeken. Niet omdat de zin hard was, maar omdat hij zo precies op de volgorde wees. De verkeerde voorstelling was geen middel geweest om te kunnen betalen. Hij had betaald en daarna de werkelijkheid in een bruikbare vorm gehouden. ‘Ik weet niet waarom ik het steeds anders probeer te zeggen,’ zei hij. Eva keek hem nu wel aan. ‘Omdat je wilt dat het minder erg is?’ Hij lachte kort. Ze verontschuldigde zich bijna, zag hij, maar deed het niet. ‘Waarschijnlijk.’ Ze vroeg of hij koffie wilde. Hij zei ja. Terwijl het apparaat liep, keek hij naar de eerste scan die op het scherm verscheen. Zijn eigen tekst stond erop, in een lettertype dat hij al vijftien jaar gebruikte. Er was niets aan te zien. Geen plek waar de woorden dunner waren geworden omdat hij had geaarzeld, geen verkleuring door schaamte. Een zin zag er even betrouwbaar uit wanneer hij niet klopte. Thuis schreef hij opnieuw een verklaring. Dit keer begon hij met de datum van de overschrijving. Op negen december heb ik negentienduizend tweehonderd euro van de rekening van de vereniging overgemaakt aan mijn zoon Daan. Hij schreef erbij waarvoor Daan het geld had gebruikt en dat hij hem had verteld dat er persoonlijk geld beschikbaar was. Daarna beschreef hij wat hij tegen Margo had gezegd en welke wijzigingen hij in haar overzicht had aangebracht. Bij de zin over zijn bedoeling om terug te betalen bleef hij lang hangen. Hij wilde hem bovenaan zetten. Uiteindelijk liet hij hem staan na de feiten, gevolgd door: Ik had daarvoor geen toestemming gevraagd en had geen zekere datum waarop ik kon terugbetalen. Hij stuurde de tekst naar Eline, Margo en de andere eigenaren. Aan Daan stuurde hij dezelfde tekst met een korte vraag: Klopt het gedeelte over wat ik jou heb verteld? Zijn zoon antwoordde een uur later. Er stond één correctie. Niet beschikbaar voor een paar maanden, maar beschikbaar zonder dat hij het nodig had. Simon had gezegd: ik kan het missen. Hij wijzigde de zin en stuurde de gecorrigeerde versie opnieuw rond. Daarbij zette hij dat de verandering op verzoek van Daan was gemaakt, omdat die zin zijn eigen woorden beter weergaf. Eline belde tegen de avond. ‘Dit is duidelijker,’ zei ze. ‘Dat was de bedoeling.’ ‘Ik heb ook iets recht te zetten.’ Ze vertelde dat Eva naar het oude verslag had gevraagd. Eline had zich het vraagteken herinnerd. Ze had ook een mail teruggevonden waarin ze zelf had geschreven dat ze een extra bijdrage liever naar het volgende jaar wilde verschuiven. Haar werk was toen onzeker geweest. Ze had een grote opdracht verloren en hield dat voor de buren verborgen. ‘Dat betekent niet dat het hetzelfde is,’ zei ze. ‘Dat zeg ik niet.’ ‘Ik zeg het ook tegen mezelf. Ik wil niet dat jij alles draagt wat we samen hebben laten liggen. Maar ik wil ook niet dat jij het gebruikt om wat je met het geld hebt gedaan kleiner te maken.’ Simon keek naar de map op tafel. ‘Ik had dat misschien gedaan.’ ‘Dat denk ik ook.’ Ze spraken af dat beide zaken afzonderlijk in de nieuwe stukken zouden worden opgenomen: het uitgestelde onderhoud en de ongeoorloofde betaling. Eline wilde geen zin waarin het ene het andere verklaarde. Nadat ze had opgehangen, keek Simon naar zijn verzonden mail. Voor het eerst stond er een versie waarvan hij hoopte dat niemand hem nog zou veranderen. Hoofdstuk 10 — Oude bewoners Op zaterdagochtend stond Henk bij Simon voor de deur met een pan soep. Hij hield de pan met twee theedoeken vast. Er zat geen deksel op, maar een bord dat bij iedere beweging een stukje verschoof. ‘Je moet iets eten,’ zei hij. ‘Dat doe ik.’ ‘Dan kun je dit erbij eten.’ Simon liet hem binnen. Henk zette de pan op het aanrecht, nam het bord eraf en keek of er onderweg iets over de rand was gekomen. Het was erwtensoep, dik genoeg om een lepel rechtop in te laten staan. Simon had er op dat moment geen trek in. Hij rook het spek en dacht aan middagen waarop zijn moeder de ramen van de keuken had opengezet omdat alles besloeg. Henk liep naar de woonkamer. ‘Netjes opgeruimd.’ ‘Voor de foto's.’ ‘Ik heb ze bekeken. Je ziet er niets van ons huis op.’ ‘Het is mijn appartement.’ ‘Dat bedoel ik. Het lijkt alsof het ergens anders is.’ Henk ging op de bank zitten, op de plek waar Els vroeger had gezeten. Hij strekte zijn rechterbeen en wreef over zijn knie. Simon haalde twee koppen koffie. Hij wist dat de soep een reden was om te komen, niet de reden. ‘Ik had ook iets moeten zeggen,’ begon Henk. Simon zette de koffie neer. ‘Wanneer?’ ‘Toen je het vertelde.’ Dat was op een avond in december geweest. Henk had bij Simon aangebeld omdat zijn printer niet meer werkte. Simon was mee naar boven gegaan en had de draadloze verbinding opnieuw ingesteld. Op het scherm had een halfgeschreven brief aan Henks dochter gestaan, maar Simon had gedaan alsof hij die niet zag. Daarna hadden ze een glas jenever gedronken, iets wat ze zelden deden. Henk had gevraagd hoe het met Daan ging. Simon had over de bus verteld en gezegd dat hij tijdelijk geld had voorgeschoten dat voor het huis gereserveerd was. Hij had het in een bijzin gezegd, met de zekerheid dat Henk zou begrijpen dat sommige dingen makkelijker waren wanneer je ze niet meteen met iedereen besprak. Henk had zijn glas neergezet en gevraagd of het snel terugkwam. Simon had ja gezegd. Toen had Henk geantwoord dat er geen reden was om iedereen ongerust te maken als het voor de grote werkzaamheden weer beschikbaar was. Nu keek Henk naar zijn koffie. ‘Ik dacht dat jij wist wat je deed.’ ‘Dat dacht ik ook.’ ‘Nee. Jij wist wat er niet klopte. Ik wist alleen dat het niet gewoon was.’ Simon wilde zeggen dat Henk precies genoeg had geweten. Hij had zich sinds het begin van de week aan diens stilzwijgen geërgerd, maar ook gehoopt dat hij zou blijven zwijgen. Een getuige die zijn beslissing destijds niet had afgekeurd, leek soms een verzachtende omstandigheid en soms iemand die alles erger kon maken. ‘Je zei dat ik het nog niet hoefde te vertellen.’ ‘Ja.’ ‘Dus ik was niet de enige.’ Henk keek op. ‘Wil je dat ik mijn soep weer meeneem?’ Simon schudde zijn hoofd. ‘Ik kom niet om jou vrij te praten. Ik kom omdat ik de rest van de week mijn mond heb gehouden terwijl ik hoorde hoe iedereen deed alsof jij alleen in een kamer had gezeten.’ Hij pakte de kop met beide handen vast. Zijn vingers trilden licht. Dat had Simon eerder gezien, vooral wanneer Henk moe was. Het maakte hem niet minder precies in wat hij zei. ‘Ik heb tegen Eline gezegd dat ik het wist. Vanmorgen.’ Simon keek naar hem. ‘Ik heb niet gezegd dat ik namens de vereniging iets had toegestaan. Want dat kon ik niet. Maar ik heb het ook niet tegengehouden.’ ‘Wat zei ze?’ ‘Dat ze er moe van werd om steeds nog iets te horen.’ Henk glimlachte kort, zonder genoegen. ‘Dat snap ik wel.’ Ze dronken koffie. Buiten werd een auto met draaiende motor stilgezet. Iemand belde aan bij Farah en liep daarna hard terug naar de auto. Simon hoorde het kraken van de brievenbusklep. Het huis bleef gewone geluiden maken, ongeacht hoeveel er binnen veranderde. ‘Waarom heb je toen niets gezegd?’ vroeg Simon. Henk keek naar de boekenkast. Hij leek een titel te zoeken. ‘Omdat ik blij was dat iemand anders het regelde.’ Hij vertelde over de jaren waarin het pension nog kamers verhuurde. Zijn vrouw Alie had de was gedaan en de ontbijttafels gedekt. Hij had kamers opgeknapt, lampen vervangen en mensen naar het station gereden als ze te veel bagage hadden. Toen het gebouw in appartementen werd verdeeld, had hij gedacht dat het werk minder zou worden. Dat was ook zo geweest, maar daarmee was hij een deel van zijn plaats kwijtgeraakt. Nieuwe mensen betaalden voor iets wat hij vroeger uit zichzelf deed. Er waren ineens vergaderingen voor nodig om te beslissen welke deur geverfd moest worden. ‘Jij nam de administratie over,’ zei hij. ‘Daar was ik blij mee. Ik had geen zin om nog een keer op school te gaan voor mijn eigen huis.’ ‘Het is niet zo ingewikkeld.’ Henk keek naar hem. Simon voelde de vergissing zodra hij de woorden hoorde. ‘Blijkbaar wel,’ zei Henk. Hij stond op en liep naar het raam. Aan de overkant was de fietsenmaker bezig met een rek dat in de wind stond te wiebelen. Het rek stond er al jaren. Iedere nieuwe eigenaar van de winkel zette het iets anders neer, en iedere storm verschoof het weer. ‘Na Alie wilde ik nergens meer achteraan,’ zei Henk. ‘Ik dacht: laat het maar even. Er is al genoeg veranderd. Als jij zei dat iets kon wachten, vond ik dat prettig. En toen jij iets nodig had, zei ik hetzelfde terug.’ Simon ging naast hem staan. Hij had Henk willen verwijten dat die zich achter ouderdom verschool. Hij zag nu een man die vooral niet opnieuw wilde leren hoe hij zijn eigen leven moest organiseren. Dat was geen vrijbrief. Het maakte het wel moeilijker om boos te blijven op de makkelijke manier. ‘Farah vindt dat we allemaal zelf moeten lezen wat we krijgen,’ zei Henk. ‘Daar heeft ze gelijk in.’ ‘Dat weet ik. Ik vind het alleen irritant dat ze gelijk heeft terwijl ze hier zo kort woont.’ Simon lachte. Henk ook, heel even. Daarna keek Henk naar hem en werd weer ernstig. ‘Ze heeft voor haar woning betaald. Net zoveel recht om er droog te zitten als jij en ik. Ik vergeet dat soms. Alsof de eerste jaren hier zwaarder tellen.’ Hij liep terug naar de bank en trok zijn jas van de leuning. Hij wilde niet blijven eten. De pan kon Simon later terugbrengen. ‘Ga je weg?’ vroeg hij bij de deur. ‘Dat was al het plan.’ ‘Ik bedoel: echt.’ ‘Ja.’ Henk knikte. Hij hield zijn hand op de deurpost, waar de verf glad was geworden van twintig jaar aanraken. ‘Dan moet ik maar leren wie ik bel als mijn printer het niet doet.’ ‘Je mag mij nog steeds bellen.’ ‘Dat zullen we zien.’ Hij liep langzaam de trap op. Simon hoorde hem boven de deur openen en iets tegen zichzelf zeggen. Daarna was het stil. In de keuken schepte Simon een kom soep uit de pan. Hij zette de rest in de koelkast. Terwijl de magnetron draaide, schreef hij een korte aanvulling op zijn verklaring: Henk had in december van de lening gehoord. Hij had daaruit geen toestemming mogen afleiden. Die laatste zin schreef hij zonder te wachten of iemand erom zou vragen. Hoofdstuk 11 — De prijs van vertrekken Anouk kwam met de eerste belangstellenden op maandagmiddag. Ze had vooraf de gecorrigeerde gegevens gestuurd, met een zakelijke uitleg van de situatie. De persoonlijke gegevens van Daan waren niet meegestuurd. De lening, het ontbrekende bedrag en de voorgenomen terugbetaling wel. Simon had gevraagd of mensen dan nog zouden komen. Anouk had gezegd dat ze zelf konden beslissen. Het stel was ongeveer veertig. De vrouw heette Judith en werkte op een school, de man heette Peter en zei niet waar hij werkte. Ze wilden kleiner wonen omdat hun zoon voor zijn studie de deur uit was. Simon betrapte zich erop dat hij dat als te vroeg beschouwde. Er was kennelijk een juiste leeftijd om kleiner te gaan wonen, en tot voor kort had die ongeveer bij zijn eigen leeftijd gelegen. Hij zou tijdens de bezichtiging buiten zijn. Toch was hij nog bezig zijn schoenen aan te trekken toen ze binnenkwamen. Judith complimenteerde hem met de vloer. Hij legde uit dat die er al lag toen hij het appartement kocht en dat ze hem twee keer hadden laten schuren. Hij zei we, hoewel Els al jaren weg was. Peter vroeg of er veel geluid van boven kwam. ‘Henk is rustig,’ zei Simon. ‘Je hoort af en toe een stoel.’ ‘En de achterburen?’ ‘Bram werkt in ploegendienst.’ Anouk nam het gesprek over en leidde hen naar de woonkamer. Simon trok zijn jas aan. Op de overloop kwam Farah naar boven met een tas boodschappen. Haar keuken had geen voorraadkast en ze bewaarde zware dingen tijdelijk in het kleine gemeenschappelijke vak bij de trap. Dat was afgesproken voordat hij het geld had overgemaakt. Hij had het toen een rommelige oplossing gevonden. ‘Bezichtiging?’ vroeg ze. ‘Ja.’ Ze keek naar de open deur. ‘Weten ze het?’ ‘Ze hebben alles gekregen.’ ‘Goed.’ Ze liep verder naar beneden. Ze had geen behoefte om binnen te stappen of haar verhaal nog eens te doen. Simon merkte dat hij op een confrontatie had gerekend en zich daartegen had voorbereid. Zonder die confrontatie bleef alleen haar vraag over, die volkomen redelijk was. Hij liep een rondje door de stad. In de winkelstraat waren twee panden leeg. Voor een etalage met afgeprijsde lampen bleef hij staan. Er stond een kleine tafellamp die hij mooi vond, met een groene glazen kap. Hij dacht aan de woning die hij nog niet had. Daarna keek hij op zijn telefoon naar Rolfs bericht. Het bod stond nog. Er stond bij dat Rolf het zakelijk bedoelde en hoopte dat Simon dat ook zo zag. Toen hij terugkwam, stonden Judith en Peter in de gang met Anouk. Peter hield een mapje vast. Judith keek nog eenmaal naar de trap, naar de plek waar een strook van de muur was opengehaald voor onderzoek. ‘We gaan erover nadenken,’ zei ze. Ze gaf Simon een hand. Haar hand was warm. Hij voelde de neiging om haar te zeggen dat het huis veel beter was dan de laatste week deed vermoeden. In de zomer stond de zon tot laat in de woonkamer. Je kon de winkels lopend bereiken. Henk wist hoe alle oude leidingen liepen. Maar Anouk keek naar hem en hij zei alleen dat ze gerust vragen konden stellen. Een uur later belde ze. Ze zagen ervan af. Het appartement was mooi, maar ze wilden een rustiger begin op een nieuwe plek. ‘Dat begrijp ik,’ zei Simon. ‘Ik ook,’ zei Anouk. Hij vroeg of hij de vraagprijs moest verlagen. ‘Eerst de volgende afspraak afwachten.’ ‘Hoeveel afspraken hebben we nog?’ ‘Eén.’ Hij hing op en ging aan de lege tafel zitten. De verkoopfolder lag voor hem. Hij zag de kamers zoals de fotograaf ze had vastgelegd: geen post, geen natte handdoek, geen schoen tegen een plint. Het licht was hetzelfde geweest als altijd, maar alles had een functie gekregen. De stoel naast het raam betekende rust. De plant betekende zorg. De lege tafel betekende ruimte. Hij schreef aan Rolf dat hij het bod niet aannam. Daarna wilde hij een uitleg toevoegen, zodat Rolf zou begrijpen dat hij diens aanbod waardeerde. Hij verwijderde die uitleg weer. Rolf antwoordde na tien minuten: Laat weten als er iets verandert. De volgende kijker kwam op woensdag. Ze heette Merel, werkte als vertaler en had twee kamers nodig omdat ze ook thuis wilde kunnen werken. Anouk had Simon gevraagd echt vóór de afspraak weg te zijn. Hij zat een uur in de bibliotheek en las drie keer dezelfde bladzijde uit een tijdschrift over tuinieren. Toen hij thuiskwam, was Merel nog in gesprek met Eline. Ze stonden in de gemeenschappelijke hal. Merel vroeg naar de organisatie van de vereniging. Wie nam straks de administratie op zich, wie bevestigde betalingen en hoe werden besluiten teruggevonden? Eline antwoordde dat ze dat opnieuw aan het inrichten waren en dat het nog niet af was. ‘Dat is eerlijk,’ zei Merel. ‘Ik wil geen bestuur waar alles aan één persoon hangt.’ Simon liep de trap op zonder zich voor te stellen. Hij hoorde zijn eigen voetstappen harder dan anders. Later belde Anouk. Merel wilde de stukken van het herstelplan zien zodra die klaar waren. Ze had belangstelling, maar geen haast. Haar huur liep tot het voorjaar. Ze wilde geen bod doen op basis van de veronderstelling dat iedereen het later wel zou regelen. Simon vroeg of hij haar zelf moest bellen om iets toe te lichten. ‘Als ze vragen aan jou heeft, laat ik het weten,’ zei Anouk. Die avond at hij bij Els. Ze had het voorgesteld nadat Daan had gezegd dat hij een paar dagen geen gesprekken over geld wilde. Simon had aanvankelijk geweigerd. Hij vond het onjuist om haar nog meer met zijn problemen te belasten. Els had geantwoord dat hij vooral niet namens haar moest bepalen wat zij kon verdragen. Haar appartement was kleiner dan hij zich herinnerde. Misschien doordat er nu meer spullen stonden: een stapel boeken, een mand met breiwerk, een fotolijst met een vriendin die hij niet kende. Op het balkon stonden de lege tomatenpotten in een hoek. ‘Je hebt diezelfde pannen nog,’ zei hij. ‘Ze doen het nog.’ Ze aten rijst met groenten en kip. Simon vertelde over de bezichtigingen. Els luisterde zonder oplossingen aan te dragen. ‘Ik dacht altijd dat ik degene was die zekerheid bracht,’ zei hij na een tijdje. ‘Dat dacht jij inderdaad.’ Hij legde zijn vork neer. ‘Soms deed je dat ook,’ zei ze. ‘Als er een rekening kwam, wist jij waar die lag. Als de auto kapotging, had jij al gebeld. Dat was fijn. Maar je vond het moeilijk om te zeggen dat je iets niet wist. Dan kregen we een antwoord waar we omheen moesten leven.’ ‘Daan zegt ongeveer hetzelfde.’ ‘Dat zal niet uit de lucht komen vallen.’ Hij keek naar haar. Ze klonk niet boos. Dat maakte het niet makkelijker. ‘Heb je daarom…’ begon hij. ‘Nee, Simon. We gaan onze scheiding niet terugbrengen tot je boekhouding.’ Ze schonk water bij. ‘Maar je kunt wel ophouden met denken dat hulp alleen hulp is als jij bepaalt hoe die eruitziet.’ Na het eten stond hij op om af te wassen. Els zei dat de vaatwasser het deed. Hij bleef even met twee borden in zijn handen staan en zette ze daarna in het apparaat, op de plaatsen die ze aanwees. Toen hij vertrok, gaf ze hem een bakje met eten mee. Hij wilde zeggen dat ze dat niet hoefde te doen. Hij nam het aan en bedankte haar. Hoofdstuk 12 — Handtekeningen De onafhankelijke administrateur heette Van Leeuwen. Hij was kleiner dan Simon had verwacht en droeg een colbert met een versleten binnenzak waar een rekenmachine in paste. Hij kwam naar Eline met een lijst vragen, niet met een oordeel. Margo had de stukken vooraf aangeleverd. Er was nagegaan welke betalingen daadwerkelijk waren gedaan, welke opdrachten eraan verbonden waren en welke bedragen nog moesten worden betaald. De betaling aan Daan was de enige ongeoorloofde overboeking die uit het onderzochte jaar naar voren kwam. Dat maakte Simon opgelucht op een manier waarvoor hij zich schaamde. Hij had het immers geweten. Toch deed het iets om een buitenstaander te horen zeggen dat de rest van zijn administratie niet uit dezelfde fout bestond. Van Leeuwen liet die opluchting niet lang duren. Er waren tekortkomingen in de controle, zei hij, en oude afspraken waren slecht vastgelegd. Het aangepaste overzicht gaf een verkeerd beeld van de beschikbare middelen. Dat moest in de correctie duidelijk blijven staan. Een vordering op Simon kon worden opgenomen, maar was geen vervanging voor geld op de bank. ‘Dat weten we inmiddels,’ zei Rolf. ‘Dan schrijven we het ook zo op,’ zei Van Leeuwen. Een juridisch adviseur had geholpen met een afzonderlijke regeling voor de terugbetaling. Simon had er zelf ook iemand naar laten kijken. Hij had geen behoefte aan een document waarvan hij later kon zeggen dat hij het onder druk had getekend. Die gedachte had hij eerst geruststellend gevonden. Daarna was hij ervan geschrokken dat hij alweer bezig was een toekomstige uitweg te beoordelen. De regeling hield zijn volledige verantwoordelijkheid voor negentienduizend tweehonderd euro vast. Wat Daan kon terugbetalen, zou daarop in mindering komen. Voor het resterende bedrag kwam een uiterste datum: één juni. Een deel van de opbrengst van zijn woning zou rechtstreeks worden gebruikt voor de terugbetaling, met schriftelijke afspraken tussen de betrokken partijen. Als de verkoop niet op tijd rondkwam, moest Simon zelf voor een andere oplossing zorgen. Er stond nergens dat de vereniging op zijn goede bedoelingen vertrouwde. De extra administratieve controle kostte achthonderdvijftig euro. Simon zou die zelf betalen. De bouwkundige inspectie bleef een uitgave van de vereniging: die was nodig vanwege het pand en had ook zonder zijn lening moeten plaatsvinden. Eline had erop gestaan dat die twee zaken niet door elkaar gingen lopen. Farah las het document langzaam. Ze schoof met haar vinger langs de regels, alsof ze haar aandacht op papier moest houden om niet naar Simon te kijken. ‘En dit betekent niet dat we verder niets mogen doen?’ vroeg ze. De adviseur had daar een duidelijke passage over opgenomen. De financiële afspraak was geen verklaring dat iedereen de zaak als afgedaan beschouwde. Eline las de passage voor. Simon hoorde de woorden zonder te proberen eruit af te leiden wie misschien alsnog een volgende stap zou zetten. Hij had daar geen zeggenschap over. ‘Ik wil ook geen tekst waarin staat dat ik ermee instem omdat ik er vertrouwen in heb,’ zei Farah. ‘Dat staat er niet,’ zei Eline. ‘Goed.’ Ze legde het document neer. Henk vroeg of iedereen nu een nieuw bedrag moest bijstorten voor het dak. Van Leeuwen liet de actuele planning zien. Met de bestaande middelen, de normale bijdragen en een eerste terugbetaling kon het werk in fasen worden betaald. Er moest een bescheiden marge blijven voor gewone uitgaven en onvoorziene kosten. De opdracht aan Noordkant zou pas definitief worden uitgewerkt nadat de begroting en de betaalmomenten naast elkaar lagen. Johan had ingestemd met een planning waarbij de noodreparatie bleef liggen tot de grotere werkzaamheden in het voorjaar konden beginnen. Hij zou tussentijds controleren en bereikbaar blijven als er opnieuw water binnenkwam. De bewoners kregen zijn nummer rechtstreeks. Simon hoefde geen berichten meer door te geven. ‘En als er toch extra geld nodig is?’ vroeg Henk. ‘Dan bespreken we dat met de werkelijke cijfers op tafel,’ zei Eline. Het was geen geruststellend antwoord. Henk knikte toch. Hij had een schrift meegenomen en noteerde de volgende afspraak. Daarna ging het over de nieuwe werkwijze. Eline en Farah zouden samen de financiële beslissingen voorbereiden. Rolf wilde elk kwartaal een overzicht ontvangen en bood aan de eerste aansluiting mee te controleren. Margo bleef voorlopig de administratie doen, onder voorwaarde dat opdrachten en bevestigingen rechtstreeks in een gedeeld dossier werden bewaard. Ze wilde niet opnieuw moeten raden wat een betaling betekende. Voor de langere termijn zouden de eigenaren opnieuw bekijken welke ondersteuning ze nodig hadden. Simon werd nergens voor gevraagd. Hij wist hoeveel werk er in kleine dingen kon gaan zitten en had bij verschillende voorstellen bijna willen zeggen dat hij dat wel kon doen. Hij hield zijn handen onder tafel. Een keer klemde hij zijn vingers zo hard om elkaar dat zijn ringloze knokkel wit werd. ‘Je kunt de oude sleutellijst nog aanleveren,’ zei Eline. ‘Daarna gaan we die controleren.’ Hij keek op. ‘Dat zal ik doen.’ ‘Zonder dat je nieuwe sleutels laat maken.’ Hij knikte. Het was niet gemeen bedoeld. Ze moest het alleen wel zeggen. Toen de documenten klaarlagen om te tekenen, gaf Van Leeuwen hem een pen. Simon had een eigen pen meegenomen, maar gebruikte die van de administrateur. Hij las zijn naam, het bedrag en de datum. Zijn handschrift was kleiner dan gewoonlijk. Hij tekende nog een exemplaar en legde de pen neer met de punt van zich af. Farah tekende daarna. Henk vroeg waar hij moest tekenen en Eline draaide het vel naar hem toe. Rolf zette zijn handtekening snel. Iedereen kreeg een kopie. Na het officiële deel bleef Margo staan terwijl de anderen hun jassen aantrokken. Simon vroeg of ze even tijd had. ‘Ik wil je mijn excuses aanbieden,’ zei hij. ‘Voor wat ik je heb verteld. En voor je naam onder dat overzicht.’ Margo hield de map tegen haar borst. ‘Dank je.’ Hij wachtte op meer. Ze zag dat. ‘Ik weet nog niet of ik daarna weer graag met je werk,’ zei ze. ‘Dat hoeft ook niet.’ ‘Dat weet ik.’ Ze liep de gang in. Simon bleef even bij de tafel staan. Op één plek lag een druppel inkt, afkomstig van de pen die Van Leeuwen had gebruikt. Eline veegde hem weg met een vochtige doek. ‘Ik zal de stoelen terugzetten,’ zei Simon. ‘Graag,’ zei ze. Hij tilde de lage stoel op en droeg hem naar de slaapkamer. Deze keer was het een kleine taak die iemand hem had gevraagd, en die hij ook gewoon kon afmaken. Hoofdstuk 13 — Het bedrag dat terugkwam Daan stuurde het bewijs van de overschrijving rechtstreeks naar Eline. Daarna stuurde hij een kopie naar Simon. Zesduizend vierhonderd euro, betaald aan de vereniging, met een verwijzing naar de regeling die Simon had ondertekend. Simon zat op zijn werk toen het bericht kwam. Hij keek naar het scherm tussen twee regels van een voorraadlijst. Om hem heen werden telefoongesprekken gevoerd, een printer liep vast en iemand vroeg of de bestelling voor de vestiging in het zuiden al was bevestigd. Hij antwoordde dat hij ernaar zou kijken en opende het bericht opnieuw. De koerierdienst had vierduizend euro betaald voor het werk dat Daan al had gedaan. De overige vierentwintighonderd kwam uit de verkoop van gereedschap en een werkbank uit de oude werkruimte. Amir had een deel gekocht voor zijn eigen zaak. Een andere monteur had de werkbank opgehaald. Daan had de spullen niet allemaal meer nodig nu hij mobiel werkte. Dat had hij er nadrukkelijk bij geschreven. Simon belde hem tijdens zijn lunchpauze. Hij liep naar buiten, naar de rand van het parkeerterrein waar medewerkers rookten. Er stond niemand. De asbak zat vol regenwater. ‘Ik heb het gezien,’ zei hij. ‘Mooi.’ ‘Dank je.’ ‘Het is geld dat ik had gekregen.’ Simon keek naar de auto's. Op de achterbank van een blauwe bestelwagen lag een kinderzitje op zijn kant. Hij vroeg zich af of de eigenaar het had weggehaald voor een rit of vergeten was het weer vast te zetten. Hij moest zich inspannen om bij zijn eigen gesprek te blijven. ‘Je houdt genoeg over om te werken?’ ‘Ja.’ ‘Voor onderdelen?’ ‘Ja, pap.’ Simon slikte zijn volgende vraag in. ‘De rest wil ik met jou afspreken,’ zei Daan. ‘Niet met die mensen. Zij krijgen het van jou. Ik betaal jou terug.’ ‘Dat hoeft niet op een manier die je bedrijf weer…’ ‘Ik heb een voorstel gemaakt. Wil je het lezen voordat je zegt wat ik wel en niet hoef?’ ‘Ja.’ ‘Tweehonderd per maand om te beginnen. Als het beter loopt, kijken we opnieuw. En ik wil dat er geen onverwachte voorwaarden bij komen.’ ‘Welke voorwaarden?’ ‘Dat ik de bus anders moet inrichten. Dat ik een opdracht moet aannemen omdat jij iemand kent. Dat ik elke week moet vertellen hoeveel er op mijn rekening staat.’ Simon wilde zeggen dat hij dat nooit als voorwaarde had bedoeld. Hij hoorde de vermoeidheid in Daans stem en liet het zitten. ‘Schrijf maar op wat je nodig vindt.’ ‘Dat heb ik gedaan.’ Er kwam een mail binnen terwijl ze nog spraken. Simon zag de melding bovenaan zijn scherm. Het document had een eenvoudige naam: afspraken lening. Hij had zijn zoon die naam zelf kunnen aanraden. ‘Ik lees het vanavond,’ zei hij. ‘Goed.’ Voordat Daan ophing, vroeg Simon hoe het met de opdrachten bij de scholen ging. Eén school had toegezegd. De andere wilde pas na de winter beginnen. Daan vertelde over een docent die dacht dat je een versleten ketting kon verhelpen door harder te trappen. Simon lachte. Het verhaal duurde nog geen minuut, maar na het gesprek bleef hij even buiten staan. Eline bevestigde die middag de ontvangst. Het openstaande bedrag was nog twaalfduizend achthonderd euro. Simon had de achthonderdvijftig euro voor de extra administratieve controle inmiddels van zijn eigen rekening betaald. Hij had het betalingsbewijs bewaard in een map die niet meer tussen de stukken van de vereniging stond. Anouk belde twee dagen later. Merel had een bod gedaan: tweehonderdzevenenzestigduizend vijfhonderd euro. Ze wilde de overdracht eind mei en hield vast aan volledige afwikkeling van de overeengekomen terugbetaling. Ook het herstelplan voor het dak moest duidelijk zijn. Anouk had de voorwaarden op een rij gezet en vroeg Simon niet meteen te antwoorden. ‘Ik kan toch wel zeggen dat ik het serieus neem?’ ‘Dat heb ik al gezegd. Lees het eerst.’ Hij las het aan de eettafel. De woning zou minder opbrengen dan hij had gehoopt, maar meer dan Rolf had geboden. Er bleef na de gebruikelijke afrekening en de terugbetaling ruimte om kleiner te gaan wonen. Niet op de manier die hij in december in zijn hoofd had gehad, met een ruime spaarrekening en de geruststelling dat hij zijn zoon een zachte start had gegeven. Het werd krapper en eenvoudiger. Het kon wel. Hij vroeg zijn adviseur de bedragen nog eenmaal met hem door te nemen. Daarna accepteerde hij het bod. Hij belde Daan niet om te vertellen wat het hem had gekost. Merel kwam een week later terug om maten op te nemen. Simon was er deze keer bij, op haar verzoek. Ze wilde weten welke kasten bleven staan en waar de stopcontacten achter de meubels zaten. Ze had een rolmaat en een schrift meegenomen. In het schrift stond een tekening van een bureau dat veel langer was dan het zijne. ‘Je kunt hier twee schermen kwijt,’ zei hij. ‘Dat is de bedoeling.’ Hij liet haar de bergkast zien, de afsluiters en de plek waar ooit een leiding was verlegd. Bij de slaapkamerdeur wees hij op een kier onder de plint. ‘Die is er al langer. Ik heb er niets mee gedaan. Je kunt het laten bekijken als je de vloer toch aanpakt.’ Merel bukte en maakte een foto. ‘Dank je.’ Ze ging niet uitvoerig op zijn openheid in. Ze noteerde het en liep verder. Simon vond dat onverwacht prettig. Niet elke juiste mededeling hoefde een reactie op de voorgaande verkeerde te zijn. Van boven klonk het schuiven van een stoel. Merel keek omhoog. ‘Dat is Henk,’ zei Simon. ‘Hij hoort jou waarschijnlijk ook.’ ‘Daar kan ik mee leven. Zijn er tijden waarop het veel is?’ ‘Rond zeven uur begint hij. Als je dan wilt uitslapen, hoor je hem.’ Ze schreef iets op. Simon wist niet of hij daarmee opnieuw geld had verloren. Hij liet haar schrijven. Het dakwerk leverde nog een laatste ruzie op. Voor een deel van de werkzaamheden moest er toegang zijn via Henks appartement. Henk had ingestemd met de planning, maar toen er een concrete datum kwam, zei hij dat zijn dochter die week op bezoek was en dat het niet uitkwam. Johan kon pas een maand later opnieuw een ploeg vrijmaken. Eline belde Simon omdat Henk bij haar niet meer opnam. ‘Ik vraag je niet om het namens ons op te lossen,’ zei ze. ‘Maar wil je kijken of er iets praktisch aan de hand is wat hij niet zegt?’ Simon ging naar boven. Henk liet hem binnen en begon meteen over werklieden die niet begrepen dat er in het huis ook nog mensen woonden. Hij had de brief met de planning op tafel liggen. Er stonden rode strepen onder de begin- en eindtijden. ‘Wat moet er nog verplaatst worden?’ vroeg Simon. ‘Dat is het niet.’ ‘Laat eens zien.’ Henk liep naar de slaapkamer. De dozen die voor het onderzoek waren verplaatst, stonden er nog. Tussen het bed en de kast was nauwelijks ruimte. Op het bed lag een plastic zak met kleding. Simon zag een blauwe jurk door het plastic. ‘Mijn dochter wil dat ik alles uitzoek,’ zei Henk. ‘Iedere keer dat ze komt. Nu denkt ze dat we dat deze keer gaan doen.’ Simon begreep eindelijk waarom die bezoekweek niet kon worden verplaatst. Als het dakwerk doorging, zou Henk zijn dochter moeten vertellen dat de dozen weer in de weg stonden. Als het bezoek doorging, moest hij de dozen openen. Hij had van twee onaangename dingen één onmogelijk probleem gemaakt. ‘We kunnen de dozen tijdelijk naar mijn berging brengen,’ zei Simon. ‘Ik heb daar ruimte gemaakt.’ Henk keek naar hem. ‘Je hoeft ze nu niet uit te zoeken. Maar de werklieden moeten door deze kamer naar het dakluik. Met al die dozen kunnen ze hun spullen nergens kwijt.’ ‘En als jij weg bent?’ ‘Dan zijn ze al terug. Het werk is daarvoor klaar.’ Henk streek met zijn hand over de plastic zak. ‘Ik wil niet dat ze nat worden.’ ‘Dan zetten we ze op pallets. Ik heb er twee.’ Ze maakten geen grote afspraak. Ze droegen die middag vier dozen naar beneden en zetten ze op de pallets in Simons droge berging. Henk schreef op elk deksel zijn naam. Simon wilde zeggen dat iedereen wist van wie de dozen waren, maar liet hem de stift vasthouden. Daarna belde Henk zelf Eline. Het werk kon doorgaan. Zijn dochter kwam een week later. Toen Simon die avond de sleutel van zijn berging aan Henk gaf, zei hij erbij dat Henk hem moest houden zolang de dozen er stonden. ‘Dan hoef je niet op mij te wachten.’ Henk draaide de sleutel om aan de ring en stopte hem in zijn broekzak. ‘Dat is inderdaad makkelijker.’ Hoofdstuk 14 — Onder het nieuwe dak In juni rook de hal naar verf. De kleur was lichter dan vroeger. Eline had drie stalen op de muur laten zetten en iedereen had ernaar kunnen kijken voordat de schilder begon. Henk had de donkerste gekozen omdat je daar minder op zag. Farah had gezegd dat je juist moest kunnen zien wanneer iets vies werd. Uiteindelijk was het de middelste geworden. Simon kwam op een donderdagmiddag terug om een trapladder op te halen. De overdracht van zijn appartement was een week eerder afgerond. Het resterende bedrag van twaalfduizend achthonderd euro was volgens de schriftelijke regeling rechtstreeks aan de vereniging betaald. Eline had hem een ontvangstbevestiging gestuurd, met het bedrag en de datum. Er stond onder dat daarmee de overeengekomen hoofdsom volledig was terugbetaald. Ze had er geen persoonlijke zin aan toegevoegd. Hij had de mail uitgeprint. Het papier lag nu in zijn nieuwe woning, in een map met zijn eigen financiële stukken. Hij had zichzelf verboden het op tafel te laten liggen als bewijs dat hij uiteindelijk toch betrouwbaar was gebleken. Het bewees alleen dat een bedrag was terugbetaald. Het dakwerk was voltooid. De uiteindelijke werkzaamheden waren binnen de bijgewerkte aanneemsom gebleven, al had Johan daarvoor op twee plekken moeten afstemmen wat wel en niet nodig was. De bewoners hadden de foto's ontvangen. Ilse was langs geweest tijdens het werk en na de afronding. Het dossier bevatte nu ook de vragen die onderweg waren gesteld en de antwoorden erop. Je hoefde niet meer te weten wie er toevallig op een dinsdag thuis was geweest om te begrijpen waarom iets was besloten. Farah had haar plafond opnieuw laten afwerken. De schade aan de vloer was beperkt gebleven tot een strook bij de vensterbank. De vergoeding en de kosten waren niet allemaal op dezelfde dag geregeld. Ze had wekenlang afspraken gehad met mensen die kwamen kijken, meten of iets opschrijven. Simon wist dat omdat de vereniging haar voortgangsmeldingen had ontvangen zolang hij nog eigenaar was. Hij had op geen van die berichten geantwoord met de vraag of het nu bijna klaar was. Hij belde aan. Zijn oude sleutelbos voelde vreemd licht in zijn jaszak. Er zaten nog drie sleutels aan: de voordeur van zijn nieuwe appartement, de brievenbus en een reservesleutel voor de berging die hij had vergeten in te leveren. Farah deed open. ‘Voor de ladder?’ ‘Ja.’ ‘Hij staat achterin. Merel is boven, maar ze zit in een vergadering.’ Hij stapte naar binnen. Op het plankje bij de spiegel lagen Yara's fietshandschoenen. De blauwe sleutelhaak was leeg. Farah had de sleutel kennelijk bij zich. ‘Hoe gaat het met je nieuwe huis?’ vroeg ze. ‘Kleiner. Maar het past.’ ‘Dat is handig.’ Hij glimlachte. Ze liep met hem naar de berging. De dozen van Henk waren terug naar boven. Er stonden nu twee verfblikken en een rol afdekpapier. Tegen de muur leunde de ladder die Simon al bijna twintig jaar had. Aan een van de treden zat een kras van de eerste verbouwing. ‘Ik had deze nog,’ zei hij en haalde de bergingssleutel van zijn ring. Farah nam hem aan. Ze keek niet wantrouwig, maar controleerde wel of er een label aan zat. ‘Dank je. We zijn de lijst aan het nalopen.’ ‘Er waren er vier. Eén bij Henk, één hier, één in de gezamenlijke kast en deze.’ Ze noteerde het in haar telefoon. Hij pakte de ladder en hield hem zo dat hij de pas geverfde deurpost niet raakte. Uit de woonkamer kwam Yara. Ze had een vel papier in haar hand en vroeg haar moeder waar de nietmachine was. Toen ze Simon zag, bleef ze staan. ‘Ons plafond is weer wit,’ zei ze. ‘Dat zag ik.’ ‘Het is niet precies hetzelfde wit.’ Farah zei dat ze de nietmachine op haar bureau kon pakken. Yara verdween weer. Simon wilde vragen wat ze maakte, maar het kind was al bezig met iets anders. ‘Daan is nog langs geweest voor mijn fiets,’ zei Farah. ‘Dat zei hij.’ ‘Hij doet het goed. Die versnelling bleef al maanden hangen.’ Simon knikte. Hij had van Daan gehoord dat Farah hem via de website had geboekt en de rekening dezelfde avond had betaald. Geen vriendendienst, geen vergoeding voor wat zijn vader had gedaan. Gewoon een fiets die gerepareerd moest worden. ‘Fijn,’ zei hij. Bij de voordeur bleef hij even staan. Er was niets meer dat hij moest uitleggen. Hij had een paar keer overwogen alsnog aan Farah te vertellen hoe de maanden voor de lening waren geweest: de stilte thuis, Daans problemen, de schaamte dat hij zelf minder geld beschikbaar had dan iedereen van hem aannam. Het waren echte omstandigheden. Ze hoefde ze niet allemaal te dragen om recht te hebben op haar boosheid. ‘Tot ziens,’ zei hij. ‘Dag, Simon.’ Ze sloot de deur nadat hij de ladder door de opening had gemanoeuvreerd. Op de bovenste verdieping ging een raam open. Henk stak zijn hoofd naar buiten. ‘Heb je hem?’ Simon hield de ladder een stukje omhoog. ‘Ik had nog willen vragen of je koffie wilde.’ ‘Ik moet thuis zijn. Daan komt helpen met een gordijnrail.’ ‘Die jongen heeft het druk.’ ‘Ja.’ Henk bleef nog even in het raam staan. ‘Zaterdag dan?’ ‘Zaterdag kan.’ ‘Ik bel je.’ Simon zette de ladder in de auto. Aan de overkant van de straat zat de medewerker van de fietsenwinkel op een kruk in de zon. Het rek stond nog steeds een beetje scheef. Het nieuwe dak was vanaf hier nauwelijks te zien. Het huis leek niet anders dan op de dag dat Farah hem had gebeld. Misschien was dat waarom onderhoud zo gemakkelijk uit te stellen was. Wat goed werd gedaan, viel later vaak niet meer op. Zijn nieuwe appartement lag boven een drogist aan de rand van het centrum. Er was een lift die een geluid maakte alsof hij bij iedere verdieping opnieuw moest besluiten door te gaan. De woonkamer keek uit op een binnentuin met een grote kastanjeboom. Simon had de groene tafellamp gekocht. Hij had hem nog nergens neergezet omdat de enige tafel voorlopig vol verhuisdozen stond. Daan stond bij de ingang toen hij aankwam. Naast hem stond de bus, met het logo dat hij eindelijk had laten aanbrengen. De letters waren kleiner dan Simon zou hebben gekozen. Hij zei er niets van. ‘Je bent laat,’ zei Daan. ‘Vijf minuten.’ ‘Zes.’ Simon pakte de ladder uit de auto. Daan nam de andere kant en samen droegen ze hem naar de lift. Boven zette Daan zijn gereedschap op een uitgeklapte doek. Hij vroeg waar de rail moest komen. ‘Zo dicht mogelijk bij het plafond,’ zei Simon. ‘Dan moeten de gordijnen langer zijn dan je nu hebt.’ ‘Die laat ik aanpassen.’ Daan keek naar hem. ‘Je kunt hem ook drie centimeter lager hangen. Dan passen ze gewoon.’ Simon mat met zijn ogen de afstand tussen raam en plafond. Hij had een voorkeur, maar geen goede reden om eraan vast te houden. ‘Doe maar lager.’ Terwijl Daan boorde, pakte Simon een doos uit. Er kwamen borden tevoorschijn die hij sinds de scheiding zelden gebruikte, een blikopener, een flesopener in de vorm van een vis. Onderin lag de pan van Henk. Hij had hem schoongemaakt en apart gezet om terug te brengen, en daarna met de keukenspullen ingepakt. Hij zette de pan bij de deur voor zaterdag. Daarna haalde hij de telefoon uit zijn zak en betaalde de rekening die Daan voor de materialen had gestuurd. Het bedrag was kleiner dan hij had verwacht. Hij hoefde niet te vragen of er iets was vergeten; er stond een specificatie bij. ‘Blijf je eten?’ vroeg hij. Daan liet de boormachine zakken. ‘Wat heb je?’ ‘Pasta. Tomaten. Kaas.’ ‘Daar kun je iets van maken.’ ‘Dat was het idee.’ Daan draaide de laatste schroef vast en trok aan de rail om te controleren of die hield. Daarna stapte hij van de ladder. ‘Wil jij die doos even weghalen? Dan kan ik de gordijnen ophangen.’ Simon pakte de doos en droeg hem naar de slaapkamer. Hij kwam terug om te kijken of Daan nog iets nodig had. Zijn zoon stond al op de ladder met de eerste haakjes tussen zijn vingers. Simon ging naar de keuken en zette twee borden op tafel.